Gepubliceerd op: maandag 9 september 2019

EI 177: Martijn Benders – Het licht zwaant

 

Het licht zwaant
door de oelestille.
Mist bast tegen de grond.

keroeffer keroeffer

het stuk,
een mikado van naalden
waarin de tijd groeven morst.

 
____
De allereerste indruk: WTF! Wat gebeurt hier? Het klinkt goed, maar verder?

Daarna, als we het gedicht een eerlijke kans geven, lijkt er sprake te zijn van een soort scheppingsverhaal. ‘Het licht’ dat begint, zich gedraagt als een zwaan. (Maar aan welk aspect van een zwaan moeten we hier denken? Het witte, het majestueuze, de trouw, de krachtige vleugelslag, het dobberen op het water, het waggelen? Of gaat het vooral om de personificatie, het voorstellen van ‘het licht’ als een actief wezen? Of is het belangrijkste dat op deze manier ‘het licht’, de zwaan, en het begin met elkaar verbonden worden?) De wereld is nog onduidelijk (‘mist’), al is er wel ‘grond’. Er is eerst ‘oelestille’, een woord waarin “oerstilte” doorklinkt. Misschien is het zelfs dat woord, maar heeft het nog niet zijn huidige vorm gekregen. We zitten hier aan het begin. Daarna ontstaat geluid: de ‘mist’ maakt blijkbaar een laag geluid tegen de ‘grond’.

Is ‘keroeffer keroeffer’ dat geluid? Mij doet het vooral denken aan het gekraak van een LP voordat de muziek begint. We blijken in de tweede strofe dan ook met een ‘stuk’ te maken te hebben, en ‘naalden’, en ‘groeven’.
Mogelijk dus het begin van een muziekstuk. De eerste strofe de schepping, voordat de eigenlijke ‘tijd’ van ‘het stuk’ begint.
Maar net zo goed kan het gaan over een toneelstuk. De twee strofen zijn beeldend. Het ‘licht’, de zwaan, het gesluierde wit van de ‘mist’ tegen de donkere ‘grond’. In de tweede strofe de ‘mikado van naalden’: een krachtig, flikkerend beeld dat doet denken aan een kubistisch schilderij.

Maar we kunnen die tweede strofe juist ook heel anders lezen. Niet als een afdraaien van een vaststaand ‘stuk’. Maar juist als een proces van fragmentatie en verbinding, en het ontstaan van kunst.
Het fragment, het ‘stuk’, wordt gebundeld in meerdere ‘naalden’ en krijgt zin door de rol in een spel (‘mikado’). Daarna ‘morst’ de ‘tijd’ ‘groeven’: die ‘groeven’ ontstaan door de gebeurtenissen in de ‘tijd’. Min of meer toevallig, door slordigheid, en blijkbaar lang niet allemaal, komen die ‘groeven’ bij de ‘naalden’ terecht. Pas dan kan de muziek klinken.

Slechts enkele fragmenten van de sporen die ‘de tijd’ vastlegt, worden kunst.
____

 

Baah Baaah Krakschaap / De P van Winterslaap
Martijn Benders
Uitgeverij De Kaneelfabriek
ISBN 9789083011905

 

 

 

 

 

Over de auteur

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.