Gepubliceerd op: vrijdag 6 april 2018

EI 94: Dmitri Danilov – Het kleine, het schamele

 

De zogeheten ‘jaren’ ‘gaan door’
En wat steeds en steeds interessanter wordt
Dat is al het kleine, het nietige, het schamele
Al het oninteressante, het saaie
Het alledaagse, het doodgewone
De hoofdstraat
Zoals in sommige Amerikaanse steden
Main street
Net als bij ons
De hoofdstraat, een paar evenwijdig lopende straten
En een heleboel loodrechte dwarsstraten
Van die doodgewone flatjes, grijs en grauw
Van vier verdiepingen, van drie verdiepingen
Van twee verdiepingen
Het treinstation
En het busstation
Het nieuwe station met plastic stoeltjes en kunstgras
Of het oude, met oude houten bankjes
En echt gras
Een knollentuin waar de bal overheen huppelt
Op zo’n veld kan een team
Met veel spelers met veel techniek
Niet zo goed uit de voeten
Terwijl een team
Van spelers met weinig techniek
juist goed uit de voeten kan
In de Engelse boerenkoolstijl
Over de flank voorzetten, een voorzet
Een kopbal, en misschien wel een goal
De stoffige straten
De winkel die dag en nacht open is
Alcohol tot negen uur te koop
Maar ook wel daarna
In principe, waarom ook niet
Al het kleine, het nietige
En het schamele
Doen mij meer en meer
De dingen die zomaar rondslingeren
De dingen die nergens meer voor deugen
De kleine verkreukelde bussen
En de kleine oude auto’s
Zo’n Zjigoeli uit het jaar nul
Of zo’n Moskvitsj uit Izjevsk
Slechte, vervelende boeken
Bijvoorbeeld zo’n sovjetboek
Over hoe twee sovjetsportjournalisten
‘De wijken’ ingaan
En daar zogeheten
Misstanden aan het licht brengen
Het kwaad wordt gestraft, aan het eind
Lijkt het goede te zegevieren
Dat is zo aandoenlijk
Je voelt bijna de waterlanders komen
De kleine, de zwakke
Voerbalteams
Uit de derde divisie
Of uit de districtscompetitie
Die van het district Moskou bijvoorbeeld
Wat zijn ze schattig en lief
Die schamele teams
FC Torpedo Ljoebertsy
FC Kraskovo (regio Ljoebertsy
FC Jeugd Zilveren Vijvers
FC Olimp-SKOPA (de stad Zjelesnodorozjny)
Wat een rare naam
Alsof er geen andere naam te verzinnen was
Olimp-SKOPA
Wat een rarigheid
Maar ook die rare naam
Voegt op de een of andere manier
Iets van extra sympathie of zo toe
Of zelfs, in zekere zin
Liefde
Als je dat zo mag zeggen
Een uur of drie op een bankje zitten
En dat er dan niets gebeurt
Trieste saaie vertrekken
Gangen en kamers
Was onlangs
Op een fototentoonstelling
Het project behelsde
Het fotograferen van lege, verlaten
Interieurs van een stad in Karelië
Het ziekenhuis, de polikliniek
De kleuterschool, iets van kantoren
En meer van dat soort dingen
Wat was dat toch prachtig allemaal
Je raakte niet uitgekeken
Op die prachtfoto’s
Die het saaie en alledaagse hadden vastgelegd
En nog een ander fotoproject
Een man reist kleine stadjes af
En fotografeert kleine stadions en voetbalvelden
Bespeeld door piepkleine, nietige
Voetbalteams
Koevsjinovo (district Tver)
Poljarny (district Moermansk)
Valdaj (district Novgorod)
Enzovoort
Je kunt die foto’s
Wel vijftig of honderd keer bekijken
Er staan zoveel dingen op
Die je blij maken, heel erg blij maken
Dat onze wereld
Geilt op ongewoonheid
Oorspronkelijkheid
Opzichtigheid en andere <krachtterm>
Nog mensen kent die aandacht besteden
Aan het kleine, het saaie en het gewone
Omdat niets zo interessant
En zo schitterend is als
Het kleine, het schamele
Het saaie, het gewone
Je moet alleen wel een beetje aandachtig kijken
Goed kijken
En onze alledaagse, krankzinnige werkelijkheid
Begint te stralen in onmogelijke kleuren
Of, wat je ook kunt zeggen, te schitteren
Je moet alleen wel goed kijken, aandachtig kijken
Aandachtig en goed kijken
Aandachtig en goed

28 mei 2014

 
___
De tijd verstrijkt, lijkt Dmitri Danilov te willen benadrukken met de aanhalingstekens in versregel 1 en alles wat hij (of wij) normaliter oninteressant vindt, wordt steeds boeiender. Opvallend kenmerk in het gedicht is het ontbreken van een ik-perspectief, met als gevolg dat de lezer geneigd is het gelezene ook op zichzelf te betrekken: o ja? Vind ik dat ook?
Geraffineerd.

Er volgt een uitvoerige opsomming van al dat boeiends verspreid over drieënhalve bladzijde. Je kunt het zo gek niet bedenken of het komt aan bod: de hoofdstraat, het treinstation, het busstation, het stadion, de winkel, de bussen, auto’s boeken, voetbalteams, het zitten op een bankje, vertrekken, gangen en kamers.

Waar hij is aangeland bij ’De dingen die zomaar rondslingeren’ doet Danilov me onweerstaanbaar denken aan het verhaal ‘Tranenthee’ in het Gouden Boekje van Arnold Lobel Bij uil thuis. Uil besluit een kopje tranenthee te gaan zetten en gaat, om zijn waterketel vol te krijgen, de akeligste dingen bedenken. Ik vis het boekje uit onze kinderboekenkast en lees onder andere: “Lepels die achter het fornuis zijn gevallen en die je nooit meer terugvindt[…]En potloodjes die te klein zijn geworden om vast te pakken”. Uil huilt de ketel vol tranen en geniet even later van een heerlijk kopje tranenthee.

Overigens, niet alleen de dingen zelf vindt de dichter Danilov interessant, en zoals hijzelf verderop zegt: aandoenlijk, ook de foto’s ervan kun je ‘Wel vijftig of honderd keer bekijken/Er staan zoveel dingen op/Die je blij maken, heel erg blij maken’.
Neemt hij ons, lezers, soms in het ootje?

Danilov versterkt zijn opsommingen met nogal apart en verrassend commentaar en kadert ze zo effectief in: ‘Voetbalteams/Uit de derde divisie[…]Wat zijn ze schattig en lief’. De naam Olimp-SKODA is natuurlijk wel raar ‘Maar ook die rare naam/Voegt op de een of andere manier/Iets van extra sympathie of zo toe/Of zelfs, in zekere zin/Liefde/Als je dat zo mag zeggen’.
Ironie of spot -uiteraard op de loer- blijkt geheel te ontbreken.
Nee, de dichter neemt de lezer zeker niet in het ootje, maar neemt hem daarentegen mee in zijn exuberante enumeraties van de gek genoeg boeiende sleur van het grijze dagelijkse. Knap.

An het eind van zijn gedicht schrijft Danilov dat weliswaar niets zo schitterend is als het alledaagse, maar dat je het wel moet willen zien. Het is dus zaak aandachtig te kijken (vier keer herhaald). Het is zijn dwingend devies dat je meevoert in een haast trance-achtige ervaring.
Tenslotte kun je het alleen nog maar hartgrondig met hem eens zijn. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen, vraag je je vervolgens verbaasd af, en je begint weer opnieuw te lezen. Overigens schijnen er aldus de uitgevers ook lezers te zijn die dit geschrijf compleet geouwehoer vinden.

We mogen deze poëzie ongetwijfeld zien als Danilovs post-postmodernistische reactie op de postmodernistische vrijblijvendheid in de (onder andere Russische) kunst van de laatste tientallen jaren. Het is het interessante onderzoeksobject van hoogleraar moderne letterkunde/Slavistiek, Ellen Rutten aan de UVA. Zij signaleert ook in de contemporaine Russische kunst en literatuur een al tijdens de perestroika geboren hang naar nieuwe oprechtheid en compromisloze eerlijkheid -zoals bijvoorbeeld zichtbaar wordt in de optredens van Pussy Riot en de activist Aleksej Navalny. Een reactie op de leugenachtige eis tot oprechtheid van de achtereenvolgende leiders van de revolutie van 1917.
___
 

Het saaie, het gewone
Dmitri Danilov
vertaling: Arie van der Ent
Uitgeverij Douane
ISBN 9789082723106

Lees ook de recensie van deze bundel op Tzum

 

 

 

 

 

About the Author

Jane Leusink

- schreef de dichtbundels Mos en gladde paadjes (Buddingh’ prijs 2003) Erato (2005), Er is weinig aan de lente veranderd (2008), Tot alles goed strak staat (2011) en Een grazende streep in de lucht (2015). Ze zat in de redactie van Kwam iemand in de tuin vanmiddag, hommage aan de dichter C.O. Jellema (2007) en in die van Wierde van Wierum (2010). Ze is docent aan de Schrijversvakschool Groningen (voorheen docent Spinozalyceum Amsterdam en studiebegeleider Open Universiteit).