Perdu brengt geheimtip Kurt Köhler
Kurt Köhler, pseudoniem van Antwerpenaar Stan Soetewey (1907-1945), is de auteur van een klein, maar wonderlijk oeuvre. In oktober verschijnt zijn Verzameld proza bij Letterenhuis/ASP, bezorgd door Matthijs de Ridder en Liesbeth Vantorre. Deze uitgave omvat de twee romans Baltazar Krull’s hart zingt maneschijn (1933) en Vade mecum voor de jonge zelfmoordenaar (1934) én het nagelaten proza, dat hier voor het eerst verschijnt. Het Verzameld proza wordt vormgegeven met veel gevoel en respect voor de oorspronkelijke uitgaven en gaat vergezeld van een uitgebreid nawoord van Matthijs de Ridder.
In de reeks De receptie presenteert Perdu een avond over Kurt Köhlers Balthazar Krull’s hart zingt maneschijn (1933). Köhler is een van de grootste geheimtips van de Nederlandse letteren. Zijn poëtische proza bezit een grote aforistische kracht, maar is sinds de jaren ’30 van de 20e eeuw nagenoeg vergeten. Dat Köhler begon als avant-gardist, maar eindigde als SS’er heeft daar vast aan bijgedragen, maar zou een herwaardering van zijn werk niet in de weg moeten staan. Morgen, 25/3 in Perdu.
Uit de verdediging van het proefschrift van Matthijs de Ridder:
“Köhler formuleerde in zijn twee meesterlijke romans een kritiek van het activisme met de heimelijke hoop om het internationalistische activisme van Van Ostaijen en consorten nieuw leven in te blazen. Zijn eigen wereldwijze personages maakten echter keer op keer de verkeerde keuzes en raakten steeds weer verstrikt in de tentakels van de Belgische staat.” Lees de volledige uiteenzetting van Matthijs de Ridder op mededelingen.

Fantastisch nieuws.
’t moet niet altijd Liz Taylor zijn
Vanaf 1942 werd de ‘Algemeene SS Vlaanderen’, waarbij Stan Soetewey ingelijfd was, ingezet voor erg brutale represailles tegen verzetslieden. Zou Soetewey zich in deze hoedanigheid schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden? Is daar eigenlijk iets over bekend?
Uw vraag valt buiten de literaire kwestie die hier aangesneden wordt. Uit de proefschriftverdediging van Matthijs de Ridder valt wel dit te lezen:
“Het activisme was misschien tekort geschoten, maar dat hoefde niet het einde te betekenen van zijn Vlaams-nationalisme. Met een traditionelere variant van de familiale metafoor in de hand vond hij in de tweede helft van de jaren dertig aansluiting bij een volks-nationalistische Vlaamse Beweging en vond hij vervolgens moeiteloos de weg naar de DeVlag en uiteindelijk zelfs de Algemene SS Vlaanderen. De ideologische fantasie had bij Köhler geleid tot ‘begripsverwarring’, zoals hij het tijdens zijn proces eufemistisch verwoordde. Een juiste analyse die om begrijpelijke redenen geen indruk maakte op de rechter.
Ook op mij maakte dit excuus geen indruk. Ik heb met mijn onderzoek althans geen excuus willen zoeken voor de soms verregaande politieke daden van deze schrijvers. Maar deze casus laat wel zien hoe dwingend en verblindend het discours kon werken, zelfs bij een zeer lucide geest als Kurt Köhler, die net als René de Clercq en Paul van Ostaijen op cruciale momenten had laten zien dat hij zeer goed wist hoe het gehanteerde discours functioneerde. Ondanks dat hij de gevaren van de verbeelde zoektocht naar het ideale Vlaanderen onderkende, dicteerde de overkoepelende activistische logica dat deze idealist die zoektocht tot het uiterste moest voeren.
Zo ontstaat dus een beeld van een literatuur die zich niet door de bezetter heeft laten verleiden tot staatsgevaarlijke praktijken, of uit opportunistische overwegingen is gezwicht voor de verleidingen van de macht,” maar van een literatuur die was doordrongen van haar taak om Vlaanderen op te stoten in de vaart der volkeren en in dat streven geen enkel middel schuwde.”
Vandaag gescoord in Kringwinkel Oostende: de herdrukken van Kurt Köhlers ‘Baltazar Krull’s hart zingt maneschijn’ en ‘Vademecum voor de jonge zelfmoordenaar’ (Uitgeverij Lotus 1978), 50 eurocent per boekje.
“Wanneer Baltazar deze gevolgtrekking gemaakt heeft treedt hij in ’n bloemenwinkel binnen en koopt daar een lelie voor ’n fantastiese prijs. Gedurende 24 uren is hij verliefd op de zeer zuivere bloem. Na 24 uren begint ook deze te verwelken. Baltazar treurt om de betrekkelikheid der zinnebeelden.”
– Baltazar Krull’s hart zingt maneschijn, p. 39 –
🙂