Martin de Haan over honderdduizendmiljard gedichten van Queneau (+video)
Vertaler Martin de Haan publiceert op Terras een fragment van zijn proefschrift over een interactieve dichtbundel avant la lettre:
“In een studie over de opbouw van dichtbundels mag de bekendste, zo niet enige dichtbundel ter wereld zonder vaste opbouw natuurlijk niet ontbreken: Cent mille milliards de poèmes (1961) van Raymond Queneau, het boek dat de blijde inkomst van de Oulipo in de Franse letteren inluidde. De bundel is minder dik dan de titel doet vermoeden, dankzij een vernuftig papierbesparingsmechanisme: in plaats van honderd duizend miljard losse gedichten te schrijven heeft Queneau de versregels van tien sonnetten zodanig losgeknipt dat ze afzonderlijk kunnen worden omgeslagen en naar believen met elkaar worden gecombineerd.
Het resultaat is een potentiële verzameling van precies 100.000.000.000.000 sonnetten. Immers, voor elke regel zijn tien mogelijkheden beschikbaar, voor elke twee regels dus 10 x 10 = 102, en voor veertien regels 1014. Dat aantal is zo groot dat één lezer er volgens Queneau meer dan een miljoen eeuwen over zou doen om ze allemaal te lezen. In de praktijk betekent het dat iedere lezer zijn eigen privésonnetten en privébundel kan samenstellen: de kans op identieke combinaties is verwaarloosbaar.” >> lees verder op Terras.
Meer ook op het blog van Bart Van Loo.
