Gepubliceerd op: woensdag 5 december 2012

Oorlog, jazz en goudvissen

Het concept: een busreis in de voetsporen van Louis Paul Boon. Het moment: een grijze zaterdag, laat in november. Het gezelschap: circa veertig Vlaamse en Nederlandse literatuurminnaars van jong tot oud.

In november 1945 maakte Louis Paul Boon met een groep Belgische journalisten een bustocht door herrijzend Nederland. Van deze tocht verscheen een verslag in De Roode Vaan, getiteld ‘Holland door de vóór-ruit van de autobus heen’. Het leek het L.P. Booncentrum van de Universiteit Antwerpen en Vlaams-Nederlands Huis deBuren een mooi idee om in navolging hiervan twee literaire busreizen te organiseren onder titel ‘Met Boon op de bus’. Deel 1 vond plaats op zaterdag 24 november, deel 2 stond voor zondag 2 december op het programma. Ik werd uitgenodigd aan de eerste dag deel te nemen en er voor dit blog een verslag van te schrijven.

Omstreeks 10.30 uur vertrok de bus vanaf Brussel Centraal, die zaterdag. Reisleider en Boon-biograaf Kris Humbeeck nam het woord en introduceerde het thema van de dag: de relatie tussen het oeuvre van Louis Paul Boon en de Tweede Wereldoorlog. Die relatie is evident, zo maakte Humbeeck duidelijk. Boons oorlogservaringen (zijn mobilisatie in mei 1940, zijn krijgsgevangenschap in Fallingbostel) zijn vormend geweest voor zijn schrijverschap, en dan in de eerste plaats voor zijn beroemde roman Mijn kleine oorlog (1947).

De tweede spreker was Peter Holvoet-Hanssen, die zich voorstelde als ‘uw dichter van dienst’. Hij las enkele gedichten voor. Gedurende de dag zouden nog diverse optredens volgen.

De eerste stop was Veldwezelt (Belgisch Limburg), waar we de bunker bezochten waar Boon in mei 1940 gelegerd was. Hier werden tevens enkele passages uit Mijn kleine oorlog voorgelezen, begeleid door het luide geblaf van de waakhond van het Griekse restaurant, gevestigd in het pand waar zich anno 1940 nog een ijssalon bevond die voorkomt in Mijn kleine oorlog.

De tweede stop was het stadhuis van Maastricht. Hier werd het reisgezelschap enthousiast welkom geheten door de plaatselijke cultuurwethouder, Jacques Costongs, zelf een groot fan van Louis Paul  Boon. Tevens werd hier een lunch geserveerd.

Daarop volgde een wandeling door het gezellig drukke stadscentrum van Maastricht, naar het Pesthuys Podium, alwaar het Vlaamse theatergezelschap Het Betoog een muzikale Boon-voorstelling verzorgde, gebaseerd op Boons filmscenario De atoombom en het mannetje  met den bolheid (1946). De jazzy klanken van viool, gitaar en contrabas, in combinatie met een vurige vertelstem, leidden tot een boeiende vertoning, die goed tot zijn recht kwam in deze intieme zaal.

Hierna stapt het gezelschap de bus weer in, die vervolgens koers zette naar Nijmegen, de laatste stop van de dag. Terwijl het buiten langzaam donker werd, volgden nog verschillende voordrachten.

Gedurende de gehele dag bleek met name één passage uit Mijn kleine oorlog erg populair onder de sprekers, afkomstig uit het hoofdstuk ‘De goudvisschen’. Wanneer de vijand de bunker waar Boon is gelegerd nadert, zijn hij en zijn kameraden genoodzaakt te vluchten. Ze moeten daarbij door voornoemde ijssalon (cremerie):

We moesten dan maar vlak door de cremerie en dingen stampte met de kolf van zijn geweer het raam open er stond een kom goudvisschen achter en die rolde om. Wij kropen door het raam om aan de andere zijde de straatdeur stuk te stampen, maar almeteens dingen bleef staan en beet peinzend op zijn vingernagels, ik zag hem de bokaal nemen die tusschen het kozijn en den piedestalle was blijven hangen, hij pompte er water in en zette die weer voorzichtig op zijn plaats. En omdat ik naar hem bleef wachten bekeek hij mij woest alsof ik de hemelweetwat misdaan had. Een eind verder moesten we ons in een gracht neersmijten want zij ginder waren het kanaal over en ik dierf niet goed achterom kijken want het was daar een vlam. En in die gracht zei dingen: moest gij in die cremerie wonen en ge zoudt terugkomen van de vlucht, zoudt ge dan ook niet graag zien dat uw goudvisschen er nog stonden? Wel… waarom keekt ge dan zoo bokkig? Ik moest lachen ik was het niet die bokkig keek zei ik, het waart gijzelf.

In Nijmegen sprak Joost Rosendaal, auteur van Nijmegen ’44. Verwoesting, verdriet en verwerking (2009), over het zware bombardement dat Nijmegen op 22 februari 1944 trof en de traumatische gevolgen daarvan voor de Nijmeegse bevolking.

Tenslotte brachten Peter Holvoet-Hanssen en de Vlaamse theatermaker Johan Petit de geslaagde voorstelling Kapotte tijd, gebaseerd op een tekstcollage uit Mijn kleine oorlog, aangevuld met teksten van de Duitse schrijver Gerd Ledig. Hierin werd een duidelijke brug geslagen vanuit Boons ervaringen in WOII naar oorlogservaringen in het algemeen. Vanzelfsprekend ontbraken ook hier de jazzklanken (Louis Armstrong ditmaal) niet.

Omstreeks 21.00 uur aanvaardde het gezelschap dan de terugtocht naar Brussel. Ter verpozing werd een Boon-lied aangeheven.

Over de auteur