Gepubliceerd op: donderdag 13 augustus 2020

K&G: De Beestenmarkt, Gent

 

Toen ik elf was logeerde ik om de twee weken in de nette flat van mijn vader.

Zijn huisbaas woonde onder hem. Hij was een joviale kubist die verzot was op kinderen, maar op een aanvaardbare manier; hij kuste mijn oortjes en streelde mijn ellebogen, dat was alles. Nochtans zei ik nadrukkelijk: ‘Je mag mijn grenzen overschrijden, ik zou dat heel fijn vinden. Ik moet toch niet smeken?!’ De bovenbuur van mijn vader was een schriele cactusexpert met smetvrees.

Mijn vader had twee jonge vriendinnen die zich over mij ontfermden, een heks en een fee.
Op vrijdagen moest ik Conny doorstaan, een roodharige studente slavistiek die me meenam naar de kapper, en die de kapper opdracht gaf mijn haren kort te snijden, zo kort mogelijk. Alsof ik luizen had of van een concentratiekamp kwam. Achteraf tergde ze me met diademen en haarstrikjes die nu toch geen nut meer hadden. Iedereen dacht dat ik een Roemeens weeskind was met een lijmverslaving, en de rouwende bergbeklimmer sprak een vloek over me uit.
Op zaterdagen verscheen Axelle die mahoniekrullen had, en mollig en lichtgevend was. Ze werkte in een knopenwinkel, en ze deelde elke dag wulken en luiers uit aan de clochards van het Citadelpark. Ze had een twintig jaar jonger broertje dat een vogelspin als huisdier had, en een tien jaar jonger zusje dat een gijzelneming uitzat in een roeispanenfabriek in Bolivia. Axelle ging vaak met mij naar speelgoedwinkels. Ze zei dat het goed was om ergens naar te verlangen, maar ik denk dat ze over zichzelf sprak. Ik stal een pluchen bever, maar ik heb hem nooit een naam gegeven.

Mijn vader hield meer van Conny dan van Axelle, omdat Conny bazig was en een mooier lichaam had; prontere borstjes en langere benen. Ik aanbad Axelle, omdat ze melancholisch en teder was; en omdat ze altijd iets kokets wist te maken van mijn gekortwiekte haren.
De vader van Axelle was een lamlendige buikspreker in een of ander casino in Guatemala of Middelkerke.
De moeder van Axelle had een circusact: ze dook van de bovenste duikplank in een drooggelegd zwembad waar ze landde in de schoot van een psychotische Aboriginal met op zijn hoofd zeven opeengestapelde spinnewielen en drie op elkaar balancerende dwergpoedels.
Het was geen succesvolle act. Axelle zorgde voor haar jongere broertje en bad dat de gijzelneming in Bolivia goed zou aflopen.

’s Avonds kookte mijn vader terwijl hij Calvados dronk. Hij dronk veel en dus zou je verwachten dat zijn gerechten aanbrandden, maar ze bleven koud. Rauw. Levensgevaarlijk. Axelle bleef mee-eten. Ze was schuchter en kruiperig wanneer mijn vader in de buurt was. Soms kwam Conny ook nog eens langs. Dan probeerde ze de show te stelen met burleske Russische liederen, maar ze was te dom om de show te stelen. De vrouwen dronken bier en vielen in slaap. Mijn vader werd kwaad op mij en ik moest naar de zolder waar ik sliep op een veldbed.

Er was geen slot en op een nacht stond de schriele cactusexpert met smetvrees naast mijn veldbed.
Hij huilde en vertelde dat Albanese urologen met zijn geslacht hadden geknoeid, en dat Bulgaarse endocrinologen het alleen nog maar erger hadden gemaakt. Maar het waren de West-Vlaamse psychiaters die hem de doodssteek hadden gegeven. Ik begreep zijn verhaal niet helemaal.
Op zijn onderbroek stond vooraan Spiderman en achteraan een web. Ik wilde hem vertellen over de vogelspin van het broertje van Axelle, maar hij legde een hand op mijn mond en verkrachtte me knullig.
Zodanig knullig dat ik het niet over mijn hart kreeg om hem te verklikken.

Op zondagen sliep mijn vader zijn roes uit. Ik nam geld uit zijn buidel en trok er alleen op uit.
Ik ging naar de Beestenmarkt. Het was een wonderlijke vochtige adembenemende lawaaierige koortsige demonische wereld waar de beesten in hun gammele kooien overduidelijk de meerderen waren van de vulgaire winderige mercantiele sadistische clowns in blauwe schorten. Ik kocht twee witte muizen en een zwart hondje. Het hondje zat vol wormen. Een lesbisch koppel nam het van me over, maar het is niet veel later toch gestorven.
Mijn moeder verkocht de muizen aan een laboratorium. Dat klinkt wreed, maar onze kat was wreder.

 

Over de auteur

Delphine Lecompte