Gepubliceerd op: maandag 13 augustus 2018

EI108: Halil Gür – ’s Avonds na het eten

 

Op zomeravonden, als het niet regent in de Rozenstraat
ga ik ’s avonds na het eten een blokje om.
Een paar stappen bij mijn huis vandaan,
is het Vondelpark mijn achtertuin.
Op het terras van het ronde, blauwe theehuis drink ik koffie met melk.
Ik luister naar het gefluit van de vogels
en naar de herinnering verborgen in de stilte.
Dan verder naar het Openlucht Theater,
waar ik kijk naar de vrolijke en fabelachtige show
van die beroemde clown Django Edwards.
Vervolgens begin ik te fantaseren,
de wind, een wijde, open zee, mijn innerlijke wereld.
De sterren zijn nog niet verdwenen.
Geluidloos roei ik naar de overkant,
van verleden naar toekomst,
zo boven, zo beneden
zo buiten, zo binnen,
in alle rust naar dat land van gelukkige mensen,
vertrouwend op het kompas van mijn kleine bootje
dat me kalmpjes daarheen brengen zal
en weer terug naar huis, over de drempel van de slaap.

(vertaling: Akkie Joosse)

 
___
Op een mooie zomeravond ‘een blokje om’. Naar het park en terug. Dat is een prettige, lome ervaring die dit gedicht goed weet over te brengen. Het vertelt over meerdere ‘zomeravonden’ maar is in het eerste deel heel specifiek over plaatsen (‘Rozenstraat’, ‘Vondelpark’, ‘blauwe theehuis’, ‘Openlucht Theater’) en een performer (‘Django Edwards’). Mogelijk gaat het hier over één specifieke avondwandeling, maar waarschijnlijker is het dat indrukken uit meerdere wandelingen hier ineen vloeien.

Tegelijk specifiek en algemeen, enkelvoudig en meervoudig. Die opheffing van tegenstellingen vinden we ook in de ervaring die het tweede deel van het gedicht beschrijft, als de ‘ik’ begint ‘te fantaseren’. Met die fantasie weet ij een toestand te bereiken waarin de tegenstellingen ‘verleden’ en ‘toekomst’, ‘boven’ en ‘beneden’, en ‘buiten’ en ‘binnen’ tegelijk geldig zijn.

De ‘stilte’ bestaat binnenin de ‘ik’, buiten is immers ‘het gefluit van de vogels’. Het is een voorbode op de ervaring waarin de ‘ik’ ‘geluidloos’ roeit. De metafoor van de ‘zee’, het roeien, en ‘mijn kleine bootje’ zorgt uiteindelijk voor het samensmelten van nog meer tegenstellingen: van fantasie en werkelijkheid, van ‘mijn innerlijke wereld’ en de buitenwereld. Het ‘kompas’ van het ‘bootje’ dat bij de ‘zee’ van de ‘binnenwereld’ hoort, brengt de ‘ik’ uiteindelijk ‘kalmpjes’ ‘terug naar huis’.

Deze fantasievolle, bijna spirituele en utopische ervaring heeft ‘alle rust’ gebracht. Het is nog maar een kleine stap om nu ‘over de drempel van de slaap’ te gaan.

Morgen weer?
___
 


Derwisj ben ik, dansende Derwisj
Halil Gür
Uitgeverij De Muze
ISBN 9789492165275

 

 

 

 

 

About the Author

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.