Gepubliceerd op: maandag 29 oktober 2012

De Theoriegeneratie (maar van welke theorie?)

Op n+1 een artikel over de Theory Generation. Het narratief is bekend: jonge Amerikaanse schrijvers die tijdens hun college-tijd aan theorievriendelijke departementen als Engels en Comparative literature zijn gepokt en gemazeld in semiotiek en structuralism en hun lectuur van High Theory nu proberen te verteren in soms bijna therapeutische romans. Welke waarde heeft al die studie gehad voor hun leven?

Theory was, whatever its many internal disagreements and comic excesses, not just diagnostic but utopian — a training in interpreting the world as a path toward changing it. If it was meant to socialize you at all, it was meant to socialize you for the different world to come: a world of genuine difference genuinely encountered, a world less in thrall to the false gods of Normality and Pathology, a world that would be more transparent and, as a result, less painful. In their variously rueful ways, these novels remind us of the utopianism of Theory by writing its epitaph.

(…)

Theory, it turns out, is less intellectually powerful than emotionally useful; it habituates you to the anomic, precarious existence you were destined to lead in any case.

Mooi stuk. Maar ook wat ongemakkelijk. Want berustend.

It was like a drug after all: not hallucinogenic or mind-expanding, but rather pleasantly sedating.

De ervaring dat theorie niet alleen een intellectuele inspanning is of een vorm van empowerment, maar ook een affectieve atmosfeer zonder duidelijke uitkomsten ken ik. Toch kan ik me sedatie moeilijk als bevrijdend voorstellen.

Kan de ambience die theorie produceert niet ook aanleiding geven tot nieuwe vormen van denken, handelen, leven? ‘Theorizing opens up the present to a lived alternativity in the present.’ (Lauren Berlant, Cruel Optimism) Daarin ligt een schone taak voor literatuur die theory-wise wil zijn.

About the Author

- Frank Keizer is dichter, vertaler, redacteur en criticus. Publiceerde in 2012 het chapbook Dear world, fuck off, ik ga golfen bij Stanza en in 2013 Rampensuites bij Perdu, een vertaling van Disaster Suites van Rob Halpern, gemaakt samen met Samuel Vriezen.

Displaying 14 Comments
Have Your Say
  1. De essentie blijft evenwel dat Theory, die hoofdletter ten spijt, niets met theorie te maken heeft.

  2. Frank Keizer zegt:

    Ik ben niet dol op essenties, maar goed: waar dan wel mee?

  3. Met essayistiek.

    Literatuurtheorie is essayistiek, niets meer dan dat. Meestal: vierkant geformuleerde essayistiek, dus erger. In Parijs: zo vierkant mogelijk geformuleerde essayistiek, en bijgevolg helemaal laakbaar.

  4. Frank Keizer zegt:

    Laakbaar, toe maar. Ik ga niet mee met het verwijt (frame) van opzettelijke moeilijkdoenerij, dat theorie vaak wordt aangewreven. Moeilijke materie vraagt niet per se om helderdoenerij. Ik denk dat er raakvlakken bestaan tussen sommige essayistiek en sommige literatuurtheorie, overigens, maar wat schieten we ermee op ze gelijk te stellen? Theorie moet blijkbaar altijd tot iets anders gereduceerd worden, om geaccepteerd te kunnen worden.

  5. Kijk, daar hebben we het al, ‘frame’. Noem alle kritiek van buitenaf framing, met die mooie bijklank van geborneerdheid, en je hoeft de kritiek niet te adresseren. Lekker makkelijk. ‘Helderdoenerij’ – u slaagt er zelfs in het als een verwijt te laten klinken. Hoe scheefgegroeid kan iemand worden?

    Kijk eens om u heen. In volwassen disciplines wordt aan theorie de eis van wetenschappelijkheid gesteld om voor theorie te mogen doorgaan. Op de faculteit Letteren is een proliferatie van idiosyncratisch gebruikte concepten voldoende. Helaas, een netwerk van jargon uitbouwen, maakt nog geen theorie.

  6. Ja, met een woord als “frame” maakt Frank zich er makkelijk van af.

    Nee, dan “Laakbaar”.

    Grote genade.

