Gepubliceerd op: vrijdag 6 september 2019

EI 176: Sis Matthé – rustig

 

rustig,
je bent geen instrument, niet

te vatten in een handomdraai, tenzij
je naar de keel wordt gegrepen, dan

duik je weg,
verstaan?

 
____
Wat valt er over dit korte, titelloze gedicht uit de debuutbundel van de Vlaamse dichter-muzikant, Sis Matthé, te zeggen? Opvallend is allereerst de naar symmetrie neigende vorm. Het vers begint met één enkel woord, rekt zich in medio uit tot een piek en trekt zich daarna weer terug. Wanneer we het gedicht in zijn geheel 90 graden naar rechts draaien, herkennen we – wat we in de statistiek noemen – een frequentiepolygoon, die in zijn volmaakte vorm bekend staat als de kromme van Gauss of normale verdeling. Kan de lezer de polygoon misschien interpreteren als een omen? Een voorteken dat middengesteldheid, het dynamische evenwicht tussen extreme, tegengestelde emoties, in deze wereld niet bestaat? Dat te veronderstellen ligt echter niet voor de hand, hoewel …

In het oog springend is vervolgens de interpunctie. In de versregels 2 t/m 4 staat tussen het voorlaatste en laatste woord steeds een komma. Hierdoor krijgt het laatste woord van deze drie versregels zowel metrisch als semantisch extra aandacht.

In v2 wordt door middel van het bijwoord ‘niet’ een these benadrukt, namelijk dat de aangesprokene onder geen beding ‘te vatten /is/ in een handomdraai’. Er moet juist moeite worden gedaan om de aangesproken persoon ‘te vatten’. De betekenis van ‘vatten’ is polyinterpretabel. Het kan betekenen: begrijpen, pakken, grijpen, aanraken of (be)tasten. Alle varianten zijn in de context van het gedicht mogelijk, waarbij ‘vatten’ in de betekenis van begrijpen de voorkeur van de recensent geniet.

In de 3e versregel krijgt het onderschikkend voegwoord ‘tenzij’ volop de aandacht. Semantisch wordt daarmee een beperking of voorbehoud gemaakt op de eerder geponeerde these. De argumentatieleer van Toulmin spreekt dan van een rebuttal of uitzondering op de these. In dit geval is de these niet geldig als de aangesprokene ‘naar de keel wordt gegrepen’.

In de 4e versregel krijgt ‘dan’ de aandacht. Ook weer een onderschikkend voegwoord. De rebuttal op de stelling in v3 krijgt in relatie tot v5 een nieuwe, semantische betekenis. Er is in v4 en 5 sprake van een als–dan of oorzaak–gevolg constructie, waarbij de rebuttal in de eerste constructie, in de nieuwe constructie de oorzaak is van het gevolg in v5. Geparafraseerd komt het erop neer dat het naar de keel gegrepen worden de oorzaak (de reden) is van het gevolg, namelijk het “wegduiken”.

Een andere invalshoek om het gedicht te bekijken is het vertelperspectief. Er is sprake van een impliciete, niet met naam genoemde vertelinstantie. Deze vertelinstantie, de fictieve ik, richt zich tot een andere persoon, een expliciete jij-persoon, die verder in het gedicht niet nader wordt geduid maar die wel steeds aangesproken wordt. Er is in ieder geval sprake van twee personen. Vanuit relationeel oogpunt bezien, speelt de ik–figuur daarbij een leidende, eerder nog beschermende rol ten opzichte van de jij–figuur. Maar daar blijft het niet bij.

Er is namelijk nog een derde persoon, een impliciete hij-figuur. Dat is te lezen in de 4e versregel, waar sprake is van een passiefvorm of door-constructie. In die constructie ontbreekt het subject. Dat is dan de 3e persoon in het gedicht. De ik-figuur geeft de jij-figuur een advies wat te doen als een 3e persoon de jij-figuur ‘naar de keel grijpt’. Behalve een 3e persoon enkelvoud (m/v), kan bedoeld worden de 3e persoon meervoud: mensen in het algemeen.

We zijn nu bij de inhoud van het gedicht beland. De ik-persoon maant de aangesprokene tot rust. In de trant van: maak je niet druk, blijf klam, er is niets aan de hand. Dan volgt er een opsomming waarin de ik-persoon twee dingen zegt over de jij-figuur: (1) ‘je bent geen instrument’, geen ding waarmee iemand anders kan doen en laten wat hij wil. In het 2e lid van de opsomming zegt de ik-persoon bemoedigend: (2) ‘je bent (…) niet te vatten in een handomdraai’, d.w.z. je bent niet zo maar iemand die snel of ‘in een handomdraai’ gevat (begrepen) kan worden.

Kort samengevat behelst het gedicht mogelijkerwijs het volgende: Een ouder iemand – de impliciete ik – raadt een ander – een kind, een pupil, een kwetsbaar persoon – aan zichzelf en vooral ‘rustig’ te blijven. Deze jij-figuur verdient het met respect behandeld en benaderd te worden. Is er dan toch iemand die de jij-persoon te na komt of zoals in het vers staat: “iemand die je naar de keel grijpt”, maak dan dat je wegkomt, zoek een veilig onderkomen of houd je schuil.

Het gedicht eindigt geparafraseerd met de vraag: Heb je dat goed begrepen? Een antwoord hierop wordt niet gegeven. Maar een gevoel van bescherming en bemoediging zal geen mens kwaad doen. Het antwoord op de enige vraag in het vers mogen we dan ook stellig als bevestigend veronderstellen.
____

 

persoonlijk geraakt
Sis Matthé
Uitgeverij het balanseer
ISBN 9789079202591

 

 

 

 

 

Over de auteur

- studeerde na zijn onderwijzersopleiding Duits (M.O.) en Nederlands (doctoraal). Hij was onder meer schoolhoofd en vervolgens leraar Duits en Nederlands.