De religieuze kern van Fens
“Het ging natuurlijk om God als sublimering, een sublimerende vertaling van alles wat je aan zinnelijkheid ervoer. Dat was muziek, dat was stilte, dat was licht. Achteraf merk je pas hoe vroeg je dat al had. Die beschouwende. contemplatieve kant ervan heeft mij wel heel erg gegrepen. Maar het is niet zo dat ik op een goede dag zei: nou sla ik die deur maar dicht. Zo gaat het niet. De fascinatie voor die wereld is toch op de een of andere manier gebleven. dat kan ik niet ontkennen. Ik zeg het onder voorbehoud, maar ik denk dat ik tussen mijn twaalfde en mijn negentiende enorm geremd ben geweest doordat ik het geloof bijna ongelooflijk serieus nam. Niet in de plichten-zin, maar in de gegrepenheid door de grootheid, de onuitputtelijkheid ervan.” (Gesprekken met Fens op Raster)






