Gepubliceerd op: maandag 15 april 2019

EI 156: Gert de Jager – Winterdag

 

Op een kraakheldere windstille winterdag
met 107,2 km p/u suizen door het heelal,
met haren die niet wapperen,
terwijl ze dat wel zouden moeten doen.

____
Er gebeurt eigenlijk niets in dit gedicht. Het is ‘windstil-‘, de ‘haren’ ‘wapperen’ juist ‘niet’. Er is alleen de gedachte dat ‘ze dat wel zouden moeten doen’. Er is geen ‘ik’ of ander onderwerp die dit denkt. Er is een wetenschappelijk aandoende notatie in cijfers met een afkorting voor een eenheid van snelheid.

Het gedicht weet zo een soort verstilling te bereiken, een contemplatie, misschien zelfs een meditatie.
We zouden kunnen zeggen dat het zo stil wordt als maar kan. De beweging is minimaal, het geluid is minimaal. Dan blijft er een ‘suizen’ over, een achtergrondgeluid, maar vooral een elementair bewegen ‘door het heelal’.

Die beweging van de aarde zien we ook terug in de titel van het gedicht. De rondgang om de zon zorgt immers voor de seizoenen, waarvan ‘winder-‘ er één is. Het draaien van de aarde om de eigen as veroorzaakt in combinatie met de zon het dag-nachtritme. In dit gedicht is het ‘-dag’, hoewel dat technisch gezien ook op de hele 24 uur kan slaan.

Hoe bereikt dit gedicht die verstilling? Het opent met een overdreven lyrische, zeg maar gerust bombastische, versregel. Met twee bijvoeglijke naamwoorden en een stevige alliteratie. Daarna komt een wetenschappelijk aandoend versregel. Vervolgens komt er een observatie dat iets ‘niet’ gebeurt. Het gedicht eindigt ermee dat dit wel zou moeten gebeuren. Met dit laatste zitten we in iemands hoofd.
Het gedicht gaat zo vooral over een verwondering tussen een waarneming hoe iets is en de mening van een persoon daarover. In het bijzonder gaat het over een kosmisch fenomeen en hoe moeilijk het is om dat te relateren aan de alledaags-menselijke ervaring.

Want de menselijke maat druipt van dit gedicht af. Eerst is er dat openingsvers, waardoor we het bijna voelen vriezen en blij zijn dat de wind ons niet om de oren snijdt. Dan komt er een aanduiding van een snelheid. Hoewel de cijfers en de afkortingen een wetenschappelijkheid suggereren, is dit overduidelijk niet door een wetenschapper opgeschreven. Die schrijft voor kilometer-per-uur “km/h”, en eigenlijk doet ij dat alleen als ij de snelheid voor leken wil relateren aan een bekende snelheid. Anders gebruikt de wetenschapper meter-per-seconde (m/s). En dan die snelheid. Die is een factor 1000 te laag voor de snelheid van de aarde om de zon. Misschien is het een eenvoudige rekenfout. Misschien is de genoemde snelheid niet bedoeld om die van de aarde om de zon aan te geven. Misschien is deze snelheid die van iemand in een voertuig, zoals een auto of een trein. Als dat voertuig afgesloten is, gaan de ‘haren’ ‘niet wapperen’. Dat de gedachten daarbij uitgaan naar de baan van de aarde om de zon is niet zo gek. Ook daarbij gaan de haren niet wapperen door de “gesloten” atmosfeer. Dat je dat raar vindt, is ook heel menselijk.

Ondanks die menselijke maat, is er in het gedicht geen ‘ik’. Er is zelfs geen duidelijk vertelperspectief. Niet subjectief, niet personaal, niet auctorieel. Gevoel, feit, observatie, gedachte: het gedicht laat het allemaal egoloos toe.
Wat daarbij heel knap is: het gedicht weet het op meen vanzelfsprekende manier aan elkaar te binden. Vooral het gebruik van voorzetsels is daarbij opvallend (‘Op’, ‘met’, ‘door’, ‘met’). En ook het ‘terwijl’ in de laatste versregel. De gelijktijdigheid die dit woord aangeeft, biedt de ruimte voor een verschil tussen observatie en mening. Tegelijk benadrukt het nog maar eens hoe belangrijk het idee van tijd in dit gedicht is: seizoenen, dag-nacht ritme, snelheid, beweging.

En zo is het gedicht zelf een ‘suizen’. Een beweging zonder duidelijke beweger, een verhaal zonder duidelijke verteller. Een onpersoonlijke ervaring die iedereen persoonlijk kan ervaren.
____

 

Dieren op schaal
Gert de Jager
Uitgeverij Gaia Chapbooks
via lulu.com: PDF (gratis) of paperback
ISBN 9780244761769

 

 

 

 

 

Over de auteur

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.