Gepubliceerd op: zondag 26 mei 2019

R22: Lijken (begin)

 

Het bos lag bezaaid met lijken. De lijken hingen als langwerpige vreemd gegroeide vruchten in de takken, aan de veerkrachtige plantenspanten die hun val onderbroken hadden.
De lijken hielden hun ogen gesloten of wijdopen, hun monden gesloten of wijdopen, hun lichaam gesloten of wijdopen. De lijken waren bloemen en vruchten geworden die aan het bos ontbloeid waren.
De lijken lachten niet en ze mompelden niet. Ze hadden geen wapens meer en geen geslachtsdelen. Geen oren en evenmin een neus. Geen lippen en geen door huid en haar toegedekt hoofd.
Ze hadden niet eens bloed meer. Ze hingen daar alleen nog maar. Ze lagen daar alleen nog maar, opgespannen dode versierde varkens in een mateloos groen doods abattoir.
De lijken hadden toen ze nog levende lichamen waren elkaar nagezeten over takken. Ze hadden elkaar gewurgd en doodgeschoten.
Ze hadden alles gedaan wat ze met elkaar hadden kunnen doen en wat hen het gevoel gegeven had te leven, omdat het hen hongerig, angstig, bijna krankzinnig van drift maakte. Omdat het hen tot aan de hals toe volgoot met bloed. Dat hen, nadat ze zich als horzels aan elkaar vastgehecht hadden verlaten had.

—-
Lees het volledige hoofdstuk online op dbnl.

 

horzels

Over de auteur

Ranonkeljaar

- Het bijzondere boek Ranonkel verscheen in 1969. Het bestaat dus 50 jaar. Bovendien wordt de schrijver, Jacques Hamelink, in januari 80 jaar oud. Alle reden om 2019 uit te roepen tot Ranonkeljaar. Iedere week behandelen we op ooteoote.nl een hoofdstuk.