Gepubliceerd op: maandag 2 oktober 2017

Recente Poëzierecensies – september 2017 (2)

 

  •  
  • De Reactor schrijft over Wassende stad van Lies Van Gasse: “Het dreigende, verwarrende karakter van de stad kenmerkt ook Van Gasses stijl. Haar bundel leest als een labyrintisch rizoom vol intertekstuele verwijzingen, vrije associaties en schijnbaar loshangende passages. Van Gasses poëzie bestaat net als de stad uit ‘parallelle lijnen die toch kruisen’ – een ‘luie’ lezer zal de uitgang beslist niet vinden in haar complexe verbeeldingswereld.”
  • Mammie is de willekeurige stapeling van gedichten die de chaos in het leven van Ronelda Kamfer verwoordt, zonder opsmuk en al helemaal niet chronologisch. Mooi is het citaat van haar moeder, dat voorafgaat aan de gedichten: ‘Ronelda, je bent en blijft mijn kind tot de dag dat de maan een andere naam krijgt’.
    De bundel, die 77 gedichten bevat, is niet ingedeeld in afdelingen. Na de gedichten die door Alfred Schaffer vertaald werden, zijn in een kleiner lettertype de Zuid-Afrikaanse verzen geplaatst.” Aldus Meander. Ook de Volkskrant recenseert de bundel: “Met het schrijven van deze krachtige gedichten heeft de dichter zichzelf een schep in handen gegeven waarmee ze zware, met moederverdriet en woede doordrenkte aarde opzijschept, om plaats te maken voor haar eigen bestaan.”
  • Dagen van Van Putten is een werk in uitvoering. Kees Engelhart wil zesendertig jaar beschrijven in drie banden van twaalf jaar. Het epos begon in 1999 en bij leven en welzijn eindigt het in 2035 – hij is dan 78. Iedere band is onderverdeeld in vier delen van drie jaar en die bestaan weer uit boeken die ieder een seizoen beslaan. Ik bespreek het heel goed afzonderlijk te lezen deel 2 van band 1, de zomer van 2003 tot de zomer van 2006 (355 blz.).” Meander heeft niets dan lof voor dit buitenissige poëzieproject.
  • “Sleutelaars poëzie laat zich bij oppervlakkige kennismaking aanzien als nuchter. Het zeer fraaie, zakelijk en grijzig vormgegeven uiterlijk van dit bescheiden bundeltje draagt aan die verwachting bij. De zorgvuldige lezer echter wordt voortdurend getroffen door geloofwaardig sentiment.” Literair Nederland recenseert Wollt ihr die totale Poesie? van Hans Sleutelaar.
  • Cutting Edge over de nieuwe bundel van Ted van Lieshout: “De auteur betuigt zich opnieuw als woordkunstenaar, die een uitgepuurde tekst presenteert waarin elk woord een unieke plaats inneemt. Zijn taal is beeldrijk en vol neologismen, want intieme, persoonlijke gedachten en gevoelens kan je nu éénmaal niet anders uitdrukken. Net daardoor krijgen de gedichten een speels ritme, breken ze de grenzen tussen proza en poëzie open, wat de tekst een zekere lichtheid verleent. Het plaatst ‘Onder mijn matras de erwt‘ in een lange traditie van gelaagde verhalen.”
  • Jan Kleefstra hanteert een kale, transparante taal. Eén hoofdletter aan het begin van elk gedicht, geen interpunctie. Geen inhoudsopgave, de gedichten hebben immers geen titel.” Meander recenseert met veel instemming Een mistval om het rumoer.
  • “Het is een genot om je onder te dompelen in Arps ongerijmde wereld. De gedichten lezen alsof ze gisteren zijn geschreven. En de urgentie, de noodzaak van een diametraal geluid, is nog even actueel.” Tzum is lovend over Zingend blauw – gedichten 1904-1966 dat de tweede Nederlandstalige bundel is in korte tijd met gedichten van Hans Arp, dit maal vertaald door Ria van Hengel.
  • Op Literair Nederland een recensie van Het ovale dakraam. Het is een vertaling door Jan H. Myskin van La lucarne ovale uit 1916 van Pierre Reverdy. “Reverdy’s poëzie werd zeer gewaardeerd in kleine kring, maar grote bekendheid heeft hij daarbuiten nooit gehad. Daarvoor zijn zijn gedichten te moeilijk en te verontrustend. Ze laten zich lezen zoals een kubistich schilderij zich laat bekijken, waarin vanuit verschuivende standpunten een beeld wordt samengesteld, waarbij niet altijd op de waarneming vertrouwd kan worden. Maar al lijken ze deels te behoren tot de mystiek, toch blijven ze steeds verankerd in de alledaagse wereld.”
  • “Hier wordt een procedé zichtbaar: de verdubbeling trein/terrein komt voort uit klank, de verdubbeling slakkenhuis/ontrollen […] spandoek komt voort uit beeld. Dit soort verdubbelingen en verspringingen komt veel vaker voor in de bundel. Zo vaak zelfs, dat ik denk dat ze de bouwstenen vormen van de gedichten. Op deze manier groeit de tekst door middel van klank, beeld of betekenis steeds verder aan tot een reeks of een lint van teksten, waarbij de reeks zelf uitsluitend ontstaat bij gratie van de beginwoorden die de associatie op gang brengen. De reeksen eindigen niet echt, maar blijken te zijn afgelopen wanneer je opeens terechtkomt op een witte pagina.” Meander bespreekt Mijn grote schuld, de debuutbundel van Laurens Ham.

About the Author