Gepubliceerd op: maandag 23 oktober 2017

EI 64: Anton Korteweg – Ouderwets mannetje, Leiden, jaren zestig

 

(voor Bert Keizer)

 

Van Dylan, Beatles, Stones, Earrings en Doors
is alleen Yesterday me bijgebleven
wegens die troubles die so far away,
en ook wat covers van The Grateful Dead.
Stickies? Daar had ik helemaal niets mee.

Mijn hoofd was gestoffeerd met requiems,
met Stabat Maters, Müllerin en Winterreise
dat je leeg wegging en ook leeg terugkwam.
’t Moest worden ingehaald. Daar kwam het van.

En later is er niet meer van gekomen.
Een echte Korteweg. Zit ik niet mee.
Opa kwam zelden verder dan het hoefpad,
ik was nooit in New York of in L.A.

 
___
De wat complexe titel van dit gedicht is een specifieke aanduiding van iemand op een bepaalde plaats in een globaal bepaalde tijd. Juist de formulering ‘jaren zestig’ maakt het minder waarschijnlijk, dat het om één specifieke observatie of herinnering gaat (zoals in het gedicht ‘Donkere, bijna zigeunerachtige, al wat oudere vrouw, gezien op de Grote Markt te Middelburg’ uit dezelfde bundel. Noot: dit is echt de titel van een gedicht). Anton Korteweg is geboren in 1944, en zou dus heel goed in de jaren zestig in Leiden gestudeerd kunnen hebben. In dat geval is de aanduiding ‘Ouderwets mannetje’ pure zelfspot, hetgeen duidelijker wordt wanneer we het gedicht een keer helemaal doorlezen.

De eerste regel verwijst naar bekende popmuziek uit de jaren zestig. De Rolling Stones en Golden Earring worden beide slechts met één woord aangeduid. Opvallend voor iemand die er prat op gaat dat vrijwel alle populaire muziek aan hem voorbij is gegaan, is de aanduiding ‘Earrings’. Dit is juist een term van insiders, waarmee de afzonderlijke leden van de Golden Earring werden aangeduid.
Yesterday‘ is dubbelzinnig: Korteweg haalt het nummer ook aan, om te onderstrepen dat hij over het verleden, over “gisteren” schrijft. ‘All my troubles seemed so far away’ is hem goed bijgebleven. Die zin heeft natuurlijk een pakkende melodielijn, maar waarschijnlijk sprak de inhoud de jonge Korteweg ook aan omdat hij toen al geen zorgeloos zieltje was.
‘The Grateful Dead’ zegt me minder. Even googelen laat mooie psychedelische albumhoezen zien, met zoals de naam al doet vermoeden veel doodshoofden. Verder moest de toen nog jonge dichter blijkbaar niet zoveel hebben van de bruisende jaren zestig, zeker niet van een lekkere joint.

Nee, strofe twee laat ons de “ouderwetse”, wat wereldvreemde bagage van de jonge student zien, waarbij ‘gestoffeerd’ ook de bijbetekenis van het “stoffige” van zijn muzikale voorkeuren oproept. Klassieke muziek, en binnen die klassieke muziek juist de zwaardere stukken. ‘Requiem’ is de aanduiding voor een toonzetting van de katholieke dodenmis en in een ‘Stabat Mater’ (letterlijk: er stond een moeder) wordt het verdriet van Maria bij de stervende Jezus aan het kruis bezongen. ‘Müllerin‘ en ‘Winterreise‘ verwijzen naar Schubert. Net zoals enkele bandnamen in de eerste regel is Die schöne Müllerin afgekort. Deze liederencyclus is overigens het enige vrolijke stuk in de opsomming uit r6 en r7. Regel 8 is een parafrase van de beroemde openingszin van Schuberts Winterreise. De originele tekst van de hand van Wilhelm Müller luidt: ‘Fremd bin ich eingezogen, fremd zieh‘ ich wieder aus’. ‘Fremd’ hier door ‘vreemd’ vertalen zou een germanisme zijn. ‘Fremd’ betekent hier eerder ‘onbekend’, ‘niet van hier’. Als een vreemdeling dus, maar dat past slecht in het metrum. Korteweg schrijft: ‘dat je leeg wegging en ook leeg terugkwam.’ Dat gaat veel verder dan het origineel van Müller: ‘stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren’. Opmerkelijk is ook, dat Korteweg de volgorde van het aankomen en weggaan hier omdraait ten opzichte van het origineel.

In de laatste regel van strofe 2 dringt het besef door dat hij wat gemist heeft. ‘Daar kwam het van’ klinkt stellig, en lijkt ook een voornemen van: daar komt het later nog wel eens van. Niet dus. Anton is ‘een echte Korteweg’. Net zoals zijn grootvader is hij een man van traditie. Weinig reislustig ook. Het woord ‘hoefpad’ ken ik niet, hoewel in deze context direct een landweggetje opdoemt, en een boer die nooit veel verder komt dan de directe omgeving van zijn boerderij. Korteweg, what’s in a name! Het dialectenwoordenboek Brabants geeft als betekenis “onverharde weg”. Nu kan iemand nog wel heel wat van de wereld gezien hebben zonder in Amerika geweest te zijn, maar het gaat hier natuurlijk om de symboliek.

Een paar woorden nog over vorm en techniek. Het gedicht begint met een vijfregelige strofe, gevolgd door twee kwatrijnen. Inhoudelijk valt de laatste regel van de eerste strofe wat uit de toon, omdat het de gedachtegang over het verschil in muzikale voorkeur –dat toch de kapstok is waar dit coming of age gedicht aan is opgehangen– doorbreekt. Mogelijk bestond het gedicht aanvankelijk uit vier kwatrijnen, en is regel 5 later toegevoegd omwille van het rijm. In elke strofe vinden we twee rijmende regels. Regel 3/5 in strofe 1, regel 3/4 (halfrijm) in strofe 2 en regel 2/4 in de laatste strofe. Korteweg speelt een lichtvoetig spel met het Engels in dit gedicht. McCartney’s ‘away’ rijmt op ‘mee’, en in de laatste strofe doet ook ‘L.A.’ mee aan dit tweetalige rijm. De zin ‘wegens die troubles die so far away’ blijft ook haken. Een mooie, onaffe zin, waarbij vooral het tweede woordje ‘die’ tussen z’n Engelse buren makkelijk verkeerd gelezen kan worden, en zo naast Grateful Dead en de requiems nog wat meer dood in het gedicht brengt.
De opdracht aan Bert Keizer (verpleeghuisarts en columnist) voegt voor mij weinig aan de interpretatie toe. Waarschijnlijk is deze van persoonlijke aard.

Kortom, ‘Ouderwets mannetje, Leiden, jaren zestig’ is een echte Korteweg. Geen hoogdravende poëzie, maar een subtiele, ironische schets van zijn studententijd in Leiden, waar de rumoerige jaren zestig grotendeels aan hem voorbijgingen.
___
 
onderdelen
Het leven deugt. Althans op onderdelen
Anton Korteweg
Uitgeverij Meulenhoff
ISBN 9789029092258

 
 
 
 
 
 
 
 

About the Author

- Eric van Loo is dichter, recensent voor Meander en redacteur van klassiekegedichten.net.