Gepubliceerd op: dinsdag 17 september 2019

EI 178: akim a.j. willems – ik flirtte met je moeder

 

ik flirtte met je moeder. zie je
die man daar, wees ze
met een stem vol naalden,
hij is het kind van een meisje van zestien jaar.

het lied ook dat me ademloos toehapte
toen ik mijn zingen heb afgelegd.
maar niet de dader, de blik nu op oneindig,
van het koekoeksjong dat binnen in mij brandde.

____
Wanneer zeg je ‘ik flirtte met je moeder’? Misschien als je vertelt aan een kind van de ‘moeder’ hoe jullie elkaar ontmoetten. Misschien is dat heel lang geleden, bijvoorbeeld als je de vader bent. Misschien ben je bij de ‘moeder’ en het kind thuis na een onenightstand en vertel je over gisteren. Misschien ben je al langer samen als samengesteld gezin. Misschien ben je iemand uit het verleden van de ‘moeder’ die na lange tijd weer op bezoek komt. Dat je ‘flirtte’, betekent niet dat er een liefdesrelatie is ontstaan.

En wanneer ‘wees’ de ‘moeder’ en vroeg ‘zie je die man daar’? Was dat tijdens het flirten (tegen de ‘ik’)? Of tijdens het vertellen van het verhaal over het flirten (tegen het kind)? En is ‘die man daar’ de ‘ik’? Of het kind? Of nog iemand anders? Het is niet gezegd dat de ‘ik’ een man is.
En als ‘die man daar’ ‘het kind van een meisje van zestien jaar’ is, betekent dat dan dat de moeder zerstien jaar was toen het kind geboren werd? Anders wordt het lastig qua leeftijden, behalve als het niet om mensen gaat. Maar dan zou ‘meisje’ misleidend zijn.

De eerste strofe laat verschillende tijden door elkaar lopen. Daarnaast klinkt het ongemakkelijk. Misschien wordt het verhaal ook verward verteld, omdat het pijnlijk is. Zoals de ‘stem vol naalden’ pijnlijk moet zijn.

De tweede strofe is even ongemakkelijk en pijnlijk. Maar verkent eerst muziek en kunst met ‘het lied’ en ‘mijn zingen’. (Op de achtergrond ‘meisje van zestien’ (v4) van Boudewijn de Groot.) Maar ‘het lied’ is dreigend, wordt geassocieerd met ademnood en toehappen. Het beeld van een machteloze vis op het droge, met ‘de blik nu op oneindig’.

Het zelf muziek maken (‘mijn zingen’) en de daarbij horende vreugde is voorbij. De ‘ik’ heeft dat ‘afgelegd’, ‘maar niet de dader’. Hier klinkt ook “vader” in door, maar het begint duidelijk te worden dat de ‘ik’ uit v1 waarschijnlijk niet de ‘ik’ is uit deze tweede strofe. In de tweede strofe lijkt nog steeds de ‘moeder’ aan het woord. En die is slachtoffer geworden van ‘de dader’ ‘van het koekoeksjong dat binnen in mij brandde’. Het ‘koekoeksjong’ dat in het nest van andere vogels wordt gelegd. Ook de benaming van een buitenechtelijk kind. Hier -waarschijnlijk door verkrachting- ‘binnen in’ de latere ‘moeder’ gekomen.

We kunnen ons voorstellen dat het ‘brandde’.
____

 

op de rand van het zwijgen
akim a.j. willems
Uitgeverij Vrijdag
ISBN 9789460017841

 

 

 

 

 

Over de auteur

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.