Gepubliceerd op: vrijdag 18 januari 2019

EI 136: Hans Tentije – ’s nachts

 

Een bliksemflits die je de naglans van gedroomde
steden toont, hun stratenplan en hun achterland, ook al bestaan ze niet
zonder op vergeelde blauwdrukken te berusten

de hindernissen, barrières onderweg, grenzen en betonnen
of ijzeren palen met hun Buchenwaldknik
waarlangs ettelijke kilometers prikkeldraad of van dat nog vuilere
scheermesdraad waren aangebracht

en de herdershonden anders, ’s nachts, die de entrepots
bewaakten en de vergrendelde loodsen van het vergeten, terwijl diep binnenin
een tl-buis was blijven branden alsof er elk moment
aan de kade weer schepen met gerepatrieerden uit oudere
werelden konden afmeren

havenkranen roestten in hun loopsporen, de kraandrijvershuizen
werden geen van alle bemand, stilgelegd waren ook
alle transportbanden en de elevatoren, regenboogkleurige laagjes olie
dreven op kolenzwarte regenplassen –

de tijd om te bunkeren, afscheid te nemen was verstreken

 
___
De dichter Hans Tentije heeft een voorkeur voor bepaalde landschappen. Op de flap van zijn nieuwe bundel ‘Begane grond’ staat een schilderij van Peter Bes, dat goed past bij die landschappen.

In dit gedicht gaat het om ‘gedroomde steden’, die te maken hebben met oorlog: Berlijn, Warschau, Dresden. Op weg naar die steden werd je vaak tegengehouden door grenzen en hun wachters. ‘Buchenwaldknik’ is een bestaand woord. Het verwijst naar de ijzeren staanders op een hek die een knik naar de straatkant maken, waarlangs lijnen prikkeldraad gespannen zijn. De lengte van de grenzen noodzaakte tot het plaatsen van kilometers prikkeldraad, versterkt met concertina’s. ‘prikkeldraad’,
wat een zachtzinnige naam voor gruwelijke afscheidingen. ‘scheermesdraad’, dat klinkt heel wat verschrikkelijker. De wonden die dat draad teweegbrengt zijn dieper en gemener. De dichter kiest voor ‘vuilere’ en geeft daarmee de intentie aan van de machthebbers. Dan heb je ook nog de ‘herdershonden’ die smerige wonden kunnen toebrengen.

We hoeven niet alleen aan grenzen te denken tussen landen. De dichter heeft het ook over de begrenzing van havengebieden, ‘entrepots’, verzegelde douanegebieden. Denk aan verlaten gebieden waar een enkel koud licht brandt. Hij schetst of schildert een beeld van zulke grensgebieden, maar ze zijn ook metafoor voor droombeelden, opgeroepen wellicht door oude ervaringen. De lezer zal op zijn minst filmbeelden herkennen, zoals die in spionagefilms, maar ook van picturale meesterwerken van bijvoorbeeld Andrej Tarkovski of Andrzej Wajda, die de schoonheid van verval laten zien.

Het gedicht begint met een klap, een ‘bliksemflits’ en eindigt met een uitdoving. ‘bunkeren’ is een goed gekozen woord omdat het aansluit bij het beeld van de haven, maar ook het gretig innemen van ervaringen is hier voorbij en daarmee verwijst het hele gedicht naar de dood.
___
 


Begane grond
Hans Tentije
Uitgeverij De Harmonie
ISBN 9789463360654

 

 

 

 

 

About the Author

- Dichter, prozaïst,criticus, interviewer.