  7. Of “de eis van wetenschappelijkheid”, dat klinkt heel helder. Alsof je dan precies weet waar je het over hebt. Zonder theorie, zeg maar. Alsof daar nooit discussie over is. Alsof er één eenduidige eis van wetenschappelijkheid is voor alle wetenschappen.

    Dat is het soort algemeenheden waar je verschrikkelijk mee moet oppassen. Zoals afgelopen vrijdag weer werd bewezen door een – jawel – volkomen laakbare column van Thierry Baudet in NRC, de getalenteerde jonge conservatieve intellectueel, onlangs gepromoveerd geheel buiten de Letteren, en bij wie we de volgende algemene opvatting van wetenschappelijkheid in de praktijk zien:

    ‘…generaliseren is een elementaire methode om tot wetenschappelijke kennis te komen. Als het niet mogelijk was om uit waarnemingen algemene conclusies te trekken, dan bestonden er geen medicijnen, dan begrepen we niets van de banen van de planeten, dan zou het onredelijk zijn aan te nemen dat we sterfelijk zijn. Toename van kennis komt voort uit generalisatie.
    Daarom is het jammer dat generalisaties over de islam worden gemeden. […]”

    In een wereld waarin in een vooraanstaande kwaliteitskrant plompverloren kan worden gedaan alsof Keplers werk aan planeetbanen net zoiets is als het doen van lompe uitspraken over “de islam”, onder het mom van algemene opvattingen over wetenschappelijkheid, ben ik eigenlijk wel blij dat er ook enige cultuurkritiek en theorie bestaat.

  8. Waarom, telkens als ik met iemand anders in discussie wil treden, loopt Samuel Vriezen door het beeld om de boel over te nemen? Of is deze Vriezen aangesteld als zaakgelastigde om de nieuwe kleren van heer Keizer te verdedigen?

    Anyway. Ik weet heus wel dat de grens tussen wetenschap en niet-wetenschap niet waterdicht te maken valt. De boeiende discussies over het demarcatieprobleem behoren tot de wetenschapsfilosofie. Maar dat die grenzen waterdicht moeten zijn, lijkt me vooral een probleem dat filosofen over zichzelf hebben afgeroepen. De schemerzone tussen wetenschap en niet-wetenschap interesseert me niet. Ze is ook niet van tel voor deze thread. Wat ik hier aankaart zijn de excessen. Mij is immers geen wetenschapsfilosoof bekend die vindt dat een woekering van vage concepten waarachter veelal onweerlegbare – en vaak zelfs feitenvrije – ideeën schuilgaan tot de wetenschap behoort. En dat is precies wat Theory grotendeels inhoudt.

    Tja, wat is wetenschap? De praktijk hoeft zich gelukkig niets aan te trekken van filosofie. In de praktijk is wetenschap gewoon: wat werkt. Wetenschap als verzameling toetsbare uitspraken die altijd en overal in gelijke omstandigheden gelijke resultaten opleveren. Wetenschap is harde wetenschap.

    Welnu, om uitspraken te kunnen toetsen moeten ze geformuleerd worden in de vorm van precieze voorspellingen. Vooral dat is wat theorie tot theorie maakt: een echte theorie stelt zich kwetsbaar op door precieze voorspellingen te doen waarop ze kan worden afgerekend. Dat is mijn fameuze “eis van wetenschappelijkheid”. Zijn die voorspellingen er niet, dan is theorie weinig meer dan conceptsmederij waarbij het iedereen vrij staat in wat geopperd wordt te geloven, of niet. Niet dat onweerlegbare ideeën niet plausibel of nuttig kunnen zijn. Maar geloof is geen wetenschap.

    De noodzaak om weerlegbaar te zijn, vintage Popper, is een prima vuistregel om een uitspraak op zijn wetenschappelijkheid te beoordelen. Achteráf welteverstaan: het is geen methode om gegarandeerd tot wetenschappelijke resultaten te komen. Zo’n vaste methode bestaat niet. Wetenschap is een chaotisch en groezelig bedrijf. De beschrijving daarvan is het onderwerp van de wetenschapssociologie. Exit Popper, enter Lakatos.

