Gepubliceerd op: dinsdag 27 augustus 2019

O8: Frank Koenegracht – Epigram

 

Het onderstaande is een poging van een aandachtige lezing (wanneer schrappen we dat woord ‘closeread’ uit de Nederlandse woordenschat?) van een van de talrijke gedichten die Frank Koenegracht voorzag van de omineuze titel EPIGRAM.

De brug die de overkant niet meer haalt
moet worden getroost.
Want het is waar: de landschappen zijn daar
dieper dan hier.

Ik troost hem met verhalen over de duizeling
en het donker van zijn eigen holten.
Maar deze klimop van verhalen
heeft hem zacht en groen gemaakt en onherkenbaar.

Het is een compact en nauwkeurig gedicht. Ik zie eerst een stalen brug die nog niet af is omdat het geld op was (het nog-niet is eenvoudiger voor te stellen dan het niet-meer). Maar er zijn natuurlijk ook half ingestorte bruggen in landen waar minder geld voor infrastructuur wordt uitgegeven. Lezers uit Italië kunnen denken aan de Ponte Morandi in Genua.

De brug moet worden getroost omdat de landschappen aan de overkant ‘dieper’ zijn dan hier. We kunnen dit lezen als “Het gras is groener aan de overkant”, maar dieper is specifieker. Wat maakt een landschap diep? Kan een landschap niet juist alleen diep zijn als je er van veraf naar kijkt? De ingestorte brug weerhoudt ons ervan om het landschap in te gaan: het is dieper omdát de brug de overkant niet meer haalt. Dat spel met oorzaak en gevolg is psychologisch interessant.

Koenegracht was werkzaam als psychiater en ik kan mij voorstellen dat hij aan een patiënt dacht, die het gindse landschap als dieper ervoer zonder te beseffen dat ze daar zelf de oorzaak van was door de brug af te breken. In plaats van wederopbouw (Durcharbeiten!) wordt de brug getroost. Dat is makkelijker en gaat de pijnlijke waarheid uit de weg, dat wij de brug zelf hebben verwaarloosd.

In de tweede strofe wordt er dan getroost. “Het donker van zijn eigen holte” is prachtige taal die ook uit de psychiatrische alledag lijkt te komen. De verhalen verhullen slechts de brug en verhinderen zo de wederopbouw voorgoed doordat hij onherkenbaar is geworden.

Dit lijkt een tegenovergestelde aanpak van de psychoanalyse, die de problemen bewust/zichtbaar moet maken om ze te kunnen verwerken. Koenegracht zei in een interview over de beperking van de klassieke psychoanalyse: “Van de vroeger oppermachtige psychoanalyse ging voor mij een geweldige artistieke benauwenis uit, dat ik daar al snel uit de buurt bleef. Bang dat ik niet meer zou kunnen schrijven. Volgens die theorie zou je door psychoanalyse zodanig van je neuroses kunnen genezen, dat je je kunst kwijt raakt.”

De troostende verhalen kunnen dus zin stichten zolang de gebroken brug nog donkere holten heeft en duizelingen kan opwekken, met andere woorden, ons een existentiële ervaring kan verschaffen. Daartoe is zij echter na enige tijd niet meer in staat, omdat de verhalen hem overgroeien. Is de moraal van dit gedicht dat we op zoek moeten naar een andere brug, in de hoop ook deze in ontbinding aan te treffen, hetgeen ons in staat stelt haar met troostende verhalen de bedekken? Leidt ons al dat troostende praten uiteindelijk niet naar een oplossing, maar slechts naar nieuwere problemen die in het donker van hun holtes nieuwe betekenismogelijkheden in zich dragen?

 

Over de auteur

- Nederlandstalige schrijver van poëzie, essays en satirische vertellingen. Geboren in 1979. Woont fysiek met vrouw en dochter in Seoul, Zuid-Korea en virtueel op creativechoice.org