Gepubliceerd op: vrijdag 11 mei 2018

EI 97: Simone Atangana Bekono – (fragment)

 

‘Een chimpansee ziet voor het eerst daglicht
ze heeft borstelige wenkbrouwen
rimpelige vingers waarmee ze puzzels heeft gelegd
buizen heeft gebogen
geprobeerd heeft haar kind te beschermen
ze loopt alleen langs een rivier
geniet van het gras onder haar tenen
de wind waait door haar vacht
in het onbekende voelt zij iets werkelijks
dat aan de oude omgeving ontbrak
ik wil haar vragen naar haar ervaring van de deltawerken
hoe ontvang je deze nieuwe werkelijkheid?
zie jij structuren in de velden?
een doel in je eigen bestaan?’

 

___

De chimpansee (Pan troglodytes) is een Afrikaanse mensaap. Zijn nauwste verwant is de dwergchimpansee of bonobo (Pan paniscus). Beide chimpansees worden beschouwd als de nauwste nog levende verwanten van de mens.

(…)

Wegens hun evolutionair nauwe verwantschap met mensen worden zij vaak gebruikt voor medische en gedragsproeven, hoewel dit de laatste tijd steeds minder gebeurt en verboden is in verscheidene landen, waaronder Nederland. De mate waarin chimpansees en mensen genetisch aan elkaar gelijk zijn is een onderwerp van geschil. Opgaven van het percentage identiek DNA lopen uiteen van 94,6% tot 99,4%. De verwantschap tussen een chimpansee en een mens, is echter wel groter dan de verwantschap tussen een chimpansee en een gorilla.
(…)

Ook het gedrag van een chimpansee lijkt zeer op dat van een mens. Chimpansees zijn zeer sociale dieren, die veel moeten leren en dus ook een lange opgroeiperiode hebben. Daarnaast vormen chimpansees coalities en vrienden. Chimpansees in het wild tonen ook culturen, waar het gedrag van de ene groep verschilt van een ander. Bovendien hebben onderzoeken bewezen dat chimpansees ook empathie bezitten en zich tot op een zekere hoogte kunnen inleven in een ander.

(Wikipedia)

De ‘chimpansee’ aan het begin roept vragen op over de verhouding van de mens tot de natuur. Ook geeft het meteen een evolutionair-geschiedkundig perspectief. Deze twee aspecten worden in dit fragment in elkaar gevlochten.

De ‘chimpansee’ wordt beschreven als een mens. Ze is vrouwelijk en heeft ‘wenkbrouwen’, ‘vingers’, en ‘tenen’. Ze heeft ‘puzzels’ ‘gelegd’ – een bij uitstek menselijke bezigheid. Eigenlijk weten we alleen dat het NIET om een mens gaat door de woorden ‘chimpansee’ in v1 en ‘vacht’ in v8. Ze is zo menselijk dat de ‘ik’ haar vragen wil stellen. Niet de eenvoudigste vragen bovendien.
Het gedicht plaatst deze ‘chimpansee’ in een natuurlijke omgeving met ‘daglicht’, ‘een rivier’, ‘gras’, en ‘wind’. Als het gedicht na tien versregels ophoudt een verhaal te vertellen, wordt ineens de term ‘deltawerken’ genoemd. De ‘deltawerken’ kunnen we opvatten als een symbool voor hoe de mens de natuur bedwingt en naar ijs hand zet. De combinatie van ‘werkelijks’ (v9), ‘-werken’ (v11), en ‘werkelijkheid’ (v12) aan het einde van de versregels benadrukt het idee van maakbaarheid van de ‘werkelijkheid’.

En raakt daarmee aan het geschiedenis-aspect. Hoewel de eerste versregel expliciet een begin is (‘voor het eerst’), is er ook nadrukkelijk sprake van een voorgeschiedenis. Wat die geschiedenis precies is, wordt niet duidelijk. In ‘de oude omgeving’ van de ‘chimpansee’ was geen ‘daglicht’. Ze heeft er ‘puzzels’ ‘gelegd’, ‘buizen’ ‘gebogen’, een ‘kind’ gekregen en dat niet kunnen ‘beschermen’. Blijkbaar was ze een tijdlang samen met andere chimpansees. Zat ze in een binnenverblijf van een dierentuin met enkel kunstlicht? Zat ze in een onderzoeksinstituut waar er proeven (‘puzzels’ ‘leggen’) op of met haar gedaan werden? Waartegen wilde ze ‘haar kind’ ‘beschermen’?

Hoe onduidelijk de voorgeschiedenis ook is, het betrof een kunstmatige ‘omgeving’. Nu komt ze ‘voor het eerst’ in een natuurlijke omgeving. Dat roept de terug-naar-de-natuur gedachte op. Maar die gedachte wordt allerminst naïef uitgewerkt. De ‘oude omgeving’ (v10) contrasteert met de ‘nieuwe werkelijkheid’ (v12). Maar is die ‘nieuwe werkelijkheid’ de ‘chimpansee’ die ‘geniet’ in de vrije natuur? Of juist de ‘deltawerken’? Of worden de ‘deltawerken’ hier gebruikt om het verleden van de ‘chimpansee’ aan te duiden waarin de mens poogde haar naar ijs beeld en gelijkenis te vormen? Of hebben we hier te maken met een alternatieve ‘werkelijkheid’ en is de ‘chimpansee’ niet echt een chimpansee, maar de mens zoals de mens had kunnen zijn als ij anders geëvolueerd was?

In de eerste tien versregels vertelt het gedicht een verhaal over de chimpansee. Al meteen aan het begin blijkt dat de verteller kennis heeft van het verleden van de chimpansee (‘voor het eerst’). De chimpansee wordt evenwel aanvankelijk van buitenaf beschreven. In v7 staat ‘geniet’ en vanaf daar leren we als lezers iets over het innerlijke gevoelsleven van de chimpansee. De ervaring van de chimpansee wordt zinnerijk beschreven, de lezer wordt er deelgenoot van. Vanaf v11 lost het verhaal op in vragen. Er is een ‘ik’, blijkbaar de verteller, die de chimpansee vragen wil stellen. Het gedicht breekt zich in zelfbewustzijn los van de directe ervaring. Chimpansees hebben niet het taalvermogen, noch het zelfbewustzijn, noch de intelligentie die nodig is om de vragen van de ‘ik’ te beantwoorden. Het gaat meer om de wens, de neiging van de ‘ik’. En laten we niet vergeten: de ‘ik’ stelt de vragen toch. In dit gedicht. Misschien niet aan de chimpansee, maar aan de lezer die zich net heeft ingeleefd in de chimpansee. Niet voor niets is de ‘chimpansee’ beschreven als een mens: ze is een bijna-mens, een personage.

Het hele fragment staat tussen enkele quotes. Het is een citaat, een nadrukkelijk talig en tekstueel fenomeen. Het vormt het begin van een langer gedicht waarin dit fragment een gedicht is dat de ‘ik’ van het omsluitende gedicht leest. Ja, dat spel met tekst- en werkelijkheidslagen zit er goed in.
De versregel ‘hoe ontvang je deze nieuwe werkelijkheid?’ is dan ook een relevante vraag aan de lezer over dit fragment, dit gedicht.
___
 

hoe de eerste vonken zichtbaar waren
Simone Atangana Bekono
Uitgeverij Wintertuin i.s.m. Lebowski Publishers
ISBN 9789079571543

 

 

 

 

About the Author

Jeroen van den Heuvel

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.