    Natuurlijk is het zo dat de voorspellingen waarmee een stelling zich aan falsificatie blootstelt, geformuleerd worden aan de hand van voorafgaandelijke theoretische concepten. Hoe zou het ook anders kunnen? Daarom begrijp ik niet waarom hier ineens gedaan wordt alsof ik iets zou hebben tegen theorie tout court. De satire op Collectively Unconscious, die suggeert dat wetenschap geen theorie nodig heeft, is compleet naast de kwestie. Waar heb ik zoiets beweerd?

    Baudet maakt precies díe fout in het stukje dat wordt aangehaald. Hij suggereert dat het mogelijk is algemene conclusies te trekken “uit waarnemingen”. Rechtstrééks als het ware, zonder theorie. Deze opvatting wordt ‘naïef inductivisme’ genoemd en wordt sinds de smadelijke aftocht van de Wiener Kreis eind jaren dertig niet meer serieus genomen. Baudet heeft zijn wetenschapsfilosofie niet op orde. Dat hoeft niet te verbazen. Hij is jurist en historicus, géén wetenschapper. Over zijn donkerbruine uitspraken over ‘dé’ Islam wil ik het niet eens hebben.

    Ik heb niets tegen theorie. Ik heb iets tegen Theory, tegen het pomo-gebruik om zich te tooien met terminologie uit de harde wetenschap, en vooral tegen opzettelijk obscurantisme. Dat, en dat alleen, is wat ik “laakbaar” noemde. Ideeën over literatuur hoeven voor mij niet wetenschappelijk te zijn, leve de essayistiek, maar doop die ideeën niet in een pseudo-wetenschappelijk jargon dat het niet-ingevoerde plebs op afstand moet houden.

  9. Tja, iets in je schrijven, Achille, prikkelt me steeds weer.

    En verbazend toch, hoe sommige mensen ook altijd weer poppers nodig hebben om tot lekker harde wetenschap te komen. Dat pak hem beet geschiedkunde dan nooit wetenschap kan zijn lijkt geen probleem. Terwijl je, dat ben ik dan weer met je eens, Baudet juist op zijn onwetenschappelijkheid zou moeten aanpakken. Maar dat doe je dus niet door te zeggen: “rechtswetenschap en geschiedwetenschap zijn geen wetenschap, dus het is niet raar dat Baudet maar wat kletst!”. Mijn vraag zou eerder zijn (en om die goed aan te pakken is een zekere vorm van cultuurtheorie nodig): hoe zit in godsnaam onze dagelijkse discursieve omgeving in elkaar, dat zo’n Baudet zulke onzin mag uitkramen? Dan kom je vrees ik niet zo ver met de opgeheven vingertjes van Poppers falsificaties of de Wiener Kreis.

    En dan altijd weer dat formalistische gedoe met voorspellingen – terwijl zelfs iedere harde wetenschapper die een beetje serieus is weet dat er véél meer aan de hand moet zijn voor je ergens komt. Speculatie bijvoorbeeld, loze concepten uittesten, gewoon maar wat doen, met intuïtie en intelligentie. Zie voor mijn part Feyerabend. De deugdelijke voorspelling komt misschien nog eens als het voetvolk de concepten heeft uitgewerkt, wellicht aan het eind van het proces. Daarop hameren als “eis van wetenschappelijkheid” is natuurlijk heel braaf en keurig en zo, maar methodologisch is het het paard achter de wagen spannen. Snaartheorie bijvoorbeeld laat zich nog niet testen, maar zelfs op het moment dat het nog niet duidelijk is of dat ook ooit gaat gebeuren zijn er tal van academici mee bezig. Is dat dan geen wetenschap? Kan haast niet volgens onze Achille, stram in de leer van de denker van de open samenleving als hij is.

    Het suffe van dat voorspellingen- en falsificatie-gejengel is dat je zo bij voorbaat alle mogelijkheid van een literatuurwetenschap op het niveau van individuele teksten onmogelijk wordt. Ik heb tenminste nog nooit een interessante tekst gezien die zich liet voorspellen. Dus met zulke criteria wordt het prijsschieten op alles wat zich in theoretische termen met een interessante tekst uiteen wil zetten. Uiteindelijk komt het gewoon neer op anti-intellectualisme in schoolmeesterspak.

    Hier, voor de liefhebber. Eens studeerde ik wiskunde, harder dan dat krijg je de wetenschap niet, mooier ook niet, met minder “voorspellingen” trouwens ook niet. Een van mijn vrienden, die een veel “empirischer” richting in is geslagen op het gebied van berekenbaarheidstheorieën, kwam laatst per mail met een mooi citaat van Lucretius. Toen schreef ik heel enthousiast:

    “Ja, prachtig citaat uit een prachtig boek! Geweldige poëzie en bijzonder intelligent, vol prachtige redeneringen en een mooi programma tegen de angst. Bovendien een herinnering dat wetenschap niet alleen maar empirisch is maar ook speculatief moet zijn: het atoombegrip was éérst speculatief en poëtisch voor het eeuwen later empirisch, laat staan toepasbaar kon worden, iets wat heden ten dage wel eens uit het oog wordt verloren.”

    En hij:

    “Ja en nee. Ik denk niet dat je Epicurus noch zijn volgelingen een plezier zou doen door ze speculatief te noemen. Ze zijn zeer methodologisch. Hun methodologie is die van de analogie: de wereld zoals wij die ervaren is gelijk aan de wereld die we niet kunnen zien maar indirect ervaren. En in feite is dit de grondslag van deductieve wetenschappen, alleen hebben we tegenwoordig de grenzen van wat de wereld is die wij ervaren verlegd door gebruik van microscopen, telescopen, computers, etc. Telkens worden aan de grenzen van de toepasbaarheid van deze methode speculatie en intuïtie gebruikt om net iets over deze grenzen heen te kijken. Dat was toen zo, dat is nu zo, en dat zal volgende week dinsdag waarschijnlijk ook nog wel zo zijn …

    Ik kom af en toe op cutting-edge conferenties waar ik mij echt in een pre-Socratische tijd waan! Niet alle wetenschap is suf en stoffig”

    Ik word daar vrolijker van dan dat eindeloos herhaalde afzeiken van de cultuurtheorie.

  10. Mijn excuses trouwens dat ik hier wat doordraaf op het gebied van methode hier, terwijl Achille wel degelijk de wetenschapssociologie heeft aangestipt. Het punt moge hoop ik desalniettemin duidelijk zijn. Het uitsluiten op formalistische gronden van bepaalde uitspraken van hun status als theorie is niet vruchtbaar, en zo zie ik het bij voorbaat uitsluiten van “theory” wel degelijk; het vrij, dat wil zeggen naar gelang hun eigen interne logica, maar streng ontwikkelen van concepten zonder vooropgesteld transcendent criterium, *misschien* wel. En het eisen van literatuurwetenschap of cultuurtheorie dat ze zich gaat gedragen als een natuurwetenschap leidt bij voorbaat tot niks, of op zijn hoogst tot dogmatisme qua hoe je over tekst moet schrijven.

  11. Als voorbeeld tenslotte, de zin “De essentie blijft evenwel dat Theory, die hoofdletter ten spijt, niets met theorie te maken heeft” vind ik een onproductief dogma.

  12. Jack Segbars zegt:

    Is de aversie versus de theorie niet eerder gelegen in de claim die de theorie maakt dat ze de nauwgezette methodologie zegt te volgen maar die niet wordt waargemaakt? M.a.w.: geeft ze zelf niet de gronden tot kritiek? De gehele puriteinse discussie omtrent de validiteit van de wetenschappelijke methode is inderdaad onvruchtbaar. Maar waarom mag ze niet worden bekritiseerd indien haar argumentatie niet deugt Samuel?

  13. Hoi Jack, ik weet niet welke claim van welke theoreticus en welke methodologie je precies op het oog hebt. Ik heb eerder het idee dat “de theorie” de hele tijd als een stropop wordt opgetuigd. Waar ik me zelf tegen verzet is wat ik ervaar als Achille’s muffe sfeer. Naar mijn gevoel komt zijn manier van ageren neer op een denkverbod.

    In plaats van tegen de boeman “Theory” te ageren, kun je dan toch beter in dialoog gaan (polemisch voor mijn part) met een specifieke tekst of auteur. Of laat de hele zaak anders links liggen, ook goed. Of voer de discussie zoals die binnen de literatuur wordt vormgegeven, zoals in het artikel op n+1.

    Maar de hele tijd maar Popper, Popper, Popper roepen als iemand een keer wat merkwaardig jargon introduceert, dat is toch gewoon drie keer niks?