Gepubliceerd op: vrijdag 28 november 2014

Four by Three – publicatie bij ‘Perpetual Precedents’ in P/////AKT

fourbythree

In December 2013 werd tijdschrift Kunstlicht door platform voor hedendaagse kunst P/////AKT uitgenodigd om de tentoonstellingsreeks Perpetual Precedents te modereren. De reeks bestond uit vier solotentoonstellingen van respectievelijk Daniel Vom Keller, Ingmar König, Paul Geelen en Astrid Mingels en duurde van januari tot eind juli 2014. Als moderator heeft Kunstlicht ernaar gestreefd om een kritische en onafhankelijke reflectie te bieden op de verschillende tentoonstellingen en een discursief kader voor het gehele tentoonstellingsprogramma te formuleren.

Om dit te kunnen verwezenlijken werden drie schrijvers, allen zelf ook kunstenaar, uitgenodigd om over de vier tentoonstellingen te schrijven: Artun Alaska Arasli, Bart Verbunt en Marianna Maruyama. Dit heeft geresulteerd in verschillende meer of minder conventionele, theoretische en literaire perspectieven op iedere tentoonstelling. Bovendien is er dynamiek en ontwikkeling waar te nemen in de vier stukken die iedere criticus heeft geschreven. De uiteindelijke teksten zijn gebundeld in de publicatie Four by Three die werd vormgegeven door Merel Schenk.

Hieronder is de eerste van drie verhalen te lezen die Bart Verbunt schreef, en waarin hij reageert op het werk van Daniel Vom Keller. Four by Three is voor €6 te bestellen door te mailen naar redactie@tijdschriftkunstlicht.nl.

 

Daniel Vom Keller, ‘Rear Views’

Daniel Vom Keller, ‘Rear Views’

PONCHO – Door Bart Verbunt

 

Wayne houdt met zijn vulpen een sok omhoog. ‘Hebben ze op het bordes gevonden.’

‘Is dat een Mont Blanc?’

‘Zeker John, ik schrijf in stijl.’ Ik vraag me af hoe hij zo’n pen kan betalen van zijn politieloontje.

‘Ik wist niet dat je kon schrijven.’

Wayne lacht bulderend, hij slaat me op mijn schouder. De sok valt op de grond. Ik buk me om ‘m op te rapen.

‘Laat maar liggen, één van de agenten neemt ‘m zo wel mee. De schoenen zijn al naar het lab.’

‘Praat me even bij Wayne.’ Ik pak mijn ballpoint en notitieblok uit de borstzak van mijn colbert. Hij krabt aan zijn slaap. Zijn haren worden dunner.

‘Nou John, er is eigenlijk niet veel te vertellen.’ Hij legt zijn hand tussen mijn schouderbladen om me naar binnen te geleiden. De hal is statig. Roze marmer op de vloer, een kroonluchter aan het hoge plafond. Aan de kapstok hangt een knalgele poncho. ‘De heer Van Ent is gisteravond rond acht uur thuisgekomen na zijn wekelijkse potje squash. Om elf uur kwam zijn vrouw terug van haar bridgeavond en trof een leeg huis aan. Een uur later heeft ze 112 gebeld.’

‘Hoe weten we dat hij thuis is aangekomen?’

‘Zijn schoenen lagen op het bordes.’

‘Waarom daar?’

‘Omdat ze stonken John.’ Hij trekt een vies gezicht.

‘Touché Wayne. Waarom heeft mevrouw zo snel de politie gebeld?’

‘Omdat zijn schoenen op het bordes lagen.’ Ik kijk hem zwijgend aan.

‘Mevrouw Van Ent, wilt u het misschien zelf uitleggen?’, vraagt hij. We zijn de zitkamer ingestapt, of een zitkamer. Glanzend parket, hoogpolig wit kleed, beige leren banken, open haard met antiek haardscherm ervoor. Mevrouw zit op de hoek van de bank een glas cognac te drinken. Of nee, het is een mok thee. Mevrouw ziet er ook anders uit dan ik verwachtte. Grijzer, gezelliger. Krullend haar, spijkerbroek, lachrimpels rond haar ogen die nu zorgelijk staan. Ze geeft me een hand. ‘Ik zag meteen dat Donald thuis was gekomen. Toen ik merkte dat het huis leeg was, heb ik in de schoenenkast gekeken of hij zijn instappers had gepakt om nog even naar de club te gaan. Maar ze stonden er nog, al zijn schoenen staan er nog.’

‘Hij kan niet een oud paar achter uit de kast hebben getrokken?’, vraag ik. 

Ze kijkt me mismoedig aan. ‘Waarom zou hij in oude schoenen de deur uit gaan?’

‘Ja waarom zou hij dat doen, hij heeft acht paar mooie nieuwe schoenen,’ voegt Wayne toe. Ik haal mijn schouders op.

‘Wat doet uw man normaal gesproken na het sporten?’

‘Meestal kijkt hij in bad het financiële nieuws. Maar zijn sportkleren lagen ook niet in de wasmand en het bad was droog. Toen ik dat zag, heb ik de politie gebeld.’ 

Het droge bad was dus de druppel. Mevrouw lijkt me opmerkzaam. Of ze heeft haar verhaal goed geoefend.

‘Kunt u laten bevestigen dat u aan het bridgen was?’ Haar ogen vernauwen zich. Ze ademt diep in om me een uitbrander te geven. Wayne is haar voor.

‘Onze excuses mevrouw Van Ent, dit hoort erbij.’ Hij richt zich tot mij. ‘Ik heb al laten bellen. Drie zeer respectabele getuigen bevestigen dat mevrouw tot half elf bij hen was.’

‘Natuurlijk,’ zeg ik. Ik probeer mevrouw een begripvolle blik te zenden. Wie zaait zal oogsten. ‘Het is vervelend, maar we moeten alle mogelijkheden uitsluiten.’

Ze zucht. ‘Ik begrijp het wel.’

‘Kunnen we een rondje lopen door het huis en de tuin?’

‘Natuurlijk.’ Ze staat op en gaat ons voor. Elk vertrek is stijlvol ingericht, zo netjes dat het lijkt alsof er nooit rommel is geweest. In de Japanse kamer ligt een reeks glanzende pijpen tentoongesteld in een vitrine naast de boekenkast.

‘Uw man is een verzamelaar?’, vraag ik.

‘Hij rookt,’ antwoordt ze. 

Het gras in de tuin is egaal gemaaid, weelderig groen. De bloemen en struiken in de borders zijn op kleur en hoogte gerangschikt. De hele tuin ziet eruit alsof hij alleen wordt beroerd door het gereedschap van de tuinman. Ik sta een paar tellen op de rand van het gazon en laat twee voetstappen achter.

In de hal schudden we mevrouw de hand. ‘Onze collega’s gaan even met de buren en de squashvrienden van uw man praten,’ zegt Wayne, ‘en er komen zo mensen langs voor sporenonderzoek. Belt u ons meteen als u iets hoort?’

Ze knikt.

Voordat ik naar buiten stap valt mijn blik weer op de gele poncho. Het is het enige voorwerp dat niet op zijn plek lijkt, afgezien van de sokken en schoenen op het bordes, die inmiddels naar het lab zijn gebracht.

~

We rijden naar de Saloon, ons vaste lunchcafé. Bob staat zelf achter de bar. Bob was vroeger ook rechercheur, hij is een paar jaar geleden gestopt en heeft met zijn spaargeld de Saloon opgezet. Wayne gaat een praatje met hem maken en komt terug met twee koppen koffie. Hij trekt zijn colbert uit, zijn holster houdt hij om. Wanneer het eten wordt gebracht stroopt hij zijn mouwen op. Zijn onderarmen zijn dicht behaard en gespierd, hij heeft brede polsen en grote handen.

‘Heb je wel eens wat gebroken, Wayne?’

‘Nee John, ik heb stalen botten.’

‘Gelukkig maar.’ We praten over meneer en mevrouw Van Ent, komen niet tot nieuwe inzichten. Wanneer we op het bureau zijn horen we dat de gesprekken met de buren en de squashgenoten van meneer Van Ent niets hebben opgeleverd. Ik werk wat dossiers bij en stop een uur eerder om te compenseren voor mijn berg overuren. Onderweg naar huis doe ik boodschappen. Ik maak spaghetti Bolognese. Er gaat een halve fles rode wijn in, de saus moet lang trekken. Ik drink één glas wijn bij het eten, lees mijn boek uit, ga naar bed.

Wayne staat in de hal van meneer en mevrouw Van Ent. Tegenover hem staat iemand in een gele poncho met een koevoet in zijn handen. Wayne roept iets, de persoon in de poncho heft de koevoet, laat hem neerkomen op Wayne, die de slagen afweert met zijn armen. Eén keer, twee keer, drie keer. Wayne’s gezicht is vertrokken, hij vecht in stilte. Ik hoor het geluid van krakend bot, begin te schreeuwen.

‘Stop, stop, stop.’ Dan besef ik dat ik het ben, ik heb Wayne geslagen. Ik laat de koevoet vallen, word zwetend wakker. Het is bijna half acht. Ik sta op, douche lang.

~

Terwijl ik een bagel eet bij de sandwichbar op de hoek word ik gebeld vanaf een mobiel nummer dat ik niet ken.

‘Hallo, met Van Ent.’ Het is een mannenstem.

‘Bent u weer terecht?’

‘Wat bedoelt u? Nee ik ben mijn vader niet, ik ben mijn zoon. Pardon, zijn zoon. Ik ben de zoon van meneer en mevrouw Van Ent.’ Hij wacht.

‘Duidelijk.’

‘Mijn moeder heeft me uw nummer gegeven. Ik bel u om te vertellen dat mijn vader bewakingscamera’s heeft geïnstalleerd in de hal en boven het bordes. Dat heeft hij mam niet verteld, ze zou het niet goedkeuren.’

‘Was uw vader ergens bang voor?’ ‘Mijn vader is rijk. Hij heeft vijanden.’

‘Heeft u de beelden van eergisteren al bekeken?’

‘Nee ik was in het buitenland, maar ik ben er over tien minuten. Kunt u ook komen?’

‘Ik ben er binnen een half uur.’ Ik hang op en bel Wayne.

‘Hallo Wayne, gaat het goed met je?’

‘Ja natuurlijk John, waarom zou het niet goed met me gaan? Ik heb geslapen als een baby.’ Ik vertel hem over het telefoontje van Van Ent junior. We spreken af dat hij naar het bureau gaat om de resultaten van het sporenonderzoek te bespreken. Ik eet snel mijn broodje op en stap in de auto.

Mevrouw doet de deur open voordat ik heb aangebeld.

‘Hij is al in de computerkamer.’ Ze wijst welke kant ik op moet. Ik weet de weg nog. Nu zie ik bij de kroonluchter de camera hangen, de poncho is verdwenen.

De computerkamer is leeg, hij zal wel naar het toilet zijn. Op de monitor zie ik twee bevroren beelden: een leeg bordes en een lege entree. De tijd is twee minuten over acht. Ik spoel terug en zie op het linkerscherm een magere man met grijs haar in sportkleding versneld zijn sokken en schoenen aantrekken en achteruit weglopen. Ik druk op play.

Meneer Van Ent komt aanlopen op het linkerscherm, het rechter scherm toont een lege entree. Hij trekt zijn schoenen uit, zijn sokken, pakt zijn sleutels, reikt naar de deur, stapt uit beeld. Op het rechter scherm gaat de voordeur niet open. Er gebeurt niets.

Ik spoel terug en kijk nog een keer, spoel weer terug. Meneer Van Ent gaat naar binnen en verschijnt niet op het rechter scherm. Ter controle spoel ik door naar elf uur. Mevrouw Van Ent komt binnen, loopt door de hal het huis in.

Ik druk op pauze, staar naar het scherm. Het zweet breekt me uit. Van Ent junior blijft lang weg, ik sta op om bij mevrouw te informeren waar hij is. Mijn benen zijn wankel, in de gang leun ik tegen de muur van groen geverfde bakstenen. Ze voelen niet als bakstenen, ze voelen zachter. Ik kijk van dichtbij, steek mijn nagel erin. Ze lijken van piepschuim.

About the Author

- Herbert Ploegman is antropoloog en redacteur bij Tijdschrift Kunstlicht, en tot voorkort bij Perdu. Hij doet momenteel onderzoek naar materialiteit in grassroots praktijken in Athene.