Gepubliceerd op: zaterdag 13 oktober 2012

En neen, ik vind ’t niet aardig!

‘Acht maanden geleden hield ik in het kader van de avond van de literatuurkritiek een lezing waarin ik probeerde mijn poëtica als criticus uit de doeken te doen. Die lezing begon als volgt:

Niemand kan het nu nog ontkennen. Het globale kapitaal grijpt de crisis aan om de wurggreep waarin het de bewoners van deze planeet houdt fataal te maken: de laatste restjes van de naoorlogse sociale zekerheid zijn vermorzeld, het vermogen van nationale gemeenschappen is vergokt op de beursvloer en onze politieke leiders spreken openlijk over ‘marktconforme democratie’. Elke vorm van openlijk protest wordt weggeknuppeld en wie nog niet is vastgeketend, hoort het in slapeloze nachten in alle hoeken rammelen. ’s Ochtends vertellen we elkaar, bij de coffee to go, over onze schitterende dromen. Welke wereldvreemde dégenerés komen in een historische situatie als deze op het idee om een avond over literatuurkritiek te gaan praten?

De vraag was uiteraard retorisch. In wat volgde verdedigde ik de literatuurkritiek als discours waarin gesproken kan worden over mogelijkheden om aan de genoemde wurggreep te ontsnappen. Ik gebruikte daarbij een lang citaat van Lodewijk van Deyssel en liet zien hoe hij zich, door over een boek te schrijven, probeert te ontworstelen aan de machtsverhoudingen waaronder hij zijn bestaan gesubsumeerd zag.

Als ik de lezing nu weer doorneem, valt me mijn ronkende retoriek op. Niet dat ik het ermee oneens ben geworden: ik vind nog steeds dat literatuurkritiek bij uitstek geschikt is om te reflecteren over macht, omdat haar object, de literatuur, de vormen waarin die macht zich manifesteert zichtbaar maakt, al dan niet bewust. Maar dat neemt niet weg dat ik er enigszins van schrok woorden als ‘wurggreep’, ‘globaal kapitaal’ en ‘vastgeketend’ in de mond te hebben genomen.’

Aldus Gijsbert Pols in de laatste stelling. Over Occupy, literatuurkritiek en het alleraardigste werk van Arnon Grunberg.

Over de auteur

- Frank Keizer is dichter, vertaler, redacteur en criticus. Publiceerde in 2012 het chapbook Dear world, fuck off, ik ga golfen bij Stanza en in 2013 Rampensuites bij Perdu, een vertaling van Disaster Suites van Rob Halpern, gemaakt samen met Samuel Vriezen.