EI2: T.S. Eliot – Preludes II
De ochtend komt weer bij
In walmen van verschaald bier
Uit de straat vol zaagsel vertrapt
Door moddervoeten die zich spoeden
Naar vroege koffiestalletjes.
Tussen de andere maskers
Die de tijd weer opzet,
Denk je aan al die handen
Die vuile gordijnen ophalen
In duizend gestoffeerde kamers.
(vertaling: Paul Claes)
___
Het gedicht hangt op de tegenstelling tussen de twee strofen. Eerste strofe buiten, tweede binnen. Eerste strofe voeten, tweede handen. De eerste strofe specifiek ‘ochtend’, de tweede algemeen ’tijd’. Toch gebeurt er ook veel hetzelfde. De voeten in de eerste strofe zijn vies door modder zoals ook de rolgordijnen in de tweede strofe vuil zijn. De ‘maskers’ in de tweede strofe verhouden zich tot de ‘rolgordijnen’ zoals het ‘bier’ zich in de eerste strofe verhoudt tot de koffie. Of juist niet: het ‘bier’ is plaats aan het maken, zoals de ‘rolgordijnen’ plaats maken voor de ‘maskers’. Met het ophalen wordt de tegenstelling buiten-binnen opgeheven en worden de maskers noodzakelijk. Het keurige leven begint weer.
___
Tweetalige uitgave van Prufrock and other observations
T.S. Eliot
Vertalingen en nawoord van Paul Claes
Uitgeverij Koppernik
paperback; 64 blz.; € 15,00
ISBN 9789492313119
