Gepubliceerd op: maandag 18 februari 2013

Graag uw aandacht voor Larry Eigner

Op Jacket2 worden The Collected Poems of Larry Eigner (Stanford University Press, 2010) nog eens in herinnering gebracht. Eigner was vanaf zijn geboorte verlamd, en bracht zijn gehele leven in een rolstoel door. De getypte gedichten van Eigner vertonen raakvlakken met de visuele poëzie.

Eigner took the 8 1/2 x 11 sheets of typing paper he wrote on — for him writing was typing — as expressive space on which his machine made letters, words, and spaces at his command. (I can only imagine what he felt when he achieved even the shortest of his poems.) Unlike Wallace Stevens who could compose entire poems in his head as he walked across Hartford, Connecticut to his insurance company desk, Eigner depended on the keyboard. These volumes are, in one sense, a record of what Grenier calls the “perfect freedom,” the “whole world” that is there for the poet who works within limits, in Eigner’s case machine and typing paper. Take these as given and it’s all there if the poet has the imagination to see it. (Jacket2)

Ton van ’t Hof formuleerde destijds de typemachine-poëzie van Eigner als volgt:

Zijn gedichten kenmerken zich door veel wit, opgebroken zinsbouw en een murmelen in tweeledige zin: (1) (iets) zacht, halfluid, binnensmonds zeggen, en (2) zacht ruisen. (Ton van ’t Hof. Bekijk ook het beklijvende filmpje waarin Eigner aan het werk te zien is.)

Over de auteur