Gepubliceerd op: vrijdag 11 oktober 2019

ZK,KZ: Bart Smout – Vlucht van de kip

 

1

De kip steelt een roeiboot en vaart de rivier af. Ze heeft genoeg van het leven in de legbatterij. De andere kippen zagen haar vertrekken maar durfden niet te volgen.

Dus zo ziet de lucht eruit, denkt de kip, en kijkt vol verwondering naar de blauwe overspanning. Ze houdt de peddels stevig vast met beide vleugels. De kip is niet achterlijk, ze heeft haar ontsnapping twee jaar lang voorbereid. In het geheim heeft ze plattegronden van de omgeving en informatieboeken over boten naar binnen gesmokkeld en bestudeerd.

 

2

Geronk van een motor, de boer heeft de achtervolging ingezet. De kip roeit en roeit maar de speedboot komt snel dichterbij. Waar moet ze naartoe? De natuur is zo onbekend dat de kip geen idee heeft wat ze moet doen. Kan ze zwemmen? Kan ze lopen over gras? En waarom zitten de bomen vol kippen, hoe komen die daar?

Een vos verlaat de oever en zwemt de kip tegemoet. Ze stopt met roeien. ‘Kom,’ zegt de vos, ‘spring op mijn rug. Eenmaal aan land breng ik je in veiligheid. Ik ken dit bos als geen ander.’

Een eerste kogel scheert rakelings langs de kip. Ze laat de peddels los en springt op de rug van de vos.

 

3

In het bos staat een kasteel van takken en bladeren. De vos haalt de brug op, sluit de poorten, neemt de kip stevig in zijn armen. Met grote ogen kijkt hij naar het gevluchte dier en likt haar vacht.

‘Hier ben je veilig,’ fluistert de vos in haar oor. ‘In dit kasteel kan de boer niet komen en uit mijn armen kan hij je niet roven. Heb je gezien hoe snel ik ben? En hoe scherp mijn tanden zijn? Niemand zal je ooit nog pijn doen.’

De kip voelt de warme adem van de vos in haar nek. Ze ligt stil, kijkt naar buiten door een kier in de muur, ziet de kippen in de bomen. Een schot weergalmt door het bos, ze knijpt haar ogen even dicht, ze wil geen bloed zien. Maar er vloeit geen bloed. De kippen in de bomen klapwieken met hun vleugels. Ze stijgen op en verdwijnen in de lucht.

 

Over de auteur

- vernoemd naar twee versregels van Jacques Hamelink, wil een voedingsbodem zijn, een podium waar opkomende auteurs zich kunnen ontwikkelen.