Gepubliceerd op: zondag 25 december 2011

Rodaan Al Galidi – Het normale mannetje en de grote tovenaar

Helemaal niet lang geleden en helemaal niet ver hier vandaan ging een normaal mannetje naar een tovenaar. Hij fietste langs brede rivieren die traag door oneindig laagland gaan. Hij zag rijen ondenkbaar ijle populieren en rookte een sigaret terwijl hij naar de in de geweldige ruimte verzonken boerderijen staarde.
Hij trapte tegen de wind, met de wind mee tot hij bij de tovenaar kwam.
‘Beste tovenaar’, zei het normale mannetje. ‘Ik ben maar een normaal mannetje, maar ik zou zo graag een koning willen zijn.’
‘Dat kan niet’, zei de tovenaar. ‘Je bent een normaal mannetje en normale mannetjes kunnen geen koning worden.’ Met dat antwoord nam hij geen genoegen en hij besloot naar een grotere tovenaar te gaan.
Hij stapte weer op de fiets, deed het licht aan, want het was inmiddels donker en je wist maar nooit wanneer een politieagent je staande zou houden en fietste over fietspaden, schelpenpaadjes, stoepen, zandweggetjes, langs snelwegen.
Hij fietste en fietste tot hij aankwam bij de grote tovenaar. Hij klopte op de magische deur en hoorde in de verte de echo van zijn geklop weerklinken. Hij stelde hem dezelfde vraag. De grote tovenaar zei dat hij best koning kon worden en dat dat zelfs vrij simpel was. ‘Ook voor een normale man zoals ik?’
‘Ja, ook voor iemand als jij.’
‘Kan je mij uitleggen wat ik moet doen om dat te bereiken?’
‘Als normaal mannetje verdien je geen uitleg’, zei de grote tovenaar, gaf hem een magische fles en zei dat hij in elke stad een druppel van de inhoud ervan in de tank voor drinkwater moest druppelen. Daarna zou hij koning zijn.
‘Is het gif?’, vroeg het normale mannetje.
‘Het is harder dan gif, want het verandert normale mannetjes als jij in een koning.’ Het normale mannetje ging met het flesje langs alle steden in het land. Stiekem beklom hij in de nacht de watertanks en liet er een druppel uit de magische fles in vallen. Na een tijdje veranderde alles en iedereen die wat van dat water dronk in Henk en Ingrid. Mensen, dieren, vogels, insecten, wormen, bacteriën, virussen, zelfs de rivieren, de bossen en de oceanen. Friezen, Limburgers, Amsterdammers Turken en Marokkanen. Alles en iedereen werd Henk en Ingrid. Behalve één man. Dat was het normale mannetje. Hij dronk van het kraanwater en omdat hij de enige normale man was tussen miljoenen Henk en Ingrids werd hij de koning van het land. En hij leefde nog lang en gelukkig.

© Rodaan Al Galidi

Dit verhaal werd gepubliceerd in Kluger Hans #12. Om het nummer te bestellen schrijft u 7 euro over op rekeningnummer BE24 001575070438 (BIC: GEBABEBB ) o.v.v. ‘Kluger Hans 12’. Vergeet niet uw naam en volledige adres te vermelden.

Over de auteur