Gepubliceerd op: maandag 1 juli 2019

EI 163: Sayaka Osaki – Terroristen

 

het is een stille kamer.
zonder deur, maar met een raam.
daar komt iedereen door naar binnen.
daar gaat iedereen door naar buiten.
het is een groot raam.
het is een stil raam.
daarbuiten één grote zee van gras.

als de nacht valt
sluipt het slapeloze paar naar binnen
hun vochtige handen grijpen het raamkozijn
(het paar is poedelnaakt)
(insluipers zijn welkom)
(bezitters zijn ongewenst)
Adam en Eva zijn het niet
het paar gaat niet vaak in bad
en ruikt een beetje vettig
ze hebben misschien geen geld
maar de kamer kan het niet schelen
(insluipers zijn schoon)
(omdat ze naakt zijn, hè)
er is niks in de kamer, dus ze kan gerust zijn
als ze door het raam kijkt waardoor ze naar binnen kwamen
zal ze zich zeker fraai opgewonden voelen

vanuit de kamer heb je een goed uitzicht
op een stad in de verte waar ze niet woonde
op de nachtelijke hemel waarin de sterren krioelen
op de droevige, rollende wolvenogen van het paar
op een uitgestrekte zee van gras

de kamer verlangde
naar een poedelnaakt paar
naar ergens heen te gaan
de kamer voelde
(drie muren, dat is te veel)
(één raam, dat is te weinig)
ze was te beschermd geweest
(met elke spijker was dat haar net iets te diep ingeramd)

die zweetgeur, het poedelnaakte paar
gaat zo gemakkelijk naar buiten
één been over het raamkozijn
zo simpel stort je je in de wind

de kamer wanhoopt nog niet
ze vermoedt dat ze naar buiten kan
er is tenslotte een prima raam

het is een groot raam.
het is een stil raam.

(Vertaling: Ivo Smits)

____
Wat is dit eigenlijk voor ‘kamer’, ‘zonder deur, maar met een raam’? Blijkbaar niet bedoeld om binnen te gaan, anders was er wel een deur geweest. Bovendien met ‘een groot raam’: een etalage? Toch komen er blijkbaar geregeld mensen in de kamer (‘iedereen’). De kamer heeft daar geen problemen mee, zolang ze haar maar niet proberen te bezitten. Het ‘is een stille kamer’, alleen in een ‘zee van gras’, met ‘een stad in de verte’.

In het gedicht wordt de kamer gepersonificeerd. Dat wordt sterker naarmate het gedicht vordert. In de eerste strofe is er nog geen sprake van personificatie. In de tweede strofe kan de kamer dingen willen of niet, onverschillig zijn, of ‘gerust’. Aan het einde van de eerste strofe kan ze zelfs ‘opgewonden’ zijn. Ze kan verlangen, voelen, wanhopen.

Toch speelt ‘de kamer’ naast de rol van hoofdpersoon ook de rol van decor. Als ‘de nacht valt / sluipt het slapeloze paar naar binnen’. Er is een seksuele spanning in het gedicht, maar het wordt nergens expliciet. Er is een wisselwerking tussen ‘de kamer’ en ‘het paar’: de kamer biedt gelegenheid en beschutting, het paar wekt een verlangen op in de kamer. Een beetje als een verhaal tegen de achtergrond van een politieke of culturele situatie in een land. Is dat het verband waarbinnen we de titel moeten begrijpen?

Maar de ereplaats in het gedicht komt ‘het raam’ toe. Het biedt het publiek niet alleen een inkijk in de kamer. Wie de moeite wil doen, kan erdoor naar binnen klimmen. Ook werkt het voor ‘de kamer’ als ‘uitzicht’. Tevens zorgt het in strofe 5 ervoor dat de kamer hoop houdt. De manier waarop het raam in dit gedicht werkt, wekt verschillende associaties op. Bijvoorbeeld aan de vierde wand in het theater. Maar ook aan een bladspiegel: de kamer een gedicht? Of aan een permeabele celwand, die uitwisseling met de omgeving verzorgt.

Uiteindelijk gaat het gedicht over een verlangen tot verandering. Maar wat voor verandering? De kamer wil ‘naar buiten’, uit zichzelf weg. Moeten we dat spriritueel zien, een kamer die buiten zichzelf treedt? Of moeten we het zien als een seksueel verlangen? En is het dan veelzeggend dat het gender van ‘het paar’ niet genoemd wordt? Of is het een sociale verandering om minder geisoleerd te zijn, minder individualistisch? Of moeten we het als een politieke verandering zien (misschien ook om minder geisoleerd te zijn)?

Dit gedicht blinkt uit in universeel absurdisme. De kamer kan niet weg. De verandering in het gedicht voltrekt zich onderhuids, of misschien beter geformuleerd: binnenskamers. Aan het einde is ‘het poedelnaakte paar’ weer weg. Het gedicht eindigt met twee versregels die ook al in de eerste strofe stonden. Er zijn alleen wat versregels er omheen weg. Alle aandacht is gericht op het raam. En daarmee op het verlangen van de kamer. De kamer zal iets anders moeten worden dan een kamer om dat verlangen verwezenlijkt te krijgen.

‘Terroristen’ zijn mensen die geweld gebruiken vanuit een verlangen iets voor elkaar te krijgen wat in de normale gang van zaken niet kan.

____

 

Sayaka Osaki was te gast op het Poetry International festival.
Meer informatie en gedichten op de website van Poetry International.

 

Over de auteur

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.