Gepubliceerd op: vrijdag 25 januari 2019

EI 138: lucebert – nooit bedrogen dromen

 

‘opgeruimd arriveert de schoonmaakster
en roept goedemorgen mijnheer maar het baasje
ligt nog in diepe slaap dus zo rustig
als zij is gehaast zij heft voet en knie
tussen de zeven emmers zweet aan het voeteneind
want wie in bed droomt ik lig in bed is symbolist
en symbolisten stoft men af met vlindervleugels en list
dat is de ervaring van elke propere realist

het getal zeven is de dromer dan ook dierbaar
hij maakt er zijn hoofd mee aan als met applaus
met zevenmijlslaarzen struikelt hij over isolde of francesca
maar het is alleen beatrice die hem beweegt
che ti faccio andare die liefste met de gouden haren
en haar hoofd vol schoonmaakmiddelen loog
en wijnsteen boenwas kalk geest van zout teerzeep spog
zeven in getal zeven zingende kinderen en wenende moeders

de schedeltegel geboend geschrobd de papbaard van het bankstel
ruw weggetrokken en uit het raam op straat gesmeten
toupet voor het hoofd van de dromer chapeau
de symbolische soep hangt hem op één oor dat
is genoeg dat oor is een bougie die de droommachine
uitstekend op gang houdt al is ze door en door vet
wie al te nauwlettend oplet wordt nooit gered’

 
___
Nauwelijks verbazingwekkend is het ontbreken van interpunctie en hoofdletters in dit gedicht. Wat wel verbaast is het opgewekte, spottende en vertellende karakter. De beeldspraak is typisch Lucebertiaans.

De kunstenaar ligt in zijn atelier, dat ook in ingericht als rustruimte, te slapen. De ‘schoonmaakster’ kent de situatie en wenst hem ‘goedemorgen’. Er is een tegenstelling tussen haar werkdrift en zijn rust. Zij stapt over ‘emmers’ heen. Ze doet even denken aan de werkster van Gerrit Achterberg.
De kunstenaar ‘droomt’ ‘in bed’ en noemt zichzelf een ‘symbolist’. De ‘emmers’ lijken symbolen te worden. Het zijn er dan ook ‘zeven’.
Hierop komt de dichter in de volgende strofe uitvoerig terug. Het gaat in het symbolisme vaak om persoonlijke gevoelens die gewekt worden door onbewuste of halfbewuste gedachten. De kunstenaar mag niet zo ruw gestoord worden. De schoonmaakster zou hem moeten afstoffen ‘met vlindervleugels’ en ze zou dat op een listige manier moeten doen. Zij is een ‘realist’ en zij is uiteraard proper.

In de volgende strofe wordt de focus gericht op de ‘dromer’. Het getal ‘zeven’ is een enthousiasmerend gegeven, zoals ‘applaus’ dat kan zijn. Het verwijst naar sprookjes en mythische verhalen, zoals dat van Kleinduimpje, van Tristan en Isolde en van de Divina Commedia. Francesca is de beroemde minnares van Paolo. Maar, zegt de dichter: de kunstenaar wordt eigenlijk alleen bewogen door Beatrice, de stralende leidster. ‘ik zal je laten gaan’. Is er een speelse verwijzing naar de schoonmaakster die blond is? Zij heeft zeven ‘schoonmaakmiddelen’ in haar hoofd. Voorwaar een ontwikkelde en ijverige vrouw; een beetje ouderwets ook met haar ‘wijnsteen’.

‘Schedeltegels’ bestaan. Er zijn tegels met afbeeldingen van schedels. Hier is zo’n tegel ‘geboend’ en ‘geschrobd’ en ook het bankstel is schoongemaakt van gemorste pap. De aangekoekte pap is uit het raam gesmeten als een haarstukje.

Knap gedaan! Alle symbolen vonken in het hoofd van de ‘dromer’ en zorgen voor een doorgaande fantasie en daarbij behorende gedichten, maar je moet er niet te veel bij nadenken, anders mislukt het gedicht.

‘Maltentig’ in de titel van de bundel betekent overdreven netjes; dat past goed bij dit gedicht. De titel van de bundel is een oxymoron. De titel van het gedicht is een allusie op ‘bedrogen dromen’, die vaak een erotische betekenis hebben. ‘nooit bedrogen dromen’ is een staaltje van zelfspot.
___
 


van de maltentige losbol
lucebert
Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN 9789023447344

 

 

 

 

 

About the Author

- Dichter, prozaïst,criticus, interviewer.