Gepubliceerd op: woensdag 29 februari 2012

Wallace Stevens: alledaagser kan niet

Je hoeft niet per sé een exuberante, excentrieke, wereldvreemde dorpsgek te zijn om kans te maken op een groot dichterschap. Amerika’s dichter nummer 1, Wallace Stevens, bewijst het.  Elke dag wandelde hij braaf van huis naar het werk – een prozaïsche verzekeringsmaatschappij – en terug. Te voet, want een auto dat was te buitenissig. Elke dag zonder uitzondering dezelfde weg. Toen hem een professoraat werd aangeboden bedankte Stevens feestelijk. Geef mij maar de verzekeringen, zei hij. Tot lang na pensioengerechtigde leeftijd zou hij elke dag dezelfde weg naar kantoor nemen.  Een journalist van The New York Times trad in zijn sporen en maakte zich de bedenking:

“What moved me about the walk, in the end, was that he had chosen to walk at all. In a car-mad country that prides itself in being perpetually in motion, the poet made a clear and conscious decision to stop, to slow down, to burrow into his imagination. And walking had opened his eyes and ears to a place that was full of surprises. As Stevens himself put it in a poem:

“It is like a region full of intonings./It is Hartford seen in a purple light.”  (NYT)

Zouden er gelijkaardige voorbeelden van stoïcijns dichterschap in de Nederlandstalige literatuur te vinden zijn?

Over de auteur