Gepubliceerd op: dinsdag 7 januari 2020

EI 198: Remco Campert – ja wat moet ik zeggen?

 

ja wat moet ik zeggen?
de nacht van mijn leven nadert
het zwart van de dood
maar elke dag verlicht
door een klein gedicht

 
____
De gedichten in de onlangs verschenen bundel Mijn dood en ik van Remco Campert zijn korte sobere penseelschetsjes over de dood. Campert is inmiddels 90 jaar en weet zijn dagen geteld. Daarbij horen geen lange, strofische bespiegelingen meer. Bovendien –zo blijkt uit de eerste versregel– twijfelt hij over wat hij nog moet zeggen. De dichter beseft dat zijn lang gegunde levensavond nagenoeg is verstreken en dat ‘de nacht van mijn leven nadert’.

Dit gedicht noemt de basale contrasten ‘nacht’ versus ‘dag’ en ‘leven’ versus ‘dood’. Daarnaast speelt de bijna-tegenstelling ‘zwart’ versus ‘-licht’. Zo ontstaan twee associatielijnen waarvan de elementen inwisselbaar lijken: ‘nacht’ – ‘zwart’ – ‘dood’ en ‘dag’ – ‘-licht’ – ‘leven’. Bij deze tweede lijn hoort, blijkens de laatste versregel, ook ‘gedicht’.
Het rijm speelt met deze tegenstellingen mee. Het assonerend middenrijm dat met zijn korte, palatale a-klanken metaalachtig hard klinkt, refereert associatief aan de koude dood. De korte, voor in de mond geproduceerde i–klanken in het eindrijm zijn daarentegen licht en luchtig van toon. Zij staan dan ook voor de lichtheid van het leven (zie daartoe de klinkerdriehoek van Hellwag).
Dit korte gedichtje laat de lezer zo de ‘verlicht’ing die het noemt voelen door de overgang van het middenrijm naar eindrijm parallel te laten lopen met de inhoudelijke contrastverschuiving.

Wanneer we vervolgens in dit kwintet het laatste woord van v4 ‘maar elke dag verlicht’ nader onder de loep leggen, blijkt dat we uit het werkwoord “verlichten” een waaier van betekenissen kunnen deduceren. Verlichten maakt door een gedicht het leven lichter (minder zwaarwichtig); geeft het leven licht (vrolijkheid); leidt tot kennis (inzicht in het ware leven); verlicht de last, zeg maar de ongemakken van het ouder worden en werpt veel geestelijke ballast als overtollig over boord. Het blijkt dat deze duidingen bij Campert in allerlei verbanden terugkeren.

Een gedicht –hoe minuscuul ook– is voor Campert licht en licht is zijn gedicht. De dichter voelt warme sympathie voor deze woorden, vanwege hun rijm natuurlijk, maar ook vanwege hun inwisselbaarheid. Hij zingt ze verderop expliciet lof toe in het kortste gedichtje in de bundel:

zo licht
het gewicht
van dit gedicht

Deze woorden sluiten naadloos aan op de inhoud en het woordgebruik van het in de aanhef geciteerde gedicht. Ze omvatten in slagrijm drie versregels met slechts zeven woorden die samen niet eens een zin vormen. Het is een ellips, een gecastreerde zin waarvan we toch direct begrijpen wat de dichter bedoelt. Allereerst drukken de woorden verwondering uit. Het verbaast de oude meester nog steeds dat gedichten –hoe klein ook– hem dagelijks ‘verlicht’en: doen opleven, zijn leven zin geven en de gang naar de onvermijdelijke dood lichter maken. Daarnaast hoeft ‘het gewicht van dit gedicht’ niet zwaar te zijn; licht is al genoeg. De inhoud is dan ook niet ernstig of zwaarwegend van toon.

Elke dag brandt in huize Campert voor even nog de stomp van de levenskaars, totdat die op is en de laatste flakkering dooft.

 

mijn dood en ik

 

Mijn dood en ik
Remco Campert
Uitgeverij Bezige Bij
ISBN 9789403180809

 

 

 

 

 

Over de auteur

- studeerde na zijn onderwijzersopleiding Duits (M.O.) en Nederlands (doctoraal). Hij was onder meer schoolhoofd en vervolgens leraar Duits en Nederlands.