Gepubliceerd op: dinsdag 5 november 2019

Greta Monach: pionier sound poetry

 

Greta Monach is het pseudoniem van Greta Vermeulen (1928 – 2018). Ze studeerde Nederlands in Leiden en dwarsfluit aan het conservatorium in Den Haag.

Monachs belangstelling voor poëzie, met name voor de experimentele klankpoëzie, krijgt een enorme impuls als zij in Utrecht gaat werken aan het Instituut voor Sonologie, dat zich ontwikkelt tot een vermaarde muziekstudio voor experimentele, op elektronica geschoeide muziek. Er wordt wetenschappelijk onderzoek verricht naar klankverschijnselen en de wijze waarop menselijke zintuigen daarop reageren. Componisten, technici en fysici werken er intensief samen. In dit wetenschappelijk-artistieke milieu voelt zij zich als een vis in het water.

Het instituut brengt haar in contact met (inter)nationale componisten, dichters en beeldende kunstenaars. In 1975 werkt Monach enige tijd samen met de kunstenaar Peter Struycken (1939) waaruit een expositie van computerteksten en – beelden in het Letterkundig Museum ontstaat.

Computer Structuren 2A (1970-1971) Een kunstwerk dat Peter Struycken maakte met behulp van  software van Greta Monach

Computer Structuren 2A (1970-1971)
Een kunstwerk dat Peter Struycken maakte met behulp van software van Greta Monach

 

In 1973 is zij een van de 16 uitverkoren dichters die door de Amerikaanse taalkundige en klankpoëziepionier Richard Bailey wordt uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan zijn in kleine kring bekende bloemlezing Computer Poems. In dat jaar verschijnt bij Samsom Uitgeverij ook Monachs bundel Compoëzie. Naast klankpoëzie bevat deze bundel een verantwoording van haar auditieve, visuele en atonale poëzie.

De scene van de sound poetry is klein en nationaal krijgt haar werk weinig aandacht, laat staan waardering. Het deert haar niet. Onverdroten gaat ze verder met experimenteren en creëren. Internationaal is er meer aandacht. Ze treedt onder meer op tijdens avantgardistische, postmodernistische festivals in New York, Lissabon, Toronto en Berlijn. Na het International Sound Poetry Festival in Toronto (1978) verschijnt Sound Poetry: A Catalogue met bijdragen van alle festivaldichters en een uitgebreide inleiding. Het biedt een goed overzicht van de Sound Poetry. Greta Monach draagt een fonergon bij en schrijft een bladzijde over de achtergrond van haar werk.

Halverwege de jaren ’70 komt Monach met haar eerste grote project: Automaterga, waarin ze muziek, beeldende kunst en poëzie laat samensmelten. Het project bestaat uit een reeks (veelal met behulp van een computer gegenereerde) lettertekeningen die zij zelf kwalificeert als een creatie van experimentele poëzie: omdat die [poëzie] de traditie loslaat en erg op de klank gericht is [ … ] meer op een klankstructuur dan op de semantiek van de dingen.

 Automatergon 81-10  Luister hoe Monach dit werk verklankte in een opname samen met Paul Berg op "discarded harddisk" Your browser does not support the audio tag.


Automatergon 81-10

Luister hoe Monach dit werk verklankte in een opname samen met Paul Berg op “discarded harddisk”

 

Aanvankelijk wordt – zo meent zij – haar soundpoëzie beknot door de lengte van woorden en hun semantiek. Na enige worsteling volgt de oplossing. Ze gaat bij voorkeur gebruik maken van korte, eenlettergrepige woorden die ze ontdoet van hun betekenis. Zo belandt haar poëzie in het rijkgeschakeerde register van gedesemantiseerde woorden en spraakklanken. Gevolg daarvan is dat zij al haar aandacht kan richten op klank en vorm, op visuele soundpoëzie dus. Er volgen daarna talrijke performances en exposities in binnen- en buitenland. Soundpoëzie komt pas echt tot leven als voordracht en visualisering hand in hand gaan.

In het project Fónerga gaat Monach in haar soundpoëtische experimenten weer enkele stappen verder. Onderscheidend daarin is dat haar klankpoëzie veel verder gaat dan atonale poëzie die het loslaten van de betekenis van het woord als uiterste grens heeft. Anders dan bij pure klankpoëzie is er in geval van atonale poëzie altijd sprake van een zekere referentie aan of herkenning van betekeniselementen.

Monachs klankpoëzie kenmerkt zich door een nadrukkelijke manifestatie van pure klanken. Eén van de gevolgen daarvan is dat zij zich in de verdere ontwikkeling van haar soundpoëzie en het mondiale karakter ervan gebruik gaat maken van het Internationaal Fonetisch Alfabet. Het stelt haar in staat om klanken vast te leggen onafhankelijk van de taal van de performer.

Luister naar een uitvoering van fonergon 78-1 door Greta Monach en Martin Boot op Youtube

Luister naar een uitvoering van fonergon 78-1 door Greta Monach en Martin Boot op Youtube

 

In haar project Zwevingen gaat Monach weer een stapje verder. In haar werk krijgt de vorm, naast de klank, een steeds belangrijkere plaats toebedeeld. Het is alsof in Zwevingen klank en vorm in elkaar vervloeien. Lettersymbolen en fonemen worden door Monach gekozen om hun vorm en klankeigenschappen. Het gaat daarbij ook om visual poetry. Er ontstaan collages van losse letters die qua kleur, ordening en structuur op elkaar worden geplakt. Dan beginnen de uit punten geconstrueerde symbolen te trillen en worden ze vertaald in klank.

Zwevingen 80-5  Luister hoe Monach dit werk verklankte Your browser does not support the audio tag.

Zwevingen 80-5

Luister hoe Monach dit werk verklankte

 

Voor Monach is 2015 een belangrijk jaar. Haar werk wordt voor het eerst door anderen uitgevoerd in het Open Space Institute in Victoria, Canada. Die erkenning – ze is dan inmiddels de 85 jaar gepasseerd – geeft haar enige voldoening.

In het jaar voor haar overlijden heeft Hans Heesen een uitgebreid interview met Greta Monach over haar leven en werk.

Na haar dood wordt in haar nalatenschat ook semantische poëzie aangetroffen. Monach heeft heel haar volwassen leven ook deze meer traditionele verzen geschreven. Enkele daarvan zijn inmiddels gepubliceerd op Meander.

Op Ooteoote besteden we met enthousiasme aandacht aan het oeuvre van Greta Monach. Haar semantische gedichten, sound poetry en computerpoëzie komen ruimschoots aan de orde.

 

Over de auteur

- studeerde na zijn onderwijzersopleiding Duits (M.O.) en Nederlands (doctoraal). Hij was onder meer schoolhoofd en vervolgens leraar Duits en Nederlands.