Gepubliceerd op: zondag 16 september 2012

Vertaallab 31 Arno Camenisch – 41 Kühe haben keine Hörner

Vertaallab is een serie op Ooteoote die dichters en schrijvers uit andere taalgebieden aan de lezer voorstelt. Elke aflevering minstens één gedicht, prozagedicht of prozafragment. Dat u mag vertalen, als u wilt. Graag zelfs, wat ons betreft. Post uw Nederlandse vertaling van onderstaande tekst als reactie op dit bericht.

 

*

41 Kühe haben keine Hörner, 32 haben Hörner, 9 haben grosse Hörner, 7 haben kleine Hörner, 3 haben Hornstummel und 2 sind einhörnig.

Die haben es heute gut, sagt einer der Bauern, als der Kuhhirt aus der Stube verschwunden ist. Früher sei das anders gewesen, er schenkt nach, er wisse von einer Alp, da sei ein Hirte kastriert worden. Die Bauern drehen dem Redenden unter dem Kruzifix die Köpfe zu. Schon nur ein Ei, sagt er und rührt in seinem Kaffe, mit zwei Ziegeln, zac, und weg mit dem Ei. Der laufe heute noch mit einem Ei herum. Das sei ja nichts zu vergleichen mit den Alpen heute, das heutzutage seien ja Ferien verglichen zu früher. Der Kuhhirt kommt mit dem vollen Kaffeekrug in die verrauchte Stube, so sei das gewesen. Disziplinieren, dann würden die nicht die ganze Zeit Seich machen. Er streckt dem Kuhhirten seine leer Tasse hin.

Der Senn und der Zusenn sitzen auf ihren umgebundenen Melkstühlen mit dem Kopf gegen die Kuhbäuche und gebücktem Rücken unter den Kühen, als würden sie Gold waschen. Aus den Boxen im Stall kommt Musik. Der Senn sagt, die Kühe geben mehr Milch, wenn beim Melken Musik läuft. Er steht zwischendrin auf, streckt den Rücken durch, das ist erwiesen. Der Senn flucht, wenn eine Kuh ihm den Schwanz um die Ohren jagt, weil der Kuhschwanz an den Seilen nicht gut festgebunden war. Noch schlimmer, wenn die Kuhschwänze davor in der Abflussrinne gelegen haben.

Der Schweinehirt reibt sich die Socken an den Fersen mit Shampoo ein. Er leert Wasser darüber und reibt die Fersen ein, bis sie schäumen, bevor er die Stiefel anzieht. Am Anfang drücken die Stiefel noch.

 

___

Arno Camenisch (1978, Tavanasa, Zwitserland) is dichter, prozaïst en toneelschrijver. Hij schrijft zowel in het Duits als in het Sursilvan, een van de vijf dialecten van het Reto-Romaans. In 2009 debuteerde Camenisch met Sez Ner, het eerste deel van een trilogie over het veranderende leven in het Zwitserse kanton Graubünden, waar een kaasmaker en zijn knecht, een koeherder en een varkenshoeder elkaar het leven op de berg zuur maken. Camenisch won met zijn tragikomische debuut de ZKB Schillerpreis, de Berner Literaturpreis, de Förderpreis des Kantons Graubünden en de Rätoromanischer Literaturpreis “Premi Term Bel”. In 2010 verscheen het tweede deel Hinter dem Bahnhof over een klein station in een dorp in een nauw dal. Begin dit jaar kwam het laatste deel Ustrinkata uit met verhalen rond een stamtafel waar de drank rijkelijk vloeit. Het werk van Camenisch wordt uitgegeven door Urs Engeler.

Komende week komt Arno Camenisch een paar dagen naar Nederland om uit Sez Ner voor te lezen:
op woendag 19 september in de Balie in Amsterdam, op donderdag 20 september in Theater aan de Rijn in Arnhem, en op zaterdag 22 september tijdens het ruïneuze diner op buitenplaats Berbice in Voorschoten. Zie Terras voor meer informatie.

Over de auteur

- Rozalie Hirs is redacteur van de LL-serie (Lage Landen-serie) en Vertaallab op Ooteoote. Daarnaast is zij dichter van boeken en digitale media. Zie ook www.rozaliehirs.nl.

Displaying 3 Comments
Have Your Say
  1. 41 koeien hebben geen horens, 32 hebben horens, 9 hebben grote horens, 7 hebben kleine horens, drie hebben hoornstompen en 2 hebben één hoorn.

    Ze hebben het goed tegenwoordig, zegt één van de boeren, als de koeherder uit de kamer verdwenen is. Vroeger was dat anders, hij schenkt bij, hij weet een alm, waar een herder gecastreerd werd. De boeren draaien hun hoofden naar de sprekers onder het kruis toe. Maar één ei, zegt hij en roert in zijn koffie, met twee dooiers, zac, en weg is het ei. Die loopt nu nog met één ei rond. Dat is niks vergleken met de almen tegenwoordig, vandaag de dag is het vakantie vergeleken met vroeger. De koeherder komt met de volle koffiekan in de berookte kamer, zo ging dat. Discipline, dan zouden ze er niet de hele tijd een puinhoop van maken. Hij steekt de koeherder zijn lege kopje toe.

    De kaasmaker en de knecht zitten op hun omgebonden melkkrukken met het hoofd tegen de koeienbuiken en gebukte rug onder de koeien, alsof ze goud wassen. Uit de boxen in de stal komt muziek. De kaasmaker zegt, de koeien geven meer melk, wanneer er tijdens het melken muziek klinkt. Hij staat tussendoor op, strekt zijn rug, dat is bewezen. De kaasmaker vloekt, als een koe de staart om zijn oren jaagt, omdat de koeienstaart niet goed aan het touw is vastgebonden. Nog erger, als de koeienstaarten daarvoor in de pisgeul gelegen hebben.

    De varkenshoeder wrijft zijn sokken bij de hielen met shampoo in. Hij kiept er water over en wrijft de hielen in, tot ze schuimen, voor hij de laarzen aantrekt. In het begin knellen de laarzen nog.

  2. Mooi, maar
    r. 5 naar de sprekers -> naar de spreker
    r. 6-7 ei -> kloot
    r. 6 met twee dooiers -> met twee bakstenen (!)
    r. 7 zac -> hop

  3. Eenenveertig koeien zijn hoornloos, tweeëndertig hebben hoorns, negen hebben grote, drie hebben stompjes en twee zijn er eenhoornig.

    Ze hebben het tegenwoordig goed, zegt een van de boeren, als de koeherder uit de kamer is verdwenen. Dat was vroeger wel anders. Hij schenkt bij, hij weet van een alm waar een herder gecastreerd is. De boeren wenden hun hoofd naar de sprekende onder de crucifix. Wel maar een kloot, zegt die en roert in zijn koffie. Met twee bakstenen, rats, weg was ‘ie . Hij loopt nog altijd met één kloot rond. Dat is echt niks vergeleken met de almen van tegenwoordig, tegenwoordig is het vakantie vergeleken met vroeger. De koeherder komt met een volle kan koffie de volgerookte kamer binnen, zo ging dat. Kort houden moet je ze, dan zeiken ze niet de hele tijd. Hij steekt de koeherder zijn lege mok toe.

    De kaasmaker en zijn knecht zitten op aangesnoerde melkkrukken met hun hoofden tegen koeienbuiken en met gebogen rug onder de koeien, alsof ze goud aan het wassen zijn. Uit de boxen in de stal komt muziek. De koeien geven meer melk als bij het melken de muziek aan is, zegt de kaasmaker. Hij staat tussendoor op, strekt zijn rug, dat is bewezen. Als een koe hem met zijn staart om de oren slaat, vloekt de boer, omdat de koeienstaart niet goed was vastgebonden aan het koord. Nog erger is het als koeienstaarten eerst nog in de afvoergoot hebben gehangen.

    De varkenshoeder smeert zijn sokken bij zijn hakken in met shampoo. Hij giet er water overheen, wrijft over zijn hakken tot ze schuimen en trekt dan zijn laarzen aan. In het begin knellen zijn laarzen nog.