Gepubliceerd op: maandag 28 augustus 2017

EI 58: Harry van Doveren – een ezelsoor in de zomer

 

heimwee werd geboren in het zog van haast

een klevende slak

blauw van maanzand
in jaren zeventig kleren

heimwee rondde de appel af in een doosje

met lucht die riekt

naar dierenvel en een aangeplakte circusbaard

een reclamebord

op het dak van het stationsgebouw

heimwee werd een ezelsoor in de zomer

zijn bramen waren uniek

 

___

Het gedicht bestaat uit drie strofen die allemaal beginnen met ‘heimwee’. In de eerste strofe wordt ‘heimwee’ ‘geboren’. We maken hier een begin mee. De tweede strofe gaat juist over een afronding ‘in een doosje’ ‘met lucht die riekt’. Hier gaat het blijkbaar over een einde. Moeten we de korte derde strofe als een soort samenvatting zien?

Zoals het woord in dit gedicht gebruikt wordt, zou ‘heimwee’ best de naam van een persoon kunnen zijn. In het gedicht is verder geen sprake van namen of persoonsaanduidende woorden. Misschien zijn het herinneringen aan momenten waarop heimwee opspeelde. Op die momenten werd de persoon mogelijk zo door heimwee bevangen dat ij zich er volledig mee identificeerde en daarom in dit gedicht over zichzelf schrijft in de derde persoon als ‘heimwee’?

Volgens Van Dale is ‘heimwee’ het “ziekelijk verlangen naar huis”. Het veronderstelt dus dat er een “thuis” is, en dat de persoon die heimwee heeft daar niet is. Heimwee ontstaat dus door van huis weg te gaan, te reizen. In het gedicht zien we tekenen van reizen: ‘het zog’, meestal kielzog, het spoor dat een schip maakt, in de eerste strofe. En ‘het stationsgebouw’ in de tweede strofe waar treinen aankomen en vertrekken.

Overigens heeft ‘het zog’, zeker gezien het ‘geboren’ in dezelfde versregel, hier ook een relatie met “zogen”, en betekent het o.a. moedermelk. Het reizen moeten we dus misschien ook zien als de levensreis, en het ‘heimwee’ als een verlangen naar de voorbije jeugdjaren. De ‘jaren zeventig kleren’ en de ‘bramen’ ‘in de zomer’ zijn beelden die prima als jeugdherinneringen kunnen dienen, net als een bezoek aan het ‘circus-‘ waarvan het ‘reclamebord’ gezien is en waarbij het ‘dierenvel’ ook goed kan horen.

Het gedicht kent enkele dubbelzinnige frasen. Zo kan ‘rondde (…) af’ aan het begin van de tweede strofe zowel de betekenis van “ronder maken” hebben, als van “voltooien”. Nog sterker is de dubbelzinnigheid aan het begin van het gedicht. Daar kan ‘haast’ een zelfstandig naamwoord zijn. De ‘haast’ duidt dan op een snelheid en onrust om “van huis” weg te gaan. Daardoor wordt heimwee ‘geboren’ en is als ‘een klevende slak’: een tegenwicht tegen de snelheid, een blok aan het been, een verlangen om terug te gaan naar “huis” tegen de onrust van de ‘haast’ in. Maar ‘haast’ kan ook een bijwoord zijn met de betekenis van “bijna”. De formulering wordt dan wat krom, maar het beeld dat we krijgen is een ‘slak’ die “bijna” vastgeplakt zit, maar toch langzaam vooruit komt en een spoor (‘zog’) trekt waardoor er een reis en daarmee ‘heimwee’ ontstaat. De reis gaat dan juist langzaam. Overigens lijken de woorden ‘een klevende slak’ door het inspringen inderdaad aan de voorgaande versregel vast te kleven.

De laatste en kortste strofe vergelijkt ‘heimwee’ met ‘een ezelsoor’. Dit woord verbindt deze strofe met de eerste waarin de ‘slak’ voorkwam en de tweede met het ‘dierenvel’. Tegelijk is ‘ezelsoor’ natuurlijk ook de benaming voor een omgevouwen hoekje van een bladzijde. Daarmee is het eveneens een verbinding met de vertraging van de ‘klevende slak’ (als het hoekje betekent dat de lezer nu niet verder leest, maar later op die bladzijde verder gaat). Maar ook een verbinding met het ‘reclamebord’ als markering (als het hoekje betekent dat er op die pagina een memorabele passage staat). Tegelijk kan ook dit natuurlijk een jeugdherinnering zijn: tijdens het lezen in de zomer maakte iemand een ezelsoor in een boek. Misschien stopte ij wel met lezen omdat ‘heimwee’ opspeelde. Er staat dat ‘heimwee’ ‘een ezelsoor’ werd ‘in de zomer’. Dit laatste is misschien niet alleen een tijdsaanduiding, maar het ‘ezelsoor’ werd niet in een boek gemaakt, maar ‘in de zomer’. Door het ‘heimwee’ werd de zomer vervormd. In ieder geval de ervaring van de zomer.

En dan zijn er nog de ‘bramen’ in de laatste versregel. Als vruchten maken ze een verbinding met de ‘appel’ in de tweede strofe. Maar bramen zijn natuurlijk ook oneffenheden op een mes, scherp en onaangenaam. Ook hier buidt het gedicht de dubbelzinnigheid uit. Het ‘heimwee’ heeft zo zijn vruchten gebracht, bijvoorbeeld dit gedicht. Tegelijk was het heimwee onaangenaam en deed pijn tijdens de ervaring.
Heel passend is dat alle dubbelzinnigheden van het gedicht hier eindigen met het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’, waarvan het niet duidelijk is of het terugslaat op ‘heimwee’, ‘zomer’ of ‘ezelsoor’. Het gedicht gebruikt de dubbelzinnigheden niet alleen om meerdere betekenislagen te tonen, maar ook om de onzekerheid, vervorming en vervreemding van het heimwee voelbaar te maken voor de lezer.

___
 

rond is moeilijk
Harry van Doveren
Uitgeverij Opwenteling
€ 14,50
ISBN 9789063381639

 
 
 
 
 
 
 
 

About the Author

- Jeroen vertaalt poëzie en kinderboeken. Daarnaast schrijft hij essays over poëzie. Hij is redacteur van ooteoote.nl.