Hans Faverey’s punten en komma’s
Waaruit bestaat dat geweten als editeur?
“Dat je alles op alles zet om de tekst weer te geven zoals de dichter hem bedoeld heeft, de manuscripten net zolang ontcijfert tot je precies weet wat er staat of wat er zou moeten staan. En daarvoor moet je soms juist wel in de schoenen van de schrijver gaan staan. Dat ervoer ik bijvoorbeeld heel sterk bij dit gedicht, waarmee ik de nagelaten gedichtenbundeling afsluit:
Zodra ik van mij houd
kan ik van een ander houden.
Door van een ander te houden
is de afgrond in niets veranderd.
De dood bestaat niet: zelf ben ik het
die haar aanraak
Zie je? Het heeft geen punt aan het einde. Uit routine zette ik die daar in eerste instantie wel neer, maar toen ik beter las dacht ik: hij wil niet dat die er staat. Dat open einde heeft hij precies zo bedoeld. Magnifiek, toch? Wie ben ik om daar tegenin te gaan?
Dat spel met typografie speelt Faverey vaak. Komt dat dan niet ontzettend nauw?
Jazeker, dat komt verschrikkelijk nauw. Iedere komma doet ertoe, een punt bepaalt soms het hele gedicht… ”
Marita Mathijsen editeerde in 2010 de nalatenschap van de in 1990 overleden dichter Hans Faverey. (lees het interview op AB)
