Gepubliceerd op: vrijdag 31 augustus 2018

EI110: Astrid Lampe – in de shoppingbubbel

 

in de shoppingbubbel
leer ik het gepersonaliseerde aanbod
diagonaal lezen
de fysieke winkelstraat
moet zich behelpen
met stille airco’s en luchtgordijnen die
optimaal communiceren
met het buitenklimaat
voor het gedicht is een Siberisch koude entree
juist een pre
deze tropische hitte
past niet in het pashok
waar niets wil passen
en je je slipje aan moet houden
buiten een muskietennet
om trackers af te vangen
zoek ik jou
diagonaal lees ik de verzameling kunstboeken
duizendpoten
kunnen hun bovenlijf oprichten en daar woest mee zwaaien
ik
kan met vijftien ondernemers naar Lapland
op netwerkmissie
nu het gevoelige dossier openvalt
in het licht van de daglichtzaal

 
___
Wat is een ‘shoppingbubbel’? Is dat net zoiets als de social media bubble en de dot-com bubble, dus een ‘tropische hitte’ in het economisch klimaat? Dat ‘shopping-‘ wijst ook al een economische kant op. We kunnen die ‘-bubbel’ ook zien als een soort gevangenis waaruit geen ontsnapping mogelijk is: we moeten doorgaan met ‘shopping-‘.
Daarnaast kunnen we denken aan de filterbubbel waarbij het ‘gepersonaliseerde aanbod’ van informatie ervoor zorgt dat iemand geen informatie krijgt die niet bij het eigen wereldbeeld past. Ook hier past een andere betekenis van ‘shopping-‘: naar eigen willekeur kiezen uit ‘aanbod’. Zo stond er jaren geleden in de Volkskrant de zinsnede: “geloven heeft de vorm aangenomen van shoppen op de reli-markt”.

Deze twee sporen, economie en informatie, trekken door het hele gedicht.
Zo zit de economie in de ‘winkelstraat’, de ‘trackers’ (als de beleggingsstrategie indextracker) en de ‘ondernemers’.
De informatie zit in het ‘communiceren’, ‘diagonaal lezen’ en ‘dossier’. De techniek van ‘diagonaal lezen’ wordt twee keer genoemd in het gedicht, en past helemaal in het idee van een informatiefilter en het naar eigen willekeur kiezen. Erg belangrijk is daarbij het “leesdoel”, m.a.w. waarnaar ben je op zoek in een tekst? Het gedicht is duidelijk: ‘(…) zoek ik jou’ (v17).

De twee sporen raken elkaar ook in het gedicht. Het taalgebruik van onze van economisch denken doordrenkte samenleving is promiment aanwezig. Zo lijkt een tekst als ‘stille airco’s en luchtgordijnen die / optimaal communiceren / met het buitenklimaat’ rechtstreeks uit een reclamefolder te komen. Van termen als ‘het gepersonaliseerde aanbod’ en ‘netwerkmissie’ kijken we niet meer op.
Waar de twee sporen elkaar raken, ontstaat een bezorgdheid omtrent privacy. De ‘trackers’ kunnen ook duiden op GPS trackers. En waarom is het ‘in het pashok’ eigenlijk zo dat ‘je je slipje aan moet houden’? In ieder geval is er aan het einde sprake van ‘het gevoelige dossier’ dat ‘openvalt’.
Het gedicht lijkt zelf op een ‘diagonaal lezen’-achtige manier “geshopt” te hebben in het hedendaagse taalaanbod.

Er zijn ook twee tegenstellingen belangrijk in dit gedicht. Dat zijn het ‘Siberisch koude’ versus ‘deze tropische hitte’ en binnen versus buiten.
Het binnen komt in het gedicht naar voren als ‘in de shoppingbubbel’, ‘in het pashok’ en ‘de daglichtzaal’. Het buiten als de ‘winkelstraat’, ‘het buitenklimaat’, ‘buiten een muskietennet’ en ‘naar Lapland’. Het gedicht lijkt zich niet op een eenduidige lokatie af te spelen. Zit de ‘ik’ in een winkel in ‘de fysieke winkelstraat’ ‘in het pashokje’ en checkt daar ‘in de shoppingbubbel’ het online ‘gepersonaliseerde aanbod’? Mogelijk, maar aan het einde van het gedicht doen de ‘kunstboeken’ en de ‘daglichtzaal’ een museum vermoeden.
Het ‘buitenklimaat’ verbindt de binnen-buiten tegenstelling met de warm-koud tegenstelling. We kunnen een verband zien tussen economische oververhitting en de klimatologische ‘hitte’. Het gedicht zelf verbindt het ‘Siberisch koude’ met het idee van een gedicht.

Qua vorm heeft het gedicht enkele opvallende plekken.
Zo is er het enigzins koddige eindrijm ‘entree’ / ‘pre’ zodra ‘het gedicht’ expliciet genoemd wordt. Een speelse manier om op de vormvaste traditie van de poëzie te reflecteren. En betekent de voorkeur voor het ‘Siberisch koude’ ook een voorkeur voor gedichten die niet overlopen van emotie?
Daarnaast is opvallend dat de kortste versregel van het gedicht (alleen bestaande uit het woordje ‘ik’) direct staat na de allerlangste versregel van het gedicht (‘kunnen hun bovenlijf oprichten en daar woest mee zwaaien’). Door de analogie van de zinnen waarvan deze versregels deel uitmaken, wordt de ‘ik’ verbonden en tegelijk gecontrasteerd met ‘duizendpoten’. De ene zin gaat over wat ‘duizendpoten kunnen’ en de andere over wat ‘ik kan’. Door het woordje ‘ik’ alleen op een versregel te plaatsen krijgt het veel nadruk. Dat wordt nog eens versterkt doordat de zinsconstructies in de rest van het gedicht ‘ik’ steeds achter het werkwoord plaatsen. Het ‘ik’ lijkt het diepste binnen te zijn ‘in de shoppingbubbel’. Dus binnen het economische klimaat en de alomtegenwoordige informatie-uitwisseling. Maar ook binnen dit gedicht. Gelukkig kan de ‘ik’ ‘op netwerkmissie’ om verbinding te zoeken, wie weet zelfs met de ‘jou’.
De lengte van de versregel over de ‘duizendpoten’ geeft het logge van het ‘zwaaien’ goed weer. We kunnen de afwisseling in verslengtes binnen dit gedicht ook zien als een soort ‘zwaaien’. Het is niet waarschijnlijk dat de mededeling over de ‘duizendpoten’ uit de ‘kunstboeken’ komt. Misschien uit een online of ‘fysieke’ encyclopedie?

Door alle her en der “geshopte” woorden wordt dit gedicht zelf een figuurlijke “duizendpoot”. Die zich gaat ‘oprichten’ en op een elementaire manier ‘communiceren’: door te ‘zwaaien’.
___
 


Zusterstad 2.0
Astrid Lampe
Uitgeverij Querido
ISBN 9789021412917

In deze bundel staat ook het gedicht ‘naakt schudt de pelsjager’, waarvan een eerdere versie verscheen in onze Lage Landen Poëzie serie.

 

 

 

 

 

About the Author

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.