Gepubliceerd op: maandag 19 november 2018

EI 126: Rodaan Al Galidi – Een bij

 

Een bij landde op mijn borst
en viel dood.
Is de bloem in mij
nog steeds
giftig?

 
___
Het is een treurig gedicht.

Er zijn duidelijk twee delen. De eerste twee versregels vormen samen een zin. Die staat in de onvoltooid verleden tijd en verhaalt over een voorval: ‘een bij’ ‘viel dood’. De laatste drie versregels vormen samen ook een zin. Die staat in de onvoltooid tegenwoordige tijd en stelt een vraag: ‘is de bloem’ ‘giftig?’.

We kunnen ons afvragen hoeveel tijd er tussen deze twee zinnen zit. En of er sprake is van twee tijden, of drie.
Er kan een lange tijd tussen de twee zinnen zitten. De “ik” moet in het heden denken aan de bij die dood viel en vraagt zich daarbij af of ij ‘nog steeds’ ‘giftig’ is.
Er kan ook een korte tijd tussen de twee zinnen zitten. Het voorval met de bij doet de “ik” denken aan een ander voorval langer geleden waarvan ij zichzelf ook de schuld geeft en vraagt zich af of ij ‘nog steeds’ giftig is nu de ‘bij’ ook al ‘dood’ valt.

We kunnen ons nog een andere vraag stellen over de relatie tussen de twee zinnen. Zijn beide metaforisch, of slechts één, of geen? Was er letterlijk een ‘bij’ die ‘dood’ ‘viel’? Dat is niet erg waarschijnlijk, maar het kan. In de tweede zin lijkt de giftige ‘bloem’ in ieder geval metaforisch, tenzij de “ik” niet een mens is. Maar dan zou ‘mijn borst’ in v1 weer een metafoor zijn. Misschien leidt het letterlijke voorval met de ‘bij’ de “ik” tot de metafoor van de ‘bloem’. Misschien ook is de eerste zin een metaforische beschrijving van een voorval en gaat de tweede zin mee in die metafoor.

In dit geval komt de metafoor dicht bij symboliek. Een gedicht over ‘een bij’ en ‘de bloem’ komt dicht bij het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Het verhaal dat we onze kinderen vroeger vertelden over voortplanting. Het voorval uit het verleden dat zowel door het tijdsaspect als door metaforiek “verbloemd” wordt, lijkt zo te maken te hebben met een liefdesrelatie of een kind (of allebei). Daarmee is, gezien het ‘en viel dood’ in v2, iets verkeerd gelopen.

De “ik” geeft zichzelf daarvan de schuld. Opvallend is dat de “ik” in beide zinnen passief is. De schuld ligt bij ‘de bloem in mij’, blijkbaar iets wat niet te veranderen is. Het ligt aan de aard, de in’borst’ van de “ik”. Maar had de “ik” niet iets kunnen doen om de ‘bij’ niet te laten landen?

Er is overigens een andere interpretatie mogelijk. Daarbij staat de passieve “ik” voor de hele mensheid en de ‘bloem’ voor het resultaat van groei. De ‘bij’ die ‘dood’ ‘viel’ refereert hier aan de bedreiging van de bijenpopulatie die grote gevolgen voor mens en milieu kan hebben. Het ‘giftig’ verwijst in dit verband naar pesticiden.

Nog even over de vorm van het gedicht. Beide zinnen zijn opgeschreven in afnemende verslengtes. Daarbij is v2 korter dan v3. Hierdoor krijgt het gedichtje de vorm van een halve doorsnede van een bloem, waarbij v1 als een kroonblad over het kelkblad van v3 groeit. De laatste versregel ‘giftig?’ vormt hierbij het begin van de steel.
De vraag naar de giftigheid van de kern vormt de basis van dit gedicht.
___
 


Neem de titel serieus
Rodaan Al Galidi
Uitgeverij Jurgen Maas
ISBN 9789491921490

 

 

 

 

 

About the Author

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.