Gepubliceerd op: maandag 17 augustus 2020

EI 230: Lucas Hirsch – Gentrificatie-pacificatie

 

Moegestreden een satirische aanklacht in de vorm van een gedicht tegen
de heersende klasse geformuleerd waarin ik voorstel arme kinderen aan de
rijken te voeren om de groeiende armoede te bestrijden. Ik doe een beschei-
den voorstel aan de blanke, blonde bikramyogabakfietsmoeder met een on-
eindige ontevredenheid op het gelaat om vrede te sluiten. Ik vraag haar of
het een daad van radicale bourgeoisie is als ze denkt dat ze overal voorrang
heeft, of de verfraaiing van de wereld voor haar alleen in het voortduwen
van blonde kinderen is gelegen, of ze vrouw is van, te veel wil hebben om
ruimte te kunnen geven. Ik vraag haar, wie fietst jou van a naar b? Waar is
vader, waar moeder, waar je managende man? Aan de hipster vraag ik, zie je
de ironie van je eigen bestaan dan niet? Met je been there done that-attitude
terwijl je niet verder dan je Instagramaccount komt. Waar is de verwonde-
ring? Irony is the killer in us all. Aan de influencer vraag ik wie je bent als je uit
emoties van anderen bestaat. Je hebt een pixelige persoonlijkheid. Welke
ik is autonoom? Ik vraag de superfoodfetisjist, ligt de daad van je radicale
burgerlijkheid in het eten van vogelvoer? In het najagen van de genatuur-
de natuur? Aan de vintagelifestylewinkelverkoopster vraag ik, waar ligt de
grens van het globaal georiënteerde kapitalisme dat je zo wuft door je win-
kel laat waaien? Waar de horizon? Aan de hip geklede managers op de vrij-
mibo vraag ik, waar is je vrije hart? Waar de geest die moet waaien? Is het ge-
lukt om het draagvlak voor experiment en vernieuwing uit de maatschappij
te managen? Past iedereen eindelijk in een org chart? Is een mens kleiner te
krijgen? Aan de reclamelui die het credo creatief kaapten, verkrachtten, het
als een gevangene van religieuze fanatici de kop afhakten, en het product als
botergeile cultuur over de globe uitsmeerden daarbij kunstenaars verstik-
kend achterlatend tot wanhoop dreven, vraag ik, wat ben je zonder MacBook
Pro? Haal eens adem. Het huizen bezittende prinsenkind vraag ik waar mijn
dochter moet wonen. Of hij geen schaamte kent. Tegen de achterdochtige
dorpeling zeg ik, wees als het piepkuiken dat zich een weg door de eischaal
pikt. Aan de kunstenaar vraag ik niets. Kunst is geen daad van burgerlijk ver-
zet. Vergeet niet dat alles kunst is vandaag de dag. Dat alle kunst vandaag
de dag vergeten wordt. Radicale bourgeoisie anno nu is doodgaan aan de
gedachte kanker te krijgen, top-down gemanagede spreadsheetobesitas,
in gentrificerende achterstandsbuurten zzp’er-laptopvergaderingen in ba-
ristabarretjes beleggen, is talkshowtafelboekenpanelprietpraat, de partici-
patiemaatschappij, de constitutionele monarchie, humanistische apathie,
bancaire zelfreguleringsmaatregelen, een oudtestamentische god is liefde
slachtpartij, fakenieuwsnieuws, vrije-uitloopeieren, schone brandstof,
deradicaliserende radicalen, euthanasie op euthanasie, calvinistisch snobis-
me, het ego dat zich als een klotsende waterzak in het lichaam manifesteert,
het noodzakelijke kwaad. Er is geen adem meer. Ik annuleer de toekomst. De
bourgeoisie is dood, lang leve de bourgeoisie!

 
____
Lucas Hirsch ontleedt in ‘Gentrificatie-pacificatie’ – op meedogenloze wijze – de ‘radicale bourgeoisie’:

‘Radicale bourgeoisie anno nu is doodgaan aan de gedachte kanker te krijgen, top-down gemanagede spreadsheetobesitas, in gentrificerende achterstandsbuurten zzp’er-laptopvergaderingen in barristabarretjes beleggen, is talkshowtafelboekenprietpraat, de participatiemaatschappij, de constitutionele monarchie, humanistische apathie, …’
Door het gebruik van soms gekke neologismen, woordstapelingen (zoals in de Duitse taal), overheerst de ironie, het sarcasme en de relativering (‘bikramyogabakfietsmoeder’, ‘vintagelifestylewinkelverkoopster’, …).

Hirsch is hard en nietsontziend. Hij omschrijft deze tekst als een ‘satirische aanklacht in de vorm van een gedicht’. Deze lange litanie is wel een heel breed uitgesponnen (proza)gedicht. Het kan ook pamflet, tirade, anti-ode of aanklacht zijn.

De titel lijkt te suggereren dat hij naar een verzoening streeft met die ‘bedreigende’ nieuwe klasse van (pseudo)linkse goedverdieners die het heft en de stad in handen nemen.
De tekst is een cumulatie van termen, verwensingen, verzuchtingen, aanklachten, …

Wat/wie IS die ‘radicale bourgeoisie’ precies? In historische termen spreken we over de bourgeoisie als de bezittende klasse, tegenover de proletariër, de niet-bezittende.
Anno 2020 is de bourgeoisie – volgens Hirsch – de zogezegde linkse goedverdienende klasse van intellectuelen, managers, digitale humanisten, …

Hij richt zich tot een aantal categorieën, bevolkingsgroepen, zoals:
De ‘influencer’, de ‘superfoodfetisjist’, de ‘hip geklede manager’, de ‘hipster’, de ‘dorpeling’, de ‘kunstenaar’, … Hij stelt hen existentiële vragen. Aan de influencer: ‘Welke ik is autonoom?’ Aan de hipster: ‘Zie je de ironie van je eigen bestaan dan niet?’ Aan de hip geklede managers: ‘Waar is je vrije hart? Waar de geest die moet waaien?’
Vooral dus die al dan niet progressieve middenklasse vormt de nieuwe voorhoede, de mensen die het gemaakt hebben, die er toe doen: zij bepalen de trends, de teneur, de heersende waarden. Zij imponeren, bezetten de steden en de digitale fora.

De teneur is dat creativiteit, originaliteit, authenticiteit gekaapt zijn door een verhipte, geglobaliseerde, ‘gemanagede’ samenleving. De kunstenaar is marginaal geworden en gerecupereerd (‘Vergeet niet dat alles kunst is vandaag de dag.’). De kunstenaar is misschien de nieuwe proletariër…

De typografie / het zetwerk van dit gedicht is niet zo overtuigend. Deze tekstmassa kan je beter wat transparanter en opener zetten. Dus niet als een monolithisch tekstblok, maar in lossere regels (wat meer ‘gedichtachtig’). Nu staat het te vol, het is een opeenstapeling van ideeën en woorden.
Als lezer kan je letterlijk niet meer ademen (nochtans: ‘haal eens adem’ en ‘er is geen adem meer’). Deze tekst is letterlijk adembenemend, bezwerend, bevragend en onthutsend.

 

 

Wu wei eet een ei
Lucas Hirsch
Uitgeverij de Arbeiderspers
ISBN 9789029540391

 

 

 

 

 

Over de auteur