Gepubliceerd op: woensdag 1 mei 2013

Leegtes – Over Jeroen Mettes

Magneto-redOp nY-web een reactie van Piet Joostens op Samuel Vriezens analyse in nY #17 van de laatste, lege, blogpost van Jeroen Mettes op diens site poëzienotities.

Vriezen:

We hebben te maken met de afscheidsbrief van een zelfmoordenaar, en dat is een gruwelijk genre dat normaliter niet als literair geldt. Sowieso, als de tekst afwezig is, hoe kun je dan begrijpen wat het zou willen zeggen? En het feit dat het hier om zelfmoord gaat, maakt dat probleem nog wezenlijker. Zelfmoord uit depressie is als handeling onleesbaar voor buitenstaanders, de status ervan onbeslisbaar. Immers, zoals we een gestel gezond noemen als het de voorwaarden voor voortleven verschaft, zo veronderstellen wij, voortlevenden, in een gezonde wil minimaal de wil om voort te leven. Maar in een suïcidale depressie is precies die wil afwezig, dus zien we de suïcidale wil als een wil in de greep van een dodelijke aandoening, een aangetaste wil, een wil die niet meer autonoom kan functioneren. Dat is tegelijk wel een te makkelijke oplossing. Een ziekte in een orgaan valt niet samen met het orgaan zelf, maar een aandoening van de wil versmelt met die wil. Geen wil is los te zien van wat ze wil. Hoe graag we ook willen, de wil van de zelfmoordenaar is niet meer op te splitsen in een zieke aandoening en een autonome, ‘gezonde’ wil, die er zonder die aandoening voor zou kiezen voort te leven. De gedachte kan voor ons volstrekt onaanvaardbaar zijn, maar de eigen dood was nu eenmaal datgene wat de zelfdoder gewild heeft, en het zou even onaanvaardbaar zijn als wij hem de authenticiteit van zijn laatste wil zouden ontzeggen. Daardoor wordt het voor ons onmogelijk uit te maken of de zelfmoordenaar zijn dood echt gewild heeft of niet, of zijn dood een autonome daad is of dat hij aan een ziekte is gestorven. De zelfmoord wordt onleesbaar als actieve handeling of passief lijden. We belanden tussen categorieën, de zelfmoord ontgrondt radicaal. Om die reden is het nauwelijks mogelijk om aan een zelfmoordbrief een auteursintentie toe te schrijven.

Joostens:

De sluipende gelijkschakeling van ‘gezonde, “autonome”’ levenswil en auteursintentie, die bovendien samen lijken te functioneren als mogelijkheidsvoorwaarde voor (literaire) leesbaarheid, roept vragen op. Waarom zou je een tekst pas zeker kunnen lezen als je zeker kunt weten dat de auteur iets echt heeft gewild, iets ‘autonooms’ en ‘gezonds’ bovendien? De autonomie van de wil achter een taaluiting is sowieso relatief, weten we zo ongeveer sinds Freud, en het verband tussen de aanwijsbaarheid en kenbaarheid van een auteursintentie en de leesbaarheid van een tekst – literair of niet – is allesbehalve evident. Een tekst werkt bij gratie van de potentiële afwezigheid van zijn auteur die tijdens het schrijven overigens nooit volledig bij zichzelf aanwezig kan zijn,en hoe onzekerder de auteursintentie (die ook voor de auteur altijd obscuur zal zijn en die hoe dan ook verschilt van ‘de wil’), hoe meer er kan worden gelezen.