Gepubliceerd op: vrijdag 16 november 2018

EI 125: Katelijne Brouwer – Luchtbegrafenis

 

Hoe je danste voor de gier die zich verveelde,
net zolang je jas uitsloeg tot hij zijn vleugels,
jij je vingers spreidde, hij zijn pennen, jij de inkt
en samen dansten jullie, ieder aan zijn eigen kant
van het hek. Hoe jullie dansten. Hoe jij schetste.

Je bent nog steeds dichtbij als ik bij de vale gieren sta
en die grote vleugels zie, hun blote nekken met koppen
die verdwijnen in het vlees van een karkas.

Hoe je dan je jas opendoet, de sleetse beige Burberry
met de geruite binnenkant. Hoe je hurkt voor het gaas,
je hoofd beweegt en wordt gezien door die ene
vale gier. Hoe je hurkt en hipt, de gier hipt
met je mee. Zo danst er niemand meer.

 
___
Wat gebeurt er in dit gedicht? Deze toch eenvoudige vraag kunnen we op meerdere nivo’s beantwoorden.

Er zijn ‘vale gieren’, er is een ‘hek’ en ‘gaas’. We lijken in een dierentuin te zijn, waar ‘vale gieren’ achter een stevige constructie van ‘gaas’ zitten. Er is een ‘je’ die ‘vingers’ heeft en een ‘jas’ draagt en die ‘schetste’. Blijkbaar is de ‘je’ een mens. Daarnaast is er ‘die ene / vale gier’ ‘die zich verveelde’ waarmee de ‘je’ een interactie heeft die de verteller beschrijft als ‘jullie dansten’.
De ‘je’ doet het natuurlijke gedrag van vogels na om reactie uit te lokken bij de ‘gier’. Die gaat dat nadoen weer nadoen. Het doel van de ‘je’ is blijkbaar om daar tekeningen van te maken (‘schetste’).

In de tweede strofe gebeuren er twee belangrijke dingen. Er komt een ‘ik’ in beeld die ook ‘bij de vale gieren’ staat. Komt dat omdat het gedrag van de ‘je’ de aandacht trok? Of waren de ‘gieren’ gewoon aan de beurt in de ronde door de dierentuin? Hoe dan ook, het gedicht schakelt in deze strofe over van de onvoltooid verleden tijd naar de onvoltooid tegenwoordige tijd. Vanaf het moment dat de ‘ik’ erbij komt, zitten we in de tegenwoordige tijd. De tegenstelling mens-natuur wordt hier benadrukt door de ‘blote nekken’ van de ‘gieren’ te noemen. Dit contrasteert met de kleding van de ‘je’ die in de andere strofen wordt genoemd.

Maar er is meer in dit gedicht dan het complexe contrast en samenspel tussen mens en natuur. We kunnen het gedicht symbolisch benaderen. De ‘gieren’ zien we als “voorboden van de dood”. We kunnen ze zien bij dieren die bijna dood zijn. Ze wachten geduldig en als het dier eenmaal dood is, eten ze van het vlees. De tweede strofe beschrijft dit gedrag. Het is deze associatie met de dood waardoor de titel beter bij het gedicht past. ‘Luchtbegrafenis’ lijkt een contradictio in terminis, want we begraven niet in de lucht maar in aarde. Slaat de ‘lucht-‘ op de mogelijkheid tot vliegen die de ‘vleugels’ geven? En wie wordt er eigenlijk begraven? Danst de ‘je’ met de Dood? Betekent dat ‘Zo danst er niemand meer’ aan het einde dat de ‘je’ dood is? Is de derde strofe een soort herinneringsvisioen dat de ‘ik’ ziet bij de ‘-begrafenis’ van de ‘je’?

En dan is er nog de dimensie van de kunst. De ‘je’ die ‘inkt’ gebruikte en ‘schetste’. Nu is “schetsen” volgens Van Dale 1 in hoofdlijnen tekenen, schilderen 2 kort beschrijven met woorden. De dans van de ‘je’ met ‘die ene vale gier’ kunnen we ook zien als de interactie tussen schrijver en lezer ‘ieder aan zijn eigen kant’. De tekst is daarbij het ‘hek’. En inderdaad kunnen we met een beetje goede wil de vorm van dit gedicht zien als een ‘hek’ op zijn kant. Slaat de ‘-begrafenis’ in deze lezing op de dood van de auteur?
Maar de vorm van het gedicht kunnen we ook zien als een vogel. De eerste en de derde strofe zijn daarbij de vleugels. De tweede strofe het lijf waarvan de middelste en langste versregel eindigt met ‘koppen’.
Het gedicht slaat zijn ‘vleugels’ uit, zoals de ‘gier’ deed en zoals de ‘je’ met de ‘jas’ deed.
Het gedicht vliegt de vrije ‘lucht-‘ in waar herinnering, verbeelding, en betekenissen alle ruimte krijgen.
___
 


De maagden moeten bloeden
Katelijne Brouwer
Uitgeverij De Harmonie
ISBN 9789463360272

 

 

 

 

 

About the Author

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.