’te veel zonlicht is schadelijk voor gedichten’
“Het is beslist niet zo dat Van Adrichem na Vis zijn humor verloren is. In zijn tweede bundel raakt die verstopt, is minder expliciet dan in de vaart van zijn debuut het geval was. ‘slikken gaat moeilijker als u liegt‘. De taal speelt onopgesmukt mee, voorzetsels en imperatieven zijn het onderwerp. ‘te veel zonlicht is schadelijk voor gedichten’, zegt de dichter. ‘zucht maar eens diep, antwoorden zijn gemaakt van zenuwen.’
Er zit een paradox in het werk van Van Adrichem. Ik vermoed maatschappijkritiek bij al die stoplappen, die gebiedende wijs. En tegelijk is die stem de lege huls. Mogelijk is Een veelvoud ervan een overgangsbundel. Zijn debuut was overrompelend, maar niet een vorm of stijl waarmee hij door kon en een heel oeuvre bouwen. Ik ben benieuwd naar hoe die andere stem die af en toe in zijn tweede bundel opduikt voluit zal klinken. Lyrischer? In het laatste gedicht Buiten verzet de dichter zich daar flink tegen. Het is een road-poem. ‘Elke tegenligger is een evenement./ Een hond steekt zijn kop uit het zijraam./ Antennes trillen in de wind.’ Veel gebeurt er niet onderweg: ‘De pluchen dobbelsteen/ aan de achteruitkijkspiegel/ werpt zich onophoudelijk.’ De dichter ontwaart een patroon: ‘lyrici willen steeds/ in dezelfde bocht/ verongelukken./ Dat is het recht van lyrici.’ >> lees de volledige bespreking van Erik Lindner over Een veelvoud ervan van Arnoud Van Adrichem op De Groene.
