Fens over Claus
“Ik moet zeggen – maar dan ga ik wat veralgemenen – dat ik met de poëzie van Claus een groter contact heb dan die van Lucebert. Dat hangt samen met die ongelooflijke aardsheid ervan, anders kan ik het niet uitdrukken. Ik heb voor die man een ontzettende bewondering, ook voor de vruchtbaarheid van die man. Hij is aardser, grondiger, weet ik veel hoe je het noemen wilt, en zinnelijker dan Lucebert.”
“Ik snap er af en toe niets meer van. Laat ik het zo maar uitdrukken: er zitten in de poëzie van Jan Kuijper ongelooflijke perversiteiten, die verschrikkelijk zijn eigenlijk, vooral in die Bijbelplaatsen en toch ook wel in die Tomben. In de wereld van Claus zitten ook wel perverse kanten, maar dan vind ik die van Claus bevrijdender dan die van Kuijper, om het zo maar uit te drukken. Jan Kuijper intrigeert mij omdat het zo makkelijk lijkt. Maar ik zie wel dat er iets ongelooflijks aan de hand is in die gedichten. Ik heb het van het begin af aan gevolgd en er vrij veel over geschreven, maar dat werk met die graftomben, nou …” (Raster)






