Gepubliceerd op: vrijdag 26 juni 2020

EI 223: Maarten van der Graaff – Residuen

 

1. ze komt tot vierentwintig
2. andere hotelgasten
3. beletselteken
4. geschiedenis
5. van alles wat je hebt geroken wat er overbleef van iets groters
6. een deel van de inwoners van het stadje is acht jaar geleden
7. naar de spelonken vertrokken die Renate bouwde
8. net voordat ze zich schrap zet
9. omdat het vliegtuig binnen enkele seconden
10. de landingsbaan zal raken kijkt ze een moment uit over de verzameling
11. witte loodsen casino’s hotels kantoren en spiegels die de naam dragen van de
stad
waar haar dochter Renate vijftien jaar geleden naartoe is verhuisd in de slurf
12. richting de gate denkt ze dat een man achter haar zijn pas inhoudt

.
.
.

544. de wens overal en nergens te zijn niet te fixeren
545. is zoiets misdadig
546. we zullen
547. foutmelding
548. in een ander gesprek
549. belanden
550. niets blootleggen maar toegang tot gedeeld
551. denken
552. wachten tot
553. niet iedereen
554. bladert
555. het seizoen strekt zich nog vier maanden voor haar uit

 
____
Nederland in stukken: Een onheilspellende footprint van Nederland (én daarbuiten, waarom ook niet?). Eigentijds: pixel-achtig, bladerend, plukkend. Over onze overgave aan een grotere macht in de stijl die jullie het beste lijkt. In zijn kern een rapport over aliënatie in de breedste zin van het woord.

Verslag van een verbrokkelde samenleving in een verbrokkelde taal. Niettemin blijft Nederland na het lezen onveranderd dezelfde. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Waarom dan nog geschreven?
Er moet meer aan de hand zijn.

Ik lees ‘Residuen’, het vijfde en laatste deel van het boek, na vier welgevulde delen; ik houd van gevulde kaartenbakken.

1
Ik begin het te lezen zonder lees-aanwijzing. Gelukkig. Ik herken een vertelling: een moeder is op zoek naar haar dochter. Let wel, ik vergeet de getallen met . Ze voegen aan het platte verhaal niets toe. Maar ze staan er wel.

2
Zorgvuldige dichters moeten zorgvuldig gelezen worden. Daarom moet Residuen worden gelezen met getal. tekstregel, zonder hoofdletters, zonder interpunctie, zonder witregels, etc..
Residuen bestaat uit 555 genummerde regels (= unieke autoriteiten, om in de beeldtaal van de bundel te blijven). Maar waarom niet meer, of minder? Bladerend, plukkend in het dataverkeer kom ik uit bij ‘een obscure website’ (regel 459). In de numerologie is 555 een engelengetal. Jazeker. In regel 53 is er sprake van ‘een congres van spiritueel ogende types’.

Er is sprake van 5 maanden, 4 maanden, zwangerschap. Een dochter, Renate ofwel de Wedergeborene. Zij bouwt spelonken, catacomben bedoeld voor de verborgenen. Zij verdween toen haar spelonken werden opgeleverd. Enz.

Wat ik lees worden triggers voor een fenemenologisch essay over ‘Residuen’ vanuit Bijbels perspectief.
Nee.
Het gaat verder.

3
Ik herlees het eerste deel van Nederland in stukken. Dit deel heet ‘contract tussen man en een jongen’ en vertelt (net als ‘Residuen’) een “verhaal”- op het moment van zijn verkrachting door een man ziet de jongen Mont Saint-Michel. De engel Michaël wordt, naar ik begrijp, gezien als middelaar, sleutelbewaarder, bewaker van de dagelijkse ethiek, de overwinnaar van de apocalyptische eindstrijd.
Het is niet voor het eerst dat ik een heilige lees in de poëzie op een cruciaal moment.

De jongen ziet de berg: de heilige Michaël. T.S. Eliot zag in zijn donkere nacht, droog naast zijn vrouw, de heilige Johannes van het Kruis (The Hollow Men).
Wordt ‘contract tussen man en een jongen’ op deze manier gelezen, gaat de volgende vraag uit naar de diepere betekenis van ‘contract’, ‘man’, ‘een jongen’, ‘de berg’, ‘de engel’ – ‘hierna te noemen het tweede speelveld van de jongen’ (laatste regel van dit deel).

4
‘Residuen’ werd niet geschreven door een mens. Het is geen flessenpost uit de catacomben. Het is een product van een chatbot.
‘Residuen’ is een set van programma-regels voor een App.

Ik herinner me Eliza van meer dan een halve eeuw geleden. Met dit (eerste) chatbot-achtig computerprogramma wilde Joseph Weizenbaum de oppervlakkigheid van de menselijke communicatie aantonen. Hij keek over de schouder van zijn secretaresse mee, terwijl zij het programma uitprobeerde. Toen het gesprek van haar met Eliza te persoonlijk werd, wilde ze niet dat Joseph nog verder meekeek.

In ‘Residuen’ gaat dat als volgt:
’65. of de medewerkster echt het woord eenzaam heeft gebruikt of dat de software
66. nog steeds hapert’

Voor Alfred Schaffer (De Groene, 6.2.2020) doet de vorm van ‘Residuen’ denken aan werk van Lev Rubinstein, deze dichter nummerde zijn regels. ‘Residuen’ is één blok, als het al een gedicht is, dan een zonder strofes. Het procedé van Rubinstein is anders. Niet alles wat genummerd is per se van dezelfde familie. De regels in Residuen zouden als input kunnen dienen voor de ontwikkeling van een App. ‘Residuen’ lijkt meer verwant met het axiomatische werk van bijvoorbeeld Georges Perec (Die Maschiene) en het werk van Louis K. Milic (ERATO) van inmiddels alweer meer dan een halve eeuw geleden.

SLOT
Het boek staat vol buitenkanten, feitelijkheden. Nauwelijks anders dan die we dagelijks treffen op het scherm, de krant of weekbladen. Het probleem is niet de gevulde kaartenbakken. Heeft informatie in deze tijd van woekerende social media culturen nog wel betekenis?

Nederland in stukken is impliciet de navrante expositie van een enorm zingevingsprobleem.
‘Residuen’ wijst naar ons, de mens of wij, een sommige mens, naar een zorgvuldig geselecteerde (sic), naar wat niet past. We leven wegens een uitgesteld delete. Of we zijn afval na een ‘scheikundig’ proces. Elegieën zouden heel anders klinken ’20. als mensen een ander traject van verval kenden’.

Ik identificeer mijzelf met Nederland in stukken. Deze grote metafysische metafoor pleit voor de herwaardering van de afgeserveerde metafysica.

Er staat veel in Nederland in stukken. Dat kan ook niet anders – er zijn hier ook veel stukken. Maar wat er staat, moet nog geschreven worden, of niet: ‘205. de doden zijn onze docenten’.

 

 

Nederland in stukken
Maarten van der Graaff
Uitgeverij Pluim
ISBN 9789492928603

 

 

 

 

 

Over de auteur

Harry van Doveren

- publiceerde essays en vertalingen (o.a. van Robert Musil en Paul Valery) in diverse tijdschriften. Zijn eigen poëzie verscheen bij de uitgeverijen IJzer en Opwenteling. Zijn meest recente bundel, Wereldgemiddelde, verscheen bij Uitgeverij crU.