Gepubliceerd op: maandag 17 oktober 2016

Recente Poëzierecensies – oktober 2016 (1)

 
tijd

  •  
  • Daedalea van Tomas Lieske is zonder twijfel de meest eigenzinnige en de meest fascinerende bundel poëzie van het afgelopen jaar. Dat durf ik zonder enige terughoudendheid te beweren: ik heb ervaren hoe ik steeds dieper het door Lieske opgeroepen labyrint werd binnengelokt, om daar voorlopig nog niet uit te kunnen komen. Wat geen straf is, integendeel: het is een rijkdom.” Met deze lovende woorden begint Meander Magazine een enthousiaste recensie.
  • Klecks gaat door op een vorige maand ingeslagen weg en neemt daarvoor als leidraad de vorig jaar verschenen verzamelbundel Jij bent de verkeerde, en alle andere gedichten tot nu toe: “Ik zette een aantal dichters, in wiens gedichten het ‘ik’ en zijn functies worden doorgewerkt, af tegen een naïeve vorm van engagement, die steunt op een eigen en vooral toegeëigend ‘ik’. (…) Dat de werkingen van het ‘ik’ ook juist kunnen worden ingezet, als een soort gereedschap, wil ik naar voren brengen aan de hand van het werk van Ester Naomi Perquin.”
  • “Veel van haar gedichten zijn regelmatig van versvorm en hebben een anekdotische inslag, maar verlopen gaandeweg naar een pointe die de onderlagen prijsgeeft.” Meander Magazine met instemming en bewondering over de gedichten van Marijke Hanegraaf naar aanleiding van haar nieuwe bundel Ergens slapen de anderen.
  • “Zijn vertrekpunt is doorgaans klein: een anekdote of een schijnbaar eenvoudige observatie, die via enkele rake beelden wordt opgeroepen. Die haast materiële aanleiding wordt in de loop van het vers echter symbolisch voor een grotere samenhang in de kosmos en de menselijke geest.” Mappa Libri is zeer te spreken over & de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal van Bernard Wesseling.
  • Ooteoote bespreekt PENELOPE, de bundel die een conceptueel gedicht is en het debuut vormt van Wolfram Swets.
  • “In feite zijn de gedichten van K. Michel sinds zijn debuutbundel Ja! Naakt als de stenen (1989) onveranderlijk dun qua onderwerp en betoog, maar toch steeds weer een ferme uitnodiging tot verbaasd anders kijken. Te voet is het heelal drie dagen ver biedt op dit punt geen eclatante verrassingen.” Aldus de NRC.
  • Meander Magazine bespreekt Er loopt een gedicht voor mij uit., een keuze door Ingmar Heytze uit het poëtisch werk van Guillaume van der Graft, en signaleert “doodzondes voor gedichten, zelfs van dode dichters:
    – Nikserigheid: gedichten waar geen enkele toevoegende gedachte of emotie in te ontdekken valt
    – Te simpele versjes als gedicht gebracht
    – Teveel gedichten over dichten, wel zo’n tien. Een blijk van gebrek aan inspiratie
    – Teveel gebruik van abstracte begrippen; killers van een goed gedicht.”
  • “In het Frans valt de klemtoon op de laatste lettergreep van een woordgroep en is hij dus flexibel, in het Nederlands heeft elk woord een vaste, in het woordenboek aangegeven klemtoon. Dat verschil komt ook tot uitdrukking in de bouw van de alexandrijn: de Nederlandse is een zesvoetige jambe, de Franse een heffingsvers met (traditioneel) twee vaste en twee vrije heffingen – wat een grote variatie mogelijk maakt. Ook in het Nederlands hoeft de alexandrijn overigens niet per se een padam-padam-padam-dreun te krijgen. Het abstracte metrum (de jambe met zijn regelmatige afwisseling van zwak en sterk) moet niet worden verward met het concrete ritme, dat maar zelden ook echt een volstrekt regelmatige afwisseling van zwakke en sterke lettergrepen vertoont.” De Reactor gaat inhoudelijk de diepte in over het vertalen van de poëzie van Charles Baudelaire. Aanleiding is de bundel Zwarte Venus. Vijftig gedichten uit ‘Les Fleurs du Mal’ van Charles Baudelaire met vertalingen van Paul Claes.
  • Het gebeurt op Tzum wel vaker: een bundel wordt meermaals besproken. Deze maand overkwam het de bloemlezing Dichters uit de bundel die werd samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens. Waar de eerste bespreking naast forse kritiek ook positieve aspecten signaleert, is de tweede recensie ronduit vernietigend, hoewel uiteindelijk schoorvoetend wordt toegegeven dat “de tweede helft van de bundel een aardige dwarsdoorsnede van jonge dichters” is. Meander Magazine acht de bloemlezing overigens geen zelfstandige recensie waard en verstopt een overwegend negatieve bespreking in een ‘poëzie kort’ item.
  • Jan Kuijper blijft “zweren bij de sonnetvorm. Op die manier positioneert hij zich wars van alle innovatieve, laat staan modieuze tendensen in de recente poëziegeschiedenis. Tegelijk is hij geen klassiek dichter in de gebruikelijke zin van het woord. In plaats van zich te richten op de exploratie van zijn eigen leven en dat om te zetten in algemene waarheden, schrijft Kuiper bewust in de schaduw van voorgangers en tijdgenoten. Hij zweert bij het aloude ideaal van de imitatie, hoezeer dat ook in onze moderne tijden verguisd wordt.” Aldus Mappa Libri naar aanleiding van de bundel Aanmatigingen.
  • Klecks vervolgt de interessante serie besprekingen van gedichten van Anne Carson naar aanleiding van schilderijen van Edward Hopper. Daarin wordt zowel schilderij als gedicht besproken, de relatie die ze tot elkaar hebben, en tot kerkvader Augustinus.
  • Veel aandacht voor Elly de Waard. Passionate Platform geeft aandacht aan de digitale heruitgave van haar bundel uit 1986 Een wildernis van verbindingen, terwijl Tzum haar onlangs verschenen bundel In die tijd die bespreekt. Ook De Volkskrant brengt een korte maar waardevolle recensie van haar nieuwste bundel: “De Waard beschouwt haar omgeving met overgave én wrevel, een combinatie die haar bevreemding gewicht geeft. De overgave is vooral te vinden in de secure en liefdevolle omgang met taal, waarmee precieze beelden worden opgeroepen. De wrevel schuilt in de aarzeling om wat zich voordoet zomaar te omarmen, ook wanneer dit pure schoonheid betreft.”
  • Meander Magazine typeert Bladgrond van Roland Jooris: “werk dat nu eens weerbarstig, dan weer gelaten is, naar binnen gericht als door een kloosterling geschreven”.

About the Author