Vertaallab 28 Anja Utler – Sybille
Vertaallab is een serie op Ooteoote die dichters uit andere taalgebieden aan de lezer voorstelt. Elke aflevering minstens één voor deze dichter kenmerkend gedicht. Dat u mag vertalen, als u wilt. Graag zelfs, wat ons betreft. Post uw Nederlandse vertaling van (een deel van) onderstaande gedichtencyclus als reactie op dit bericht.
Сивилла: выжжена, сивилла: ствол.
Все птицы вымерли, но Бог вошел.Sibylle: ausgebrannt, sibylle: Stamm.
Die Vögel ausgelöscht, Gott aber kam.Marina Cvetaeva
sibylle – gedicht in acht silben
hat die: körner berührt, bloßen augs: bloßen munds ist ent-
zunden, sibylle, sie schaudert, glüht: sand sengt die kuppen die
finger die zunge schlägt funken im körper: loht auf
•
sie: taumelt, sibylle, verfallen dem: rinnenden sand stürzt sie, strömt
– myriaden von poren – durchweht sie durchzuckt sie die sonne – wird:
sonnensturm – murmelt sie spuckt, weiß: sie senkt sich nicht mehr
•
ist: geborsten, sibylle, der: splitter im fleisch ist sie – blutet noch? –
spreißelt – entzweit, klafft: den lippen gleich, strunk – ist: lamelle, verholzt
sie: durchschneidet das licht, trieft: sie knarzt, das: entquillt
•
sibylle so: gähnt sie, ächzt: schwingen die: stimmlippen, -ritzen sie
kratzen: hinweg übern kalk, scheuern, reißen ein: krater vom
becken zur kehle der: stimmschlund, sibylle, sie: zittert, vibriert
•
vibriert, ist: das beben, sibylle – erschütterung – zuckt: in den sand- in
den luftwirbeln knirscht sie verwirft: das gelenk sich staucht, wimmert: zur
nehrung: verzehrt sie sich – zittert: entwurzelte kiefer – sie: erodiert
•
sibylle sie: türmt sich, wird: klippen sie zischt ist die: gischt in den
poren verglüht sie versprüht: sibilanten, erlischt -sss- ebbt
flutet sich selbst und: stöhnt auf
•
ihr: schwindelt, sibylle sie: bricht sich in wirbelnder hitze sie: zischelt
sirrt: sumpf, tümpel glitschende schenkel der: schilfgürtel nässt sie um-
züngelt sich selbst gurgelt – natter – entwischt sie und: girrt
•
•
und still. bloß die witterung: brandstätte rodung vernehmbar – ist
ehemals knistern – und fäulnis: die zehen befingern den strunk:
eine pilzige höhlung, bestochern die abgeworfene haut: sie zerfällt
an den schuppigen sohlen und: raschelt auf
___
Anja Utler (Schwandorf, Duitsland, 1973), is dichter, essayist en vertaler. In 2003 promoveerde ze aan de Universiteit van Regensburg met een proefschrift over Russische modernistische poëzie. Voor haar dichtbundel münden – entzüngeln ontving ze in 2003 de Leonce-und-Lena-Preis voor poëzie. Bij haar bundels brinnen (2006) en jana, vermacht (2009) verschenen ook gelijknamige cd’s met tekstcomposities. Haar meest recente werk is ausgeübt (2011). Utler’s boeken en cd’s worden uitgegeven door Edition Korrespondenzen, Wenen. Utler woont in Regensburg en Wenen.
foto auteur: Franz Hammerbacher
Bovenstaande cyclus ‘Sybille’ verscheen in münden – entzüngeln. (Edition Korrespondenzen, Wien 2004). All rights reserved ©2004 Anja Utler.








Сивилла: выжжена, сивилла: ствол.
Все птицы вымерли, но Бог вошел.
Sibille: opgebrand, sibille: stam.
De vogels uitgeroeid, maar God kwam.
(Marina Tsvetajeva)
sibille – gedicht in acht syllaben
heeft de: korrels betast, met het blote oog: met blote mond is ont-
stoken, sibille, zij huivert, gloeit: zand zengt de vingertoppen de
vingers de tong slaat vonken in het lijf: laait op
.
zij: tuimelt, sibille, ten prooi aan het: glijdende zand stort zij neer, stroomt
– myriaden van poriën – doorwaait zij flitst zij door de zon wordt:
zonnestorm – mompelt zij spuugt, beseft: zij daalt niet meer neer
.
is: gebarsten, sibille, de: splinter in het vlees is zij – bloedt nog? –
spaandert – verdeelt, gaapt: als de lippen, stronk – is: lamel, verhout
zij: doorklieft het licht, druipt: zij kraakt, het: ontspringt
.
sibille zo: geeuwt zij, kermt: trillen de: stemlippen, -spleten ze
krassen: over de kalk heen, schuren, scheuren in: een krater van het
bekken tot de keel de: stemstrot, sibille, zij: siddert, vibreert
.
vibreert, is: de beving, sibille – verbijstering – stuiptrekt: in de zand- in
de luchtwervelingen knarst zij verwerpt: het gewricht verstuikt, jankt, naar de
landtong: verteerd wordt zij – siddert: ontwortelde dennen – zij: erodeert
.
sibille zij: stapelt zich op, wordt: klippen zij sist is het: ziedende schuim in de
poriën verbrandt al gloeiend zij verstuift: sibillanten, dooft uit met een sisser -sss- wordt eb
vloed zijzelf en: gaat luid kreunen
.
het: duizelt haar, sibille zij: breekt in kolkende hitte zij: sist en
zindert: zompig moeras, poel glijdende dijen de: rietkraag maakt zij nat lekt
om zichzelf gorgelt – ringslang – ontsnapt zij en: kirt
.
.
en stil. alleen de weersgesteldheid: plaats van de brand rooiing verneembaar – is
eertijds knetteren – en bederf: de tenen bevingeren de stronk:
een schimmelige holte, poken in de afgeworpen huid: zij valt uiteen
aan de schubbige zolen en: ritselt op
(erratum) v. 4 moet worden
zij: wankelt, sibille [...]