Gepubliceerd op: vrijdag 7 september 2018

EI 111: Paul Bogaert – Dat komt dan weer door de stevige structuur

 

Dat komt dan weer door de stevige structuur
van deze Belgische vis.
De vis groeit op in puur hemelwater.
De vis krijgt gezonde plantaardige voeding.
De vis is daardoor gezond.
Het is een zachte vis van hoge kwaliteit.
De graatloze filets
zijn voor chefs en hobbykoks een plezier om mee te werken.
De bereidingsmogelijkheden zijn eindeloos.

 
___
Als ik een gedicht uit mijn hoofd leer, dan is dat om het voor te dragen. Al is het maar aan mezelf. Ik zoek dan naar emotie in de woorden, naar de klankovereenkomsten, naar de toon die het beste bij de versregels past.

Bij dit gedicht is het twijfelachtig hoe het beste te beginnen. Het begin reageert ergens op. Iets buiten dit gedicht, maar we hebben geen idee wat. Het eerste woord krijgt nadruk, zoveel is duidelijk, maar hoe vet moeten we dat aanzetten? Heel sterke nadruk geven en een opgeblazen ‘Dat’ leeg laten lopen via de keten van d-klanken in de rest van de versregel totdat de alliteratie van ‘stevige structuur’ weer staat als een huis? Alternatief is een meer gematigde en zakelijker toon die ook wel bij de afgemeten mededelingen van dit gedicht past. Leggen we in v2 bijvoorbeeld veel nadruk op ‘Belgische’, of juist op ‘deze’? Dit gedicht prijst de ‘hoge kwaliteit’ van ‘deze Belgische vis’ aan. Het lijkt niet om een verkoper in een viskraam, visspeciaalzaak of supermarkt te gaan. Daarvoor is het taalgebruik te stijf en teveel een geschreven tekst. Het lijkt ook geen tekst uit een advertentie of reclamefolder of op de verpakking. Daarvoor loopt de tekst niet lekker genoeg. Iedere zin stopt. Misschien moeten we het zien als een bespotting van dit soort taalgebruik en kiezen we het beste een wat ondeugende en ironische toon. De mededeling in v3 nodigt daar zeker toe uit. We kunnen veel nadruk leggen op ‘puur’ om het belachelijke en pompeuze van de mededeling te tonen. Van de andere kant kunnen we ook hier kiezen voor de zakelijker toon, die hier richting de voice-over van een natuurdocumentaire gaat.

Het gedicht zelf kent een ‘stevige structuur’. Negen versregels waarvan vijf (v2-v6) achter elkaar het woord ‘vis’ in zich hebben. Dit blok is de basis van het gedicht. Daarvan beginnen drie versregels met ‘De vis’, waardoor een extra anaforische structuur ontstaat. Een graat, zo u wilt. Ook hebben v5 en v6 beide een binnenrijm van de woorden ‘vis’ en ‘is’. Het ‘daardoor’ in v5 verwijst terug naar de mededeling van v4. Door de herhaling van ‘gezond-‘ ontstaat er een extra verbinding in klank en betekenis. De versregels in dit blok eindigen in een punt.
Vier versregels vallen buiten dit blok. Naast de openingsregel zijn dat de drie slotregels van het gedicht. Tevens zijn v1/2 en v7/8 de enige twee enjambementen in het gedicht. Het blok als een soort trechter of zandloper die samenperst maar daarna weer de ruimte geeft.

Het gedicht is enorm open, omdat alle mededelingen specificiteit zoveel mogelijk vermijden. ‘De vis’ is ‘van hoge kwaliteit’, maar hetzelfde zouden we kunnen zeggen over bijvoorbeeld een auto. Over wat die ‘kwaliteit’ zou moeten inhouden komt het gedicht niet verder dan dat de vis ‘gezond’ is en ‘zacht-‘ en de ‘filets’ graatloos.

Zo hebben we aan het slot een soortgelijk probleem als aan het begin. Welke toon past er het beste bij? We wisten in het begin niet wat het was dat voor het gedicht gebeurde en waarop v1 aanhaakt. Nu, aan het einde, weten we niet wat erna komt. Het gedicht eindigt vrij letterlijk in een open einde.
We kunnen nog steeds een enthousiaste toon aanslaan en veel nadruk leggen op ‘EINdeloos’. Een zakelijke toon is hier misschien het beste om het gedicht te laten “hangen”. En zo te laten horen dat het gedicht open eindigt, dat er nog iets na moet komen. De ironische toon komt ook vanzelf om de hoek kijken omdat het woord ‘bereidingsmogelijkheden’ door zijn grote aantal lettergrepen nauwelijks serieus valt uit te spreken. Ook lijkt de ironische toon de herhaling van de ei-klank (‘-rei-‘ / ‘ein-‘) het beste te laten uitkomen.

De ‘vis’ is van levend wezen (‘groeit op’) veranderd in ‘graatloze filets’ en getuige de laatste versregel gereed voor ‘bereiding-‘. We staan dus aan het begin van het bereidingsproces, maar het is niet duidelijk welk recept gevolgd gaat worden. Misschien mogen we dat zelf weten. Het is niet moeilijk hier een verband te zien met het lezen (en misschien ook schrijven) van poëzie.
We kunnen ons dan ook afvragen wie of wat ‘de vis’ in dit gedicht eigenlijk is, of allemaal zou kunnen zijn. Onderdeel van symboliek of niet, onderdeel van een voedselketen, onderdeel van een consumptiecultuur, onderdeel van reflectie op consumptie, onderdeel van een talig systeem, onderdeel van communicatie, ….
Ja, de ‘-mogelijkheden zijn eindeloos’.
___
 
Zo kan het niet langer

Zo kan het niet langer
Paul Bogaert
Uitgeverij Polis
ISBN 978-94-6310-283-4

In deze bundel staat ook het gedicht ‘Jong en oud gebruikt’, dat eerder verscheen in onze Lage Landen Poëzie serie.

 

 

 

Over de auteur

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.