Gepubliceerd op: vrijdag 23 maart 2018

EI 92: Joost Baars – theologie van de stoel

 

omdat de stoel niet samenvalt met de naam van de stoel

omdat de naam van de stoel alles wat niet stoel is aanwezig stelt

omdat onder de naam van de stoel het universum in zijn geheel bestaat uit wat wel en niet stoel is

omdat het noemen van namen een daad is

gaan zitten bijvoorbeeld

omdat gaan zitten de naam van de stoel bevestigt

en daarmee alles wat niet stoel is
en daarmee het universum onder de naam van de stoel

omdat de wet van het universum eindeloos vallen is

omdat lichamen vallen

omdat onder de naam van het lichaam alles voorbij het lichaam aanwezig wordt verondersteld

omdat ons bestaan belichaamd is

omdat ons belichaamde zijn het noemen is van een naam

omdat niemand zijn eigen lichaam benoemt

en onder de naam van het lichaam het vallen besloten ligt

omdat elke zoon een gebroken zoon voortbrengt

omdat taal ons bewoont en ontvalt

bevallen het eindeloos vallende lichaam zijn naam geeft

omdat in bevallen de naam van het vallen besloten ligt

omdat de naam van het vallen alles wat niet vallen is aanwezig stelt

omdat het vallen niet samenvalt met de naam van het vallen

omdat onder de naam van het vallen het universum in zijn geheel bestaat
uit wat wel en niet vallen is

omdat vallen de wet van het universum is

omdat het eindeloos vallen materie voortbrengt

stoelen bijvoorbeeld

omdat onder de naam van de stoel het eindeloos vallen vraagt om een naam

omdat een naam je ontvalt als een antwoord

als je gaat zitten
als je je zoon in je armen neemt

omdat de gebroken zoon een verrezen zoon in je mond legt

heilig zij zijn onwettige naam

 
___
Wij vallen voortdurend door een vreemde zwaartekracht.
De zwaartekracht is een aantrekkende kracht die massa’s op elkaar uitoefenen. Hoe? Dat weten we niet. Zwaartekracht is een raadsel dat de natuurkundigen ooit hopen op te lossen.
Wij vallen door de dood naar een ander universum of naar niets.

Bij een wormgat is er een vervorming van de ruimte-tijd maar nu gaat het om een doorgang naar een ander deel van de ruimte-tijd. Als een object in een wormgat terechtkomt blijft het niet aanwezig in dat deel van de ruimte-tijd maar komt het in een heel ander deel van de ruimte-tijd tevoorschijn. Dit wordt niet veroorzaakt door een grote massa, maar door de combinatie van relativistische en quantumeffecten. Aangezien er nog geen goede relativistische quantumtheorie is, is ook nog niet duidelijk of wormgaten echt kunnen bestaan en hoe ze dan precies zouden werken. Ook is niet duidelijk hoe ze zouden kunnen ontstaan en of ze wel voorkomen in het heelal.

Estelle Boelsma, kunstenares/dichteres, schrijft: “Een stoel bestaat omdat zij in een ruimte staat, en dezelfde stoel krijgt betekenis door haar plek in de ruimte en de aanwezigheid van een ander object of een persoon.” Naar aanleiding van deze uitspraak schreef Joost Baars dit gedicht.

Aporeia: een impasse, een raadsel. We vragen hoe het universum in elkaar zit, waar alles vandaan komt. Waarom? Daarom. Omdat. Is dit theologie? Godsleer?

Is dit taalfilosofie? Op het woord ‘stoel’ kun je niet zitten (Kouwenaar).
“De wereld spreekt niet. Alleen wij doen dat. De wereld kan ons, zodra wij onszelf hebben geprogrammeerd met een taal, iets doen geloven”. (Uit: Contingentie, ironie en solidariteit van Richard Rorty)

Is dit kosmologie? De wet van de entropie? We vallen naar de dood.
Joost Baars bezoekt een project van Estelle Boelsma en denkt met haar mee. Elk gedicht is uiteindelijk autobiografisch, maar ook lezen, kijken naar kunst is autobiografisch. Vandaar de zoon in dit gedicht. We bevallen (onze moeder bevalt) van een zoon, die zal vallen, zoals wij. We geven onze zoon of onze gewenste zoon een naam (die niet samenvalt met de zoon), maar hij verrijst in zijn naam uit je mond.
___
 

Binnenplaats
Joost Baars
Uitgeverij Van Oorschot
ISBN 9789028261877

 

Eerder verscheen in deze serie een bespreking van een ander gedicht uit deze bundel: ach, ganzen van de flevopolder.

 
 
 
 

About the Author

- Dichter, prozaïst,criticus, interviewer.