Gepubliceerd op: vrijdag 16 februari 2018

EI 81: Rozalie Hirs – wakkere paarden

 

voorbij de waarheid vind je wakkere paarden naast de dag
het almaar stiller dan een penpunt is en dood blijft voelen

denken vanuit het graf geklauterde kinderen tegenkomen
bij de zoveelste schreeuw tegelijk het oog de bocht omgaat

een zegel levert vastbesloten gezond de dag weer
drijft weg almaar diepte vangend in het dansende verder

geraamten die ons voorgaan bij aankomst in elke stad
mechanieken van vervoering vertonen een zondags iemandsland

neuriënd naar de vijand onverkiesbaar in een lichaam trillende
vogels kloppende hoofdpijn bezingen een blauw

veranderend niets tot een onbemand hart los sprekende
horizonversnelling naar jou toe brengt nu een buiging maakt

 
___
Rozalie Hirs zet in de meeste gedichten geen leestekens, waardoor je je kunt afvragen hoe je een zin moet lezen. We zijn gewend aan het lezen van een krant of een artikel in een tijdschrift. De zinnen zijn dan meestal syntactisch in orde.
De woorden volgen elkaar in dit gedicht op als muzieknoten in een fragmentarische compositie. De klank is van belang, ook het ritme. Dat geldt natuurlijk voor alle gedichten, jong en oud, maar bij een dichter als Hirs in het bijzonder.

Je zou kunnen denken dat de woorden zonder onderlinge en uitbouwende betekenis achter elkaar geplaatst zijn. Hoor de klanken: waarheid, paarden, naast, almaar en wakker, dag en penpunt, denken etc. Voel het ritme. Zing de woorden.
Toch is taal een betekenisvol communicatiemiddel, anders dan muziek. Ook muziek heeft betekenis, maar die kun je meestal niet in woorden vangen.
Hier gaat het om woorden en woordgroepen met een meestal nauw omschreven betekenis.

Wat betekent ‘voorbij de waarheid’? Ik zou zeggen, in het Trumpiaanse ‘post-truth’-tijdperk: de leugen, eventueel: de kletspraat, de praatjes voor de vaak, om de domme kiezer een rad voor ogen te draaien.
Daar vind je ‘wakkere paarden’: oplettende mensen die geen signaal willen missen, die alert zijn. Zij zijn ‘naast de dag’. Ze kijken er naar, worden ‘almaar stiller dan een penpunt is’. Dat is heel stil ‘en dood’. ‘voelen’ blijft daar ‘denken vanuit het graf’. Kinderen weerspreken die dood. Er wordt geschreeuwd. Het oog sterft, gaat de bocht om.

Maar ‘een zegel levert vastbesloten gezond de dag weer’. Ik moet denken aan: ‘Als Lam van God opent Hij de zegels van de boekrol. Hij toont zijn gemeente de weg voor haar verdere groei en ontwikkeling naar Gods bedoeling. Hij laat zien wat er in deze heilsopenbaring aan de orde is.’
Maar ‘dat drijft weg almaar diepte vangend in het dansende verder’. We dansen naar de afgrond. ‘geraamten die ons voorgaan bij aankomst in elke stad’. Het wordt allemaal handig en met kennis van demagogie uitgevoerd.

‘een zondags iemandsland’: verwijzing naar de rechtse dominees die deze politiek mogelijk maken. De vijand wordt belachelijk gemaakt; hij wordt onverkiesbaar, maar dat leidt allemaal tot ‘kloppende hoofdpijn’. Het leidt tot ‘een blauw // veranderend niets tot een onbemand hart los sprekende’.
We versnellen naar een toekomst en moeten buigen.

Ik stel me voor dat de dichteres hier hard om moet lachen. Ze zegt: ‘Hoe komt hij hier op?’ en ik zeg: ‘Vertel maar hoe ik het gedicht moet lezen.’
___
 

verdere bijzonderheden
Rozalie Hirs
Uitgeverij Querido
ISBN 9789021408576

 
 
 
 
 
 
 
 
 

About the Author

- Dichter, prozaïst,criticus, interviewer.