Gepubliceerd op: maandag 5 november 2012
Nieuws | Door Vooys

‘Het marxisme in en uit, of toch weer in?’ – Frank de Glas in Vooys

De nieuwe Vooys is uit, en in de ‘Kop van Jut’ bespreekt Frank de Glas, universitair docent literatuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht, de uiteenlopende gebruiksvormen die het marxisme sinds zijn opkomst als literaire theorie heeft gekend. Hij beschrijft hoe de theorie telkens weer nieuw leven in wordt geblazen met herinterpretaties die los lijken te staan van hoe het marxisme in de wereld buiten de academie wordt gezien:

In de jaren negentig woonde ik een promotie van een kennis bij rond een proefschrift over behandelingsmethoden voor bepaalde vormen van kanker. Het viel me op dat er over de gekozen methode van onderzoek (verschillende groepen patiënten werden gevolgd onder uiteenlopende condities) tijdens de verdediging onder de aanwezige medici zo weinig discussie was. Kennelijk was er in deze club een veel grotere consensus dan onder alfa’s over hoe je een bepaald onderzoek moet aanpakken. Het debat ging vooral over de interpretatie van de bevindingen van het onderzoek. Heel anders dus dan in de geesteswetenschappen (en in de literatuurwetenschap). Daar beroepen onderzoekers zich op tal van methoden naast elkaar.

Lees het volledige artikel op de website van Vooys.

Over de auteur

-

Displaying 1 Comments
Have Your Say
  1. Frank Keizer zegt:

    ‘Op één punt heeft de marxistische wereldvisie echt een blinde vlek vertoond. Het gaat om de miskenning van de individuele creativiteit en arbeidsethos als drijvende kracht achter menselijke zelfverwezenlijking. In zijn bekende citaat over het ’s ochtends jagen, ’s middags vissen (zie Marx en Engels 1932: 33) onderstreepte Marx dat het communisme zou afrekenen met de verwerpelijke arbeidsdeling onder het kapitalisme. Maar hij had niet voorzien hoe sterk de drang van het individu is om met eigen handen iets tot stand te brengen, zelfs wanneer dit volstrekt tegen alle economische logica en marktwetten ingaat. Marx voorzag veel, maar niet de zzp’er.’

    Om te beginnen is een term als ‘arbeidsethos’ niet neutraal, maar het resultaat van een ideologisch verbond van de protestantse ethiek en het kapitalisme, zoals de beroemde these van socioloog Max Weber luidt. Ik ben dan ook geneigd een heel andere conclusie te trekken dan Frank de Glas. Het kapitalisme heeft deze individuele creativiteit en drang tot zelfverwezenlijking eerder toegeëigend en geperfectioneerd – een inzicht dat zeker niet afwezig is in ‘de marxistische wereldvisie’: interessant is bijvoorbeeld dat meer recente marxistische analyses van de politieke economie, vooral die uit de post-autonomistische / operaistische school, nu juist betogen dat de arbeidsdeling wel degelijk is afgeschaft, zij het op een perverse manier: op de voorwaarden van het kapitaal. Volgens deze denkers (Virno, Marazzi, Negri) is een zzp’er net zo goed een werknemer, al draagt hij niet meer het gegroefde gelaat van de fabrieksarbeider, maar een hippe designbril, en werkt hij aan een lopende band waar een MacBook op staat. Een marxistische kritiek, juist op die quasi-autonome zelfverwezenlijking, is tegen die achtergrond misschien wel heel actueel.