Gepubliceerd op: zaterdag 12 februari 2011

Spinoy en Ann Veronica Janssens in ‘Dode Kamer’

“De bundel Dode kamer opent met een lyrische suite. Dat is onverwacht in een oeuvre waarin veel geëxperimenteerd wordt en dat veel uiteenlopende vormen kent. Niet eerder is hij als dichter zo toegankelijk en ontroerend geweest als in deze reeks.”

Erik Lindner bespreekt op De Groene Amsterdammer de recente bundel van Erik Spinoy. In de bundel zijn ook een reeks gedichten opgenomen die Erik Spinoy schreef bij het werk van Ann Veronica Janssens:

Lindners bespreking eindigt met een vergelijking met Get Out of My Mind, Get Out of this Room van Bruce Nauman:

“Een eigen kamer is iets anders dan een dode kamer. Lang in een dode kamer verblijven geeft evengoed ruimte voor onlogische gedachten, hallucinaties zou je ze haast noemen. Een verblijf in de Dode kamer van Erik Spinoy is een overweldigende ervaring.”

Zie ook Paul Demets’ bespreking op Cobra:

“Met de titel Dode kamer en met het motto dat de bundel opent, brengt hij ons bij de ‘dove kamer’, de chambre sourde van de Franse filosoof Jean-François Lyotard. Daarmee bedoelt Lyotard een ruimte die buiten de maatschappelijke werkelijkheid staat en waarin we op onszelf, op onze eigen lichamelijkheid teruggeworpen worden. En dat is dus ook een vorm van afgesneden zijn.”

En Arie van den Berg op NRC:

De duivel heeft zich alweer vernieuwd. In Dode kamer is de virtuositeit voor suggestie ingeruild – maar weer is Spinoy van regel tot regel trefzeker, en opnieuw staat de tegenstelling in haast ieder vers op scherp.

En zie ook dit interview dat Peter Wullen had met Spinoy.

Over de auteur