Gepubliceerd op: vrijdag 5 februari 2016

Dadaleuzen (Hans Arp)

Arp PorträtDe Elzasser Hans of Jean Arp (1886-1966) was dichter en beeldend kunstenaar. Honderd jaar geleden stond hij in Zürich mee aan de wieg van het dadaïsme. In Unsern täglichen Traum… Erinnerungen, Dichtungen und Betrachtungen aus den Jahren 1914-1954 (Verlag der Arche, Zürich, 1955) vat hij aforistisch en beeldend, kernachtig en provocerend samen wat de dadaïsten bezielde. De door hemzelf voorgelezen ‘Dada-Sprüche’ kun je hier beluisteren.


Voor dada er was – daar! – was dada er.

.

Dada is een ouderwetse kruisboog met vier poten die met een hondje aan de lijn loopt.

.

Dada heeft vleugelen die geweldiger zijn dan honderd oerwouden.

.

Dada lijkt soms op een mens van turf met ogen van wormstekige appels. Toch is dada elke dag mooier dan de vorige.

.

Dada is een roos die een roos in het knoopsgat draagt.

.

Dada praat met een mensentong over zijn talloze volle flessen.

.

Dada heeft kop en staart die steeds dingen ondernemen die kop noch staart hebben, heeft verstand dat steeds het verstand verliest en een emmer die steeds voor emmer staat.

.

Dada is begin en einde, begint met het einde, laat dan het begin volgen en besluit niet met het dikke middendeel. Daarom ziet dada er zo gezond uit, is het rechtvaardig en vrij van vooroordelen in het hanteren van grote leuzen.

.

Waarom zou dada de mens in de rug springen, hem walgelijk betasten, krauwen, belikken en wurgen zodat hij de volgende ochtend dood ontwaakt?

.

Dada is mooi als de nacht die een jonge dag in de armen wiegt.

.

Dada geeft je de raad eieren te leggen in de spiegels van anderen.

.

Het dadaïsme heeft de schone kunsten overvallen, heeft de kunst een magische stoelgang genoemd, de Venus van Milo een lavement gezet en ‘Laocoön en zonen’ na hun duizendjarige worsteling met de ratelslang gelegenheid geboden om er eindelijk uit te stappen. Het dadaïsme heeft van het bevestigen en ontkennen nonsens gemaakt. Om aanmatiging en verwaandheid te vernietigen was het destructief.

.

Dada is de oergrond van alle kunst. Dada is voor de ‘zonder-zin’ van kunst, wat geenszins onzin betekent. Dada is zonder zin zoals de natuur. Dada is voor de natuur en tegen de kunst. Dada is rechtstreeks als de natuur en probeert ieder ding zijn cruciale plek te geven. Dada is moreel als de natuur. Dada is voor de onbeperkte zin en beperkte middelen. Het leven is voor de dadaïst de zin van kunst. Kunst kan de middelen verkeerd begrijpen en in plaats van beperkte middelen oneindige middelen gebruiken. Dan wordt slechts leven, slechts natuur voorgewend in plaats van leven geschapen. Academische schilderkunst beschrijft, wekt illusies in plaats van leven en natuur. Academische schilderkunst doet alsof ze leven en natuur is.

(Vertaling: Erik de Smedt)

BAARGELD Das menschliche Auge und ein Fisch, letzterer versteinert 1920

Afb.: Hans Arp met navelmonocle, 1926 / Johannes Baargeld, Das menschliche Auge und ein Fisch, letzterer versteinert, 1920

About the Author

- is criticus en literair vertaler: recentelijk Ann Cotten, Alle zwanen heten Reinhard en andere gedichten (2011), Spiel auf Leben und Tod. Die Auferstehung des Konrad Bayer (Schreibheft 79/2012), Norbert Hummelt, Geen veerman, geen Styx (2014, met Jan Baeke), Marion Poschmann, Landschap van wilde geruchten. Gedichten (2015), Konrad Bayer, idioot (2015)