Gepubliceerd op: dinsdag 7 mei 2019

O5: Gerrit Kouwenaar – totaal witte kamer

 

De Vijftiger Gerrit Kouwenaar (1923-2014) was aanvankelijk een politiek dichter, met bijdragen in het illegale blad Parade der Profeten, maar zijn latere poëzie karakteriseer ik als ingetogen filosofische reflecties, een zoektocht naar autonome poëzie, die volgens hem “als een gesloten bol” moet zijn.

Ik lees het gedicht “totaal witte kamer”, het titelgedicht van de in 2002 bij Querido verschenen prijsbekroonde bundel (het gedicht wordt, in tegenstelling tot de bundeltitel, niet met een hoofdletter geschreven).

totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

Wat bedoelt Kouwenaar met wit? Voorzover ik zie is het een metafoor voor de afwezigheid van onderscheidingen, een grenzenloos en volmaakt eeuwig nu. Zonder onderscheidingen is er niks leesbaar. Hoe letterlijk moeten we de metafoor van de witte kamer nemen? Staan er louter witte objecten in of is zij leeg? Witte objecten zouden een schaduw hebben, die hen ‘leesbaar’ maakt.

Het tijdloze moment is een totaliteit bij Kouwenaar. De witte kamer lijkt naar het nirvana te verwijzen (hoewel Kouwenaar terughoudend was ten opzichte van het door Bert Schierbeek in Nederland salonfähig gemaakte zenboeddhisme). In “lagen, liggen, liggen blijven” zijn verleden, heden en toekomst een, maar de interessantere regel, en de reden voor dit cursiefje, is de slotregel. Het gedicht breekt plotseling af met een gedachtenstreepje.

“witter dan samen” zou betekenen dat het witte de essentie van ‘samenheid’ teniet doet. Samen kun je nooit volmaakt wit zijn, we zijn samen bij de gratie van leesbaarheid, van “taal en teken” in het jargon van Kouwenaar.

Maar er staat een komma, we hebben een komma! Witter dan wát? Het criterium voor die volmaaktheid/volledigheid blijft onbepaald. Het woord samen na de komma voelt als een liefdevolle samenzwering. Zelfs het criterium van de volmaakte witheid bepalen we samen, in een bijna volmaakt en bijna tijdloos moment.

Over de auteur

- Nederlandstalige schrijver van poëzie, essays en satirische vertellingen. Geboren in 1979. Woont fysiek met vrouw en dochter in Seoul, Zuid-Korea en virtueel op creativechoice.org