Gepubliceerd op: dinsdag 16 januari 2018

Recente Poëzierecensies – januari 2018 (1)

 

  •  
  • Bart Vonck selecteerde en vertaalde gedichten van Henri Michaux. De Volkskrant bespreekt Trage nederlaag met volle zeilen kort en vooral door voorbeelden te geven: “Op zekere dag vroeg God zich af of het niet goed zou zijn om dingen te scheppen. Ja, riepen de woorden van allen die samen God vormen, op eentje na die ‘nee’ zei. Zodoende werd de wereld geschapen. Maar de God ‘nee’ neemt wraak op de mens – want hij is het intelligentste schepsel. Dat zie je iedere dag.”
  • “Ik staar naar de blokken tekst, maar wordt al snel zenuwachtig als op de middelbare school bij wiskunde. Ik overweeg op de witte pagina’s naast de gedichten iets te doen met kleurpotlood omdat de woorden niet willen komen. Ik zie overal procent-achtige tekens, associeer x en y en wat viel er ook alweer te berekenen aan welke soort hoeken? Na twee weken begint het me langzaam te dagen dat Staarsonnetten iets met me doet. Het is een interessante filosofische vraag die onderhuids iets beweegt: wat doet pure vorm waarvan je de inhoud niet kan begrijpen met jou? Wat me eerst een nerveus gevoel gaf, neem ik nu waar als rustgevend, bevrijdend.” Meander worstelt en krijgt bewondering voor dit asemisch werk van Jürgen Smit
  • De Reactor schrijft over de nieuwe bundel van Kirill Medvedev: “In Biopolitiek, een tamelijk korte bundeling gedichten, zijn de handschoenen rond wanhoop en vertwijfeling strak aangetrokken. Deze dichter wil klappen uitdelen. (…)
    Kenmerkend voor veel van Medvedevs nieuwe poëzie is de scabreuze gewelddadigheid ervan”. Vertaling door Pieter Boulogne.
  • “De gedichten van Van Geemert zijn universeel. Dat komt niet alleen door zijn thematiek en uitgekiende gebruik van metaforen, maar soms ook doordat ze zo open zijn, dat iedere lezer zich ermee kan identificeren, of preciezer: de gedichten op zichzelf kan betrekken.” schrijft Meander over Krekeldoof en andere gedichten van J.H. van Geemert.
  • “Het verstrijken van de tijd en daarmee van zijn leven, is het overheersende thema van Benno Barnards forse, klankrijke, uiterst strak gecomponeerde bundel Het trouwservies, waarin de gedichten alle bestaan uit drieregelige, soms van rijm voorziene strofen met daarin regelmatig meezingende lievelingsdichters. Kan het biografischer, intellectueler, maar ook, kan het traditioneler?” Zo opent Tzum een recensie. Ook Mappa Libri bespreekt de bundel en voegt hier aan toe: “Overigens blijken heel wat gedichten in een genealogische of toch familiale context ingebed. Ze richten zich tot de geliefde/vrouw van de dichter, zijn dochter of zoon Christopher naar aanleiding van een bijzondere verjaardag. De meeste van die gedichten hebben een weemoedige ondertoon maar zijn tegelijk speels en intimistisch van aard”.
  • “Elk gedicht krijgt een eigen verhaal vanuit degelijk wetenschappelijk perspectief want de meeste auteurs zijn verbonden aan de universiteiten van België en Nederland en hebben allemaal ervaring met het werk van Willem Elsschot. Die enorme deskundigheid maakt het boekje dan ook wat zwaar te verteren op zijn tijd. Gedichten worden tot op het bot gefileerd, elke afwijking in het ritme heeft een betekenis, elk woord wordt met al zijn betekenissen afgezet tegen het geheel. En niet alleen de gedichten zelf kennen grondige analyses. De auteurs kennen het hele oeuvre en dus worden er verbanden gelegd met het proza.” Meander bespreekt Willem Elsschot. Dichter, een bundeling essays over de poëzie van Elsschot onder redactie van Koen Rymenants en Carl de Strycker.
  • 8 weekly oordeelt negatief over Het leven deugt. Althans op onderdelen, de jongste dichtbundel van Anton Korteweg.
  • Tzum mijmert over zaken als poëzie, Google, autobiografische bijzonderheden naar aanleiding van Happy, de nieuwe bundel van Sasja Janssen.
  • “Meerduidigheid wordt in zijn poëzie tot stand gebracht door dubbele betekenissen (…), door een compacte syntaxis en door zorgvuldig toegepaste enjambementen. In een enkel geval weet hij bij zijn streven naar meerduidigheid de verleiding van woordspelingen niet te weerstaan.” Meander bespreekt met veel instemming enkel tegen enkel, de debuutbundel van Karim Schelkens.
  • De Reactor bespreekt de bundel van Pierre Reverdy, die Jan H. Mysjkin vertaalde. “Reverdy is wel eens de ‘Dichter van de Dingen’ genoemd, omdat hij het afwezige van de dingen als op een stilleven kon suggereren. Maar de gedichten uit Het ovale dakraam zijn niet levenloos: ze missen elke innerlijke rust, ze suggereren een drama van de geest. Voortdurend is er sprake van gesloten deuren en doorgangen, van naar elkaar toestappen en elkaar niet terugvinden, van handen of gezichten die verschijnen en weer verdwijnen. De gedichten tonen op die manier ontwikkelingen van boven naar onder, van gesloten naar open en vice versa. Ze zijn gestolde beweging.”
  • “Grote thema’s komen aan de orde, onder andere over ouders, kinderen, religie, kunst, eenzaamheid en romantische thema’s als reizen, heimwee naar de jeugd, liefdeslyriek en de natuur. De dood en ouder worden spelen een belangrijke rol”, schrijft Meander in in een kritische recensie van Dwangarbeider van de poëzie, een selectie van 100 gedichten van André van der Veeke.

About the